De revolutie van “tuintje in mijn hart”

Door Markus Balkenhol Damaru is een popster, maar in Suriname is hij meer: hij is een nationale held.

Na enkele maanden in Nederland is Damaru teruggekeerd naar Suriname. Een paar weken geleden kreeg hij een warm onthaal door enthousiaste fans bij de Anthony Nesty sporthal in Paramaribo. Damaru en zijn grote hit met de Volendammer Jan Smit, Mi Rowsu (‘Tuintje in mijn hart’), werden uitbundig gevierd. Het liedje is razend populair. Het staat al weken bovenaan in de Nederlandse charts. Ook in Suriname hoef je maar de radio aan te zetten of de jongens suizen in je oor.

Op zich is dat nog niet zo bijzonder. Het gebruikelijke spektakel rond een popster, zou je kunnen zeggen. Maar het is meer dan dat.

Het ontvangstcomite bestond niet alleen uit de fans; het wemelde van hoogwaardigheidsbekleders. De districtsvoorzitter van Paramaribo-Noord overhandigde een zogenaamde ‘Inspiration Award’ aan Damaru, met de woorden: ‘zijn prestatie zal de landgenoten inspireren!’ Verder hield de Minister van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer, Michael Jong Tjien Fa, een toespraak, en kreeg Damaru een gouden mobieltje overhandigd door de derde telecom maatschappij van Suriname, Uniqua.

Wat maakt Damaru’s prestatie zo bijzonder? Behalve de ‘gewone’ roem en eer van een popster heeft Damaru iets bereikt wat tot nu toe ongehoord was: hij heeft met een Hollandse jongen, en wel afkomstig van het Wilders-bastion Volendam, samen succes geboekt. En meer nog: Jan Smit zingt in het Sranantongo! Een Volendammer die Sranantongo spreekt, en nog zonder duidelijk accent ook. Het feit dat Smit (zoals hij zelf aangeeft) het niet echt spreekt, en de tekst heeft afgelezen van een spiekbriefje, is bekend, maar doet er niet toe. In Suriname waardeert men het gebaar, en dat heeft ook te maken met een lange geschiedenis van het Sranantongo die de gemiddelde Hollander waarschijnlijk niet kent.

Het Sranantongo ontstond in de tijd van de slavernij in Suriname als lingua franca onder de tot slaaf gemaakten. Over het algemeen was het hen verboden om Nederlands te spreken. Het Sranantongo is een mengtaal van het Engels, Nederlands, Frans en Afrikaanse talen. Vaak werd het (en wordt het) niet beschouwd als taal, omdat het geen grammatica zou hebben. Tijdens de Nederlandse kolonisatie werd er lange tijd op neergekeken en werd het minachtend het ‘negerengels’ genoemd. Ook nu nog spreekt men Nederlands als men vooruit wil komen. Het Sranantongo wordt dan wel ‘het Surinaams’ genoemd, maar het lijkt niet iets om trots op te zijn.

In een gesprek – in het kader van mijn onderzoek in Suriname – sprak ik met Winston Kout over zijn identificatie met Nederland. Ik vroeg hem of hij zich zelf liever Surinamer of liever Nederlander zou willen voelen. Nou, hij wil zich best Nederlander voelen antwoordde hij, maar dat zou misschien pas kunnen als Frau Antje een koto misi aandoet. Nederland zou moeten accepteren dat Nederlanders niet allemaal lijken op de mensen die in Volendam rondlopen: blond en met blauwe ogen. Kout spreekt het niet uit, maar een Volendammer die in het Sranantongo zingt, dat komt best dichtbij Frau Antje in een koto misi.

In Suriname is men trots op Damaru, niet alleen omdat hij het ver (in ‘het buitenland’) geschopt heeft, maar juist omdat hij voor het eerst een Volendammer aan het Sranantongo spreken gebracht heeft. Dat is heldhaftig. Hij geeft het zelfvertrouwen van velen een behoorlijke boost, en dit is wat de stadsdeelvoorzitter (ook) bedoelde toen hij Damaru een bron van inspiratie noemde. Nu nog die koto misi voor Frau Antje!

Markus Balkenhol is promovendus aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie (VU) en het Meertens Instituut. Hij is momenteel in Suriname voor zijn onderzoek naar de manieren waarop het slavernijverleden wordt herdacht, dat hij uitvoert in het kader van het NWO project ‘Heritage Dynamics’.

Op dit weblog schreef hij eerder over de herdenking van de slavernij en het fileprobleem.

3 Comments on “De revolutie van “tuintje in mijn hart””

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *