Duivelse kinderboeken?

Door Daan Beekers ‘Fantasie van uw kind ligt onder vuur’, zo kopte het opiniestuk van kinderboekenschrijver Anna van Praag vorige week in De Volkskrant. Hierin stelde ze dat christelijke scholen in Nederland een onevenredig grote invloed hebben op de onderwerpen waarover schrijvers als zij mogen schrijven wanneer ze meewerken aan schoolboeken. Ze vertelt dat ze door de uitgeverij een lijst krijgen aangereikt van thema’s die gevoelig liggen bij protestants-christelijke scholen, met de vraag daar liever niet over te schrijven, of ze minstens in gewenst perspectief te plaatsen. Het gaat om thema’s als kermis, carnaval en disco, evolutietheorie en magie, aantasting van het ouderlijk gezag, echtscheiding en homoseksualiteit.Van Praag heeft er bezwaar tegen ‘dat de christelijke school (zo’n 15 procent van het totaal) dus kennelijk de norm is voor alle scholen.’ Ze schrijft verder:

‘Maar het ergste vind ik dat door dit soort uitgesproken en onuitgesproken codes de verbeeldingskracht van de (inderdaad weerloze) kinderen wordt ingeperkt. Het mooie en het bijzondere aan het kinderbrein is toch juist de grenzeloze fantasie, het vrij kunnen ontdekken in een wereld waarin alles mogelijk is – ook de allerraarste dingen? Wie zijn wij om, in naam van wat voor doctrine dan ook, te beslissen wat voor wezens, situaties, gedachten er in een boek mogen staan?’Overigens neem ik aan dat Van Praag hiermee niet wil suggereren dat ze echtscheidingen of homoseksualiteit zélf zo raar vindt.  De auteur vertelt dat ook haar eigen boeken, zoals Het heksenhotel (over wicca) en Nooit meer lief (over een kind dat ‘absoluut het ouderlijk gezag aantast’), door christelijk-pedagogische organisaties met kritische ogen worden bekeken. Zo wordt op de website van de stichting Bijbel & Onderwijs gewaarschuwd voor de boeken van haar en enkele van haar collega’s, omdat die uiting zouden geven aan ‘de tendens in jeugdboeken om onze kinderen te confronteren met een verheerlijking van het occulte’ (wat trouwens niet wil zeggen dat die mening per se representatief is voor andere christelijke organisaties).

Dit is een interessante kwestie voor antropologen van religie en onderzoekers van religie in de moderne maatschappij. Zo is het opvallend dat in bepaalde overwegend christelijke samenlevingen op een heel andere manier met het occulte lijkt te worden omgegaan. In haar onderzoek laat antropoloog Birgit Meyer bijvoorbeeld zien dat de christelijke populaire cultuur in Ghana wordt gekenmerkt door afbeeldingen van een ‘spirituele oorlog’ tussen God en de duivel. Dit uit zich in ontelbaar veel afbeeldingen van, en verhalen over, de duivel, demonen, het kwaad, en het werk dat die duistere machten zouden verrichten in deze wereld.

Het belangrijke verschil tussen deze christelijke populaire cultuur in Ghana en de weergave van het occulte in Nederlandse kinderboeken is echter dat Ghanese afbeeldingen van duivelse machten, zoals Meyer laat zien, consistent worden opgevolgd door de boodschap van christelijke Verlossing: ‘The point is that evil needs to be visualized so as to be revealed, but this has to happen in the confines of a Christian dualistic structure, which leaves no doubt about the power of the Christian God to overcome the “powers of darkness”’. Het kwaad wordt als het ware ingekaderd en daardoor van haar macht ontdaan (Meyer stelt overigens dat dat niet altijd lukt, maar dat voert hier te ver). Het ontbreken van zo’n christelijke inkadering is denk ik precies wat de Nederlandse schoolboeken problematisch maakt voor een stichting als Bijbel & Onderwijs.

Meer specifiek voor de Nederlandse context is dat de discussie over de kennelijke invloed van christelijke scholen en organisaties op de inhoud van schoolboeken en hun openlijke kritiek op kinderboeken, een strijd blootlegt over de invulling van het publieke domein – in dit geval de school in het bijzonder. De verhouding tussen de seculier-liberale normen die als dominant worden verondersteld in onze samenleving aan de ene kant en de religieuze overtuigingen van een minderheid aan de andere kant, lijken hier te zijn omgedraaid. Als het klopt dat een minderheid van christelijke scholen relatief veel invloed uitoefent op de inhoud van schoolboeken, lijkt dat in te druisen tegen de seculariserende trends van de laatste decennia. Onderdeel van die trends was een toenemende waardering van persoonlijke autonomie en individuele vrijheid van collectieve dwang. Het lijkt inmiddels gemeengoed te zijn geworden dat het individu in staat moet zijn om zijn of haar leven naar eigen inzicht in te vullen.

Tegen die achtergrond is het niet verwonderlijk dat Van Praag vooral geschokt zegt te zijn door de inperking van de verbeeldingskracht van kinderen en van ‘het vrij kunnen ontdekken in een wereld waarin alles mogelijk is’. Het onbehagen van haar en anderen over de invloed van christelijke organisaties op de inhoud van schoolboeken, hangt nauw samen met de liberale normen van persoonlijke vrijheid die centraal zouden staan in onze cultuur en die religieuze sentimenten in de publieke ruimte zouden hebben teruggedrongen. Wat deze discussie dan misschien vooral laat zien is dat de strijd over de invulling van ons publieke domein, ook als het gaat om de juiste presentatie en afbakening van ‘het kwaad’, nog lang niet is uitgevochten.

Daan Beekers is promovendus aan de Afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de VU en doet onderzoek naar geloofsbeleving onder christelijke en islamitische jongeren in Nederland. Hij schreef eerder over evangelicale jongeren en andere thema’s.
About these ads

2 Reacties op “Duivelse kinderboeken?

  1. Pingback: Tweets die vermelden Duivelse kinderboeken? | Standplaats Wereld -- Topsy.com

  2. Hallo Daan

    Hebben kinderen niet juist heel erg behoefte aan grenzen en duidelijkheid want wat is er nu aan een spel dat geen regels kent. Daarnaast zijn Bijbelse geboden ook juist ergens wel heel erg logisch, als je aan het gebod denkt eer uw vader en moeder opdat je dagen verlengt worden, waarbij eren wellicht wordt gedaan door te gehoorzamen. Als je dan normale, goede ouders hebt geven die dan ook niet goede grenzen aan die er dan ook aan bijdragen dat je langer leeft. Denk aan zaken als: let op bij het oversteken, drink niet te veel, gebruik geen drug enzovoorts. Dus die dame mag dit bekrompen vinden maar ik denk dat we dankbaar mogen zijn dat er nog protestants christelijke scholen zijn die kinderen behoeden voor al te veel “veruiming” van het denken.

    Sytze

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s