Henk en Ingrid ontmaskerd

Foto door Chaotic Good

Door Jethro Alons

De verkiezingen zijn afgelopen. De PVV heeft, onder leiding van Geert Wilders, een monsterzege behaalt. Nederland heeft duidelijk een keuze gemaakt. Een keuze voor Henk en Ingrid. Ik heb Geert Wilders de hele campagne horen praten over Henk en Ingrid. Alles wat hij doet, doet hij voor Henk en Ingrid. Henk en Ingrid die niet willen betalen voor Ali en Fatima. Henk en Ingrid die door de overheid keihard in hun portemonnee worden gepakt. Dat klinkt allemaal heel mooi, maar ik vraag me toch af: wie zijn Henk en Ingrid?

In eerste instantie doen ze nogal denken aan Joe the Plumber, die in de Amerikaanse verkiezingscampagne van 2008 door zowel Obama als McCain veelvuldig werd aangehaald. Alleen is Joe the Plumber een echt persoon en zijn Henk en Ingrid dat niet. De Telegraaf meldt dat Henk en Ingrid voor Wilders  “het hart en de ruggengraat van de samenleving” vormen. “Ze wonen in een koophuis in een Vinex-wijk. De een werkt, de ander mogelijk parttime. Henk en Ingrid hebben een of twee kinderen die naar school gaan. Ze gaan een of twee keer per jaar op vakantie. Ze moeten echter de prijs betalen voor een falende overheid.”

Henk en Ingrid zijn dus de doorsnee Nederlander. Okee, maar nu komt bij mij een andere vraag op: wat zijn Henk en Ingrid? Ik denk dat de antropologie op deze vraag antwoord kan geven.

In de eerste plaats zijn Henk en Ingrid symbolen. Zij staan symbool voor de doorsnee Nederlander die volgens Wilders vergeten is door de overheid en voor wie hij opkomt. Met Henk en Ingrid zet hij een symbool neer waar hij en zijn aanhangers (en de mensen die hij omschrijft als Henk en Ingrid) zich achter kunnen scharen, iets wat de Engelsen een rallying point noemen. Een beschermeling, zo niet martelaar, in een symbolische strijd tegen de overheid. Wilders maakt gebruik van Henk en Ingrid als symbool om zijn zaak een gezicht te geven.

Maar er is nog een andere reden waarom Henk en Ingrid goede symbolen zijn. In zijn boek Imagined Communities beschrijft Benedict Anderson staten als verbeelde gemeenschappen. Hij legt uit hoe de inwoners van deze verbeelde gemeenschappen zich met elkaar identificeren, ook al kennen ze elkaar helemaal niet en wonen ze misschien aan de andere kant van het land. Dit komt onder andere door een gedeelde geschiedenis en door gedeelde symbolen. Ook al zijn Henk en Ingrid geen echte personen, mensen kunnen zich wel met hen verbonden voelen door waar ze symbool voor staan. De meeste mensen kennen Henk en Ingrid of zijn Henk en Ingrid. Ze begrijpen waar ze vandaan komen en de problemen die ze meemaken.

Geert Wilders heeft dus slim gebruik gemaakt van Henk en Ingrid. Hij maakte gebruik van hen als symbool en gezicht voor zijn campagne. Ook maakte hij slim gebruik van het vermogen van mensen om zich verbonden te voelen en in te leven in hun landgenoten. En het heeft duidelijk gewerkt. Ook al bestaan ze niet echt!

Jethro Alons is bachelorstudent sociale en culturele antropologie. Hij schreef eerder over zijn vraag aan Professor Harvey Whitehouse en over de vraag of de populariteit van Apple als een religie beschouwd kan worden. Het werk van Anderson kwam eerder langs in een bijdrage van Daan Beekers over de winst van de PVV bij de Europese verkiezingen.

13 Comments on “Henk en Ingrid ontmaskerd”

  1. Er wordt in deze bijdrage met enig dedain over Geert Wilders en over Henk en Ingrid gesproken. Wat de schrijver zich niet realiseert is, dat zodra hij een leeronderzoek in een zogenaamd derder wereld land doet, hij de verschijnselen van identiteit en saamhorigheid met veel welwillendheid beschrijft.
    De meeste Antropologen zijn progressief in hun eigen land en conservatief in het land dat ze onderzoeken.

  2. Beste keesjemaduraatje, ik denk dat je een antropologisch-kritische houding verwart met een negatieve beschrijving. Het is zeker niet mijn bedoeling geweest om mij negatief uit te laten over Geert Wilders of Henk en Ingrid en ik zie overigens ook niet waar ik dat doe. Mijn enige doel is geweest om een beschrijving te geven van het gebruik van symbolen in de politiek, met Geert Wilders als voorbeeld. Ik heb mij inderdaad niet positief uitgelaten, maar ook niet negatief, omdat ik geen politieke kleur wilde laten zien. Ik mag hopen dat ik bij een onderzoek in het buitenland ook op dezelfde manier zal beschrijven.

    1. Beste keesjemaduraatje,

      Wel grappig hoe je op je blog een quote uit Jethro’s stukje pikt, waarin “Henk en Ingrid” duidelijk worden omschreven als een “symbool voor de doorsnee Nederlander”, en daaruit besluit dat het imago van de PVV-kiezer een uitbreiding heeft gekregen. Henk en Ingrid hebben nooit symbool gestaan voor de PVV-kiezers, maar wel voor de veel grotere pool van zogenaamd “autochtone” Nederlanders waaruit de PVV haar kiezers probeert te vissen.

      Ik schrijf “zogenaamd autochtoon”, omdat er geen objectieve scheidingslijn bestaat. We zijn allemaal vroeger of later ingeweken. Geen enkele familie is “altijd al” Nederlands geweest. Identiteitsvorming is dus nooit op een rotsvaste waarheid, maar wel op een subjectieve, en dus veranderlijke, werkelijkheid gebaseerd.

      Bij identiteitsvormingsprocessen over de hele wereld, zien we ook dat identiteit niet exclusief is of hoeft te zijn: mensen kunnen zich met meerdere groepen tegelijk identificeren.

      Het hoeft dan ook niet te verbazen dat de Nederlandse identiteit een betwist, en slechts vaag omlijnd gegeven is. Allerlei mensen rekenen zich tot deze groep of zetten zich er tegen af, en verschillende mensen hebben verschillende opvattingen over hoe de groep eruit ziet en waar de grenzen liggen.

      Om maar een voorbeeld te noemen: de heer Wilders heeft relatief recent buitenlands bloed door zijn aderen stromen, maar beschouwt zichzelf graag als een echte Nederlander. Net zo voelen heel wat eerste en latere generaties migranten zich thuis in dit land, en maken ze niet alleen objectief, maar ook naar hun gevoel, en met hen dat van veel andere Nederlanders, deel uit van de bevolking. De moslim-vrouwenorganisatie Al Nisa gaf een prachtig grafisch voorbeeld: http://alnisa.nl/images/PDF/hollandse_meiden.pdf

      Deze groep van Nederlanders is geen groep waarin iedereen iedereen kent. Het is meer een soort idee dat zich via allerlei media verspreidt, waar verschillende mensen op hun manier aan bijdragen en waar verschillende mensen zich mee verbinden. Omdat “de Nederlanders” zo’n brede groep vormen die voornamelijk in onze hoofden bestaat, en waarin we niet iedereen persoonlijk kennen, noemen we dit een “imagined community” – wat overigens enkel een beschrijving van de werkelijkheid is en niets negatief impliceert.

      Net als op zoveel plaatsen in de wereld, is er in Nederland dus een voortdurend proces van identiteitsvorming aan de gang, en verschillende (niet alleen politieke) partijen spelen daar op in. Identiteitsvorming is heel normaal en heeft veel goede kanten: mensen voelen zich met elkaar verbonden en vinden steun bij elkaar.

      Tegelijkertijd kan identiteitsvorming heel negatieve gevolgen hebben, met name wanneer verschillende groepen identiteits-ideologieën ontwikkelen die hen lijnrecht tegenover elkaar plaatsen zonder mogelijkheid tot overleg. Dat is wat gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog, en in voormalig Joegoslavië. Ik denk dat we het erover eens zijn dat we dergelijke situaties liever vermijden.

      De moeilijkheid is dat dat proces van vijandsvorming een eigen logica heeft, die enkel met veel goedwil aan beide kanten kan worden overwonnen. Wanneer twee willekeurige groepen eenmaal tegenover elkaar staan en ze zich beide bedreigd voelen, gaan ze hun ideologische grenzen verder versterken (ten nadele van de vele individuen die zich niet exclusief tot de ene of de andere groep rekenen), en gaan ze zich verdedigend of zelfs aanvallend opstellen tegenover de andere groep, wat die andere groep weer aanleiding geeft tot vijandig gedrag ten opzichte van de eerste groep. En zo raken groepen, die intern vaak meer verschillen dan onderling, gepolariseerd in verschillende kampen die elkaar steeds meer wantrouwen, en die uiteindelijk zelfs bereid zijn geweld te gebruiken tegen elkaar.

      Zo ver is het in Nederland gelukkig nog lang niet gekomen. Veel mensen genieten van de culturele diversiteit, maken nieuwe vrienden over (zoals hierboven uitgelegd “ingebeelde”) culturele grenzen heen, en segregatie-ideologieën worden nog alom betwijfeld en doorbroken. Maar tegelijk leeft er een angst voor het “vreemde” — een angst die door bepaalde mensen verder wordt gecultiveerd. Naar mijn persoonlijke mening is het dat laatste dat gevaarlijk is, en niet het “vreemde” op zich — de mensen, ideeën, gerechten, muziek, enzovoort — die Nederland binnenkomen (en dat overigens altijd gedaan hebben). Als we er goed mee omgaan, door de tolerantie tentoon te spreiden waar Nederland zo voor bekend staat, kunnen we leren van het nieuwe, kunnen we samen een sterkere, meer diverse en tóch meer samenhangende groep vormen.

      Als we echter een sfeer van vijandschap creëren hebben we uitzicht op, om niet meteen aan grootschalig geweld te denken, een verzuurde samenleving waar mensen zich in hun eigen clubje gaan opsluiten en wantrouwig staan tegenover iedere medemens die daar niet toe behoort. Ik ben niet bang voor immigratie, niet bang voor mensen van over de grenzen, niet bang voor de vele nieuwe Nederlanders die me zo vriendelijk ontvangen.

      Er zijn problemen, inderdaad, die niet te wijten zijn aan een vaag gegeven als etniciteit, maar aan uitsluiting, een tekort aan kansen, gebrekkige kennis van de Nederlandse taal, en het draconische asielbeleid. Dit zijn problemen die we samen kunnen oplossen, door te praten en als één groep te handelen, of die we, door onze ogen te sluiten en in wij-zij voorstellingen te vervallen, onwillekeurig nog zouden vergroten.

      Daarom ben ik zelf niet bang van alles wat vreemd voor me is. Ik ben bang voor de standpunten van Geert Wilders, die verdeeldheid zaaien en tegenstellingen in het leven roepen, voor zijn plannen die me van een groot deel van mijn vriendenkring zouden beroven als ze ten uitvoer zouden worden gebracht.

      Ondanks die angst, pleit ik er niet voor dat Wilders zou worden uitgezet. Hij is Nederlander en heeft het recht hier te zijn. Als ik rechtstreeks met hem in gesprek kon gaan, zou ik hem vragen naar de oorsprong van het haatgevoel dat in zijn uitspraken naar buiten spat. Wat hij doet, en de aanhang die hij krijgt, zijn echter niet uitzonderlijk. We hebben het op verschillende momenten in de geschiedenis, en op allerlei plaatsen gezien. Maar er zijn ook voorbeelden van de tegengestelde beweging, waar samenlevingen erin slagen een bredere, overkoepelende identiteit te vormen. De geschiedenis leert ons ook dat de eerste weg naar wantrouwen, polarisatie, vijandschap, en soms zelfs burgeroorlog en chaos leidt; en de tweede naar een vreedzame samenleving waarin iedereen kansen krijgt, waar mensen elkaar respecteren in hun verschillen, en waar de diversiteit aan ideeën en gewoonten de samenleving verrijkt en sterker maakt.

      We hoeven onze ogen niet te sluiten. We hoeven de kortzichtige impuls van het moment niet te volgen, en we kunnen leren uit het verleden. Als samenleving hebben we de keuze: de krachten bundelen, of in verdeeldheid vervallen. Dat een deel van de bevolking het tweede kiest, is verontrustend, maar niet helemaal verwonderlijk. We hebben het eerder gezien. Maar het is niet de richting die ik uit wil.

      1. Beste Maarten, ik haarehl nogmaals je woorden en ik hoop dat je ze deze keer wel tot je laat doordringen:“..zijn plannen die me van een groot deel van mijn vriendenkring zouden beroven als ze ten uitvoer zouden worden gebracht”. Hierin zit natuurlijk een impliciete vergelijking met de tweede wereldoorlog en kan door verkeerde mensen geïnterpreteerd worden als een “license to kill”. We hebben in het verleden al gezien met Fortuyn waar dit soort uitspraken toe kunnen leiden. En helaas zijn het veelal nog steeds de mensen aan de linkerkant die een patent lijken te hebben op dit soort vergelijkingen. Jammer dat sommige mensen niets van de geschiedenis willen zullen leren.Verder lijk je ook vol te zitten met tegenstrijdigheden. Je praat over het aanmeten van wetenschappelijke houding maar schrijft vervolgens dat jouw stuk gebaseerd is op angst. Je corrigeert andere in hun typfouten, maar als je zelf op meer fundamentele denkfouten wordt gewezen noem je de ander een garnaal. Wederom lees je eigen commentaar:“Waar ik bang voor ben is niet meteen dat mijn vrienden zouden worden uitgezet, maar wel dat de samenleving steeds meer gepolariseerd raakt onder leiding van mensen die, in vergelijking met een kleine garnaal als Viktor (met alle respect), guru’s zijn in het demoniseren”.Het lijkt er dus meer op dat je zelf bepaalde angsten hebt. Zelfreflectie is natuurlijk belangrijk voor de antropoloog en het bewust worden van je eigen angsten, in dit geval voor polarisatie is iets goeds. Angst voor polarisatie en politieke correctheid is kenmerkend voor het multiculturisme. De vraag is echter of deze angsten allemaal wel zo wetenschappelijk zijn onderbouwd. Heeft de politieke correctheid uit de jaren 80 en 90 de problemen opgelost of er juist aan bijgedragen? Ik kan je in ieder geval geruststellen dat er nog nooit iemand direct is omgekomen bij een stevig maatschappelijk debat. Natuurlijk wordt je gedwongen om stelling te nemen, en maken mensen elkaar soms uit voor rotte vis, of garnaal. Dat hoort er allemaal bij, zolang er maar geen geweld aan te pas komt. Laten we in ieder geval hopen dat er meer debat zal plaatsvinden op dit forum, zodat de politieke ideeën van de Antropologische afdeling getoetst worden in de praktijk. Het zou dan ook erg leuk zijn als er in de toekomst meerdere mensen zullen deelnemen aan deze discussie.

  3. @maartendeprez : Ik heb geen stukje gepikt, maar een citaat met bronvermelding geplaatst om dit Cultureel Antropologische blog een beetje in de picture te brengen.

    Jouw beschrijving van etniciteit en identiteit ademt de sfeer van cultuur-relativisme die ik in de jaren 70 zo goed op de VU heb opgesnoven. Het maakt allemaal niet uit, volgens jou. Nederland bestaat niet en de Nederlandse cultuur bestaat ook niet. Ik raadt je aan naar een willekeurig door Antropologen bestudeerd land te gaan, Senegal, Marokko, Tunesie , op het marktplein te gaan staan en te roepen: jullie cultuur bestaat niet en het is allemaal relatief. Ik denk dat je dan hele negatieve reacties gaat krijgen. En ik denk zelfs dat het nooit in je hoofd op zou komen in een ander land te gaan zeggen dat hun cultuur niet bestaat, dan wel dat hun identiteit relatief is.

    Iets ander dat opvalt in jouw reactie is, dat je reageert op stellingen die Wilders helemaal niet formuleert. Wilders roept helemaal niet: Nederland voor de Nederlanders, zoals het Vlaams Belang of vroeger de Centrumpartij. Hij formuleert anti-islam standpunten. Je kan moeilijk beweren dat er geen probleem met de islam in Nederland is. Zelfs Femke Halsema onderkent dat. De oplossing is inderdaad een discussie waard.

  4. @ keesjemaduraatje
    Wat Maarten bedoelt in het eerste stukje van zijn reactie, is dat je een citaat uit mijn stukje gebruikt om iets te verwoorden wat ik helemaal niet heb gezegd.
    Henk en Ingrid zijn niet de Wilders aanhanger. Henk en Ingrid zijn het symbool van de doorsnee Nederlander die door Wilders gebruikt werd in zijn campagne om zijn zaak een gezicht te geven. Het gebruik van een symbool betekent niet dat dat symbool een beschrijving is van de mensen die er gebruik van maken.
    Over de Wilders aanhanger laat ik mij in mijn stukje helemaal niet uit, ik geef enkel een beschrijving van de symbolen die gebruikt worden door Wilders.
    Ik vind het leuk dat je citaat van mij gebruikt voor je weblog. Ik vind het alleen jammer dat je daarmee mij woorden in de mond legt .

  5. @Jethro: bij nader inzien vind ik jouw artikel toch wel goed. Je beschrijft de symboliek die in de politiek wordt gebruikt.
    In zo’n omgeving als de VU gaat het natuurlijk te ver om te schrijven dat Wilders dat heel erg goed doet. Je moet ook aan je wetenschappelijke carriere denken.
    1,4 miljoen mensen voelen zich er wel door aangesproken. Daar moet je even mee leren leven.
    Overigens ik gebruik een letterlijk citaat van jou. Dus ik begrij[p niet hoe dat nou weer een verdraaing kan opleveren.

  6. @ keesjemaduraatje
    Fijn dat je nu hebt begrepen waar het stuk over gaat.
    Ik heb er overigens geen problemen mee om te zeggen dat Wilders goed gebruik maakt van symbolen. Dat zeg ik ook in het laatste stukje.
    Je gebruikt inderdaad een letterlijk citaat, maar je onttrekt daar vervolgens een conclusie aan die niet in het citaat terug te vinden is. Ik beschrijf de symbolen Henk en Ingrid. Maar op een of andere manier trek jij dat door naar dat ik de aanhangers van Wilders sociaal mobiele hardwerkende middenklassers noem. Dat vind ik een beetje een rare conclusie omdat ik dat helemaal niet zeg.

  7. @Jethro: Over die “sociaal mobiele middenklassers”, dat zeg ik dan weer. Ik moet zelf ook nog wat toe te voegen hebben.
    Leren jullie op de VU bij de Culturele Antropologie nog wel een degelijke klassenanalyse te maken? Of is het alemaal etniciteit en identiteit wat de klok slaat?

Leave a Reply to maartendeprez Cancel reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *