Hollandse blues en de Taipei Times

foto door Li-Ji

Door Oscar Salemink Gisteren sloeg ik – genietend van een kop koffie en een Jumbo Stroopwafel Bereid met Roomboter (per stuk te koop bij de Seven Eleven om de hoek hier in Taipei) – de opiniepagina van de Taipei Times open, waar mijn oog viel op een grote cartoon, over ongeveer een derde van de (broadsheet) krant. In de cartoon wandelt een gezin – vader, moeder, kind – over een hangbrug naar een donkere muur met een poort waardoor licht schijnt, en bewaakt.

De ‘vader’ in de cartoon vertoont een opvallende gelijkenis met onze oerhollandse schrijver Kader Abolah. De titel van het artikel is ‘Europe’s complex fear of immigrants’, en is geschreven door ‘one of Holland’s leading writers [who] laments the way that the migrant dream has turned to suspicion on both sides’. De auteur blijkt niet de (besnorde) Kader Abdolah maar de (kalende) Abdelkader Benali, die dit opiniestuk had toegestuurd aan de Engelse krant The Guardian.

Het artikel  behelst een persoonlijk verhaal over zijn kennismaking met het gastvrije Nederland van de jaren tachtig; over de veranderingen in de jaren negentig en vooral sinds 2001; over zijn ongemak – als ‘seculiere’ Nederlander van Berber-Marokkaanse afkomst – met zowel de ‘islamisering’ van de migrantengemeenschap zelf als met het opkomend populisme in Europa.

Dat is oud nieuws voor Nederlanders. Op afstand probeer ik het nieuws een beetje bij te houden: de verWildersing van de Nederlandse samenleving en politiek; de dreigende teloorgang van een politieke partij die haar politieke principes verkwanselt om de machtsgeile ambities van haar nieuwe Leider te realiseren; de teloorgang van onze reputatie in het buitenland; en in schreeuwend contrast een juichend verhaal in de NRC (of was het Volkskrant?) over het feit dat Nederlandse boekrecensenten steeds minder vaak vermelden dat een schrijver een migrantenschrijver is – want we discrimineren toch niet echt! Eerlijk waar! Maar waarom is Abdelkader Benali’s verhaal wereldnieuws in Taipei, en Kader Abdolah’s snor goed voor een reuzencartoon in het verre Taiwan?

Taiwan heeft natuurlijk zijn eigen sores. Het is democratisch maar ook corrupt, zoals in de lokale kranten te lezen valt. Het is zo bureaucratisch dat het Nederland bijna naar de kroon steekt, waardoor buitenlandse arbeidsmigranten als ikzelf – net als in Nederland – tussen wal en schip dreigen te vallen. Het is onvriendelijk voor arbeidsmigranten uit Indonesië, de Filippijnen, Thailand en Vietnam, die de onderklasse bevolken, maar tegenwoordig relatief vriendelijk voor de inheemse Aborigines (van vóór de Chinese kolonisatie) die er nu prominent voor mogen zorgen dat Taiwan een zelfstandige positie kan claimen tegenover de territoriale aanspraken van China. Die territoriale aanspraken leiden overigens tot gevaarlijke oorlogsretoriek en marine-acties, zoals ook blijkt uit de recente aanvaringen tussen China en Japan, en China en Vietnam, over Chinese aanspraken op zo’n beetje alle zee (+ grondstoffen) tussen de Chinese kust en Japan – Okinawa –Taiwan – Filippijnen – Maleisië en Vietnam. Plus de Chinese aanspraken op Taiwan zelf, met een steeds sterker en dreigender Chinees leger, en steeds grotere moeilijkheden voor Taiwan om aan wapens te komen ter zelfverdediging.

Dus waarom Benali in de Tapei Times? Het past in een patroon van gesprekken met vooral vreemden die je als Nederlander gedwongen bent te voeren in Azië. Tot 2002 gingen die gesprekken vooral over voetbal – over Oranje, over Kroeief [Cruyff], Vanbastén en Koeliet [Gullit]. Soms over Philips radio’s die vooral ouderen zich nog herinneren, soms over die mooie bloem toeliep [tulp], soms over Rembrandt en Vincent van Gogh. In 2002 kreeg ik plotseling vragen over Pim Fortwien [Fortuyn] en wat er toch in Nederland aan de hand was? Daarna de moord op Theo van Gogh – een bekende achternaam voor de meesten – en weer de vraag wat er toch aan de hand was in het leuke, vrije, tolerante Nederland dat vooral bekend stond om sex (de Wallen) en drugs (te koop in koffieshops) – zij het minder om rock&roll? En daarna Wilders met zijn wilde uitspraken, zijn wilde haren, zijn Fitna-film, en zijn Moslim-haat. Hoe kan het toch dat zoveel Nederlanders een dergelijke populist volgen, dat ons leuke, kleine, gastvrije landje zo gepolariseerd en verbitterd is geraakt?

Dus bestaan mijn gesprekken nu uit voorzichtige verklaring, voorzichtige verontschuldigingen, voorzichtige pogingen om uit te leggen dat Wilders slechts het standpunt van een minderheid vertolkt. Maar die laatste vlieger gaat niet meer op nu ook de regering is verWilderst, niet alleen tot afgrijzen van oud- en nieuwlinksers, maar ook van een oudere generatie ‘rechtse’ politici die hun morele kompas hebben afgestemd op verzet tegen discriminatie en stigmatisering. Dus sta ik – ondanks de Jumbo Stroopwafels Bereid met Roomboter – langzamerhand met mijn mond vol tanden als mij weer eens om uitleg wordt gevraagd omdat Nederland in  het buitenland in het nieuws is. Waar een klein land groot in kan zijn…

Oscar Salemink is hoogleraar op de afdeling Sociale en Culturele Antropologie aan de VU. Eerder schreef hij ‘Hoe dicht bij huis zit de rot? Over corruptie ver weg en dichtbij’ op Standplaats Wereld. Hij verblijft op dit moment in Taipei, Taiwan.

2 Comments on “Hollandse blues en de Taipei Times”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *