Andere kijk op de opvang van asielzoekers

Door Floor ten Holder De opvang in Nederland wordt nog altijd vormgegeven door een ‘sober doch humaan’ uitgangspunt. Maar het verenigen van een zowel sobere als humane benadering brengt in de praktijk tegenstrijdigheden met zich mee. Zo is het bijvoorbeeld niet de bedoeling dat asielzoekers tijdens hun wachtperiode teveel integreren, maar worden zij geacht bij het verlaten van het azc met een verblijfstatus, zo snel mogelijk geïntegreerd te zijn. Daarbij zorgt de nadruk binnen het toelatings- en opvangbeleid op het beheersbaar houden van de opvang dat de humane benadering smal blijft ingevuld. Bewoners blijken vooral als asielzoekers benaderd te worden en niet als tijdelijke bewoners met kwaliteiten en talenten die van betekenis voor hun omgeving kunnen zijn.

Afgelopen donderdag 12 april presenteerde ik het rapport “Kleine stappen van grote betekenis: een nieuw perspectief op humane opvang van asielzoekers” in een vol Felix Meritis. In dit onderzoeksrapport staan de verhalen van bewoners en oud-bewoners van asielzoekerscentra (azc’s) in Nederland centraal.

Uit onze interviews met bewoners is naar voren gekomen dat de motivatie om iets van de nieuwe kans in Nederland te maken bij iedereen aanwezig is. Mensen willen graag van betekenis zijn tijdens de wachttijd in het azc. Maar die veerkrachtige en gemotiveerde houding van bewoners moet in de sobere omgeving van het azc tot uiting komen. Er zijn tijdens deze wachtperiode wel mogelijkheden om onbetaald werk te doen en Nederlands te leren, ook is het in beperkte mate mogelijk betaald werk te verrichten of een opleiding te starten. Maar het blijkt dat deze mogelijkheden onduidelijk zijn en weinig gestimuleerd worden.

Opvallend ook is dat mensen in het azc graag contact willen hebben met Nederlanders. Maar door een taalbarrière, een gebrek aan sociale gelegenheden waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en ervaren beeldvorming van asielzoekers blijkt  het erg lastig het contact ook daadwerkelijk te leggen.

Uit de interviews blijkt dat er wel degelijk mogelijkheden zijn binnen de huidige situatie die nu nog niet benut worden, maar wel kansen bieden om kracht en motivatie onder bewoners in stand te houden. Om te beginnen zouden de bewoners anders benaderd kunnen worden. Nu worden zij aangesproken op één aspect van hun identiteit, namelijk als asielzoeker met een negatieve beladenheid van hun ‘non-status’. Een humaner beleid begint door individuen als mens te zien vanuit hun veelzijdigheid waardoor zij ook als vader, moeder, timmerman, ingenieur, of op andere talenten worden aangesproken die van betekenis kunnen zijn voor hun leefomgeving.

Ook zou er ruimte gemaakt kunnen worden voor het ontstaan van sociale verbindingen. Contacten zorgen voor steun, afleiding en kunnen nieuwe mogelijkheden zichtbaar maken. Het faciliteren van sociale bijeenkomsten zoals feesten waar bewoners en omwonenden elkaar kunnen ontmoeten zou al een kleine stap van grote betekenis kunnen zijn.

Verder zou er meer nadruk moeten komen op het belang van zinvolle dagbesteding. Bewoners willen zich graag nuttig maken, maar daarvoor is het nodig hen weer eigenaar te maken over de invulling van hun dagelijks leven. Een kleine stap hierbij is het inzichtelijk en concreet maken van welke mogelijkheden er zijn in de buurt van het azc. 

Het gaan voorzien in deze voorwaarden kan leiden naar het hervinden van eigen kracht en verbindingen met de omgeving. Dit maakt een opvang mogelijk die zowel de asielzoekers zelf als de samenleving in zijn geheel op den duur meer winst oplevert.

Floor ten Holder werkt als junior onderzoeker en docent aan de afdeling Organisatiewetenschappen van de Vrije Universiteit. De aanjager van het onderzoek is het project De Werkelijkheid: zij werken vanuit een visie dat Nederland anders om zou kunnen gaan met asielzoekers en vluchtelingen, namelijk op een manier waarbij hun krachten en talenten overeind blijven, zichtbaar zijn en anderen in de samenleving kunnen inspireren. Het onderzoek is uitgevoerd door Marije de Boer (BSc) en Floor ten Holder (MSc) onder begeleiding van Prof. dr. Halleh Ghorashi in het kader van de bijzondere leerstoel Management van Diversiteit en Integratie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *