Philips en antropologie

 

Singapore (picture by jjcb)

Door Freek Colombijn Eerder schreef ik over het Philips Center for Health and Well-being. Dit centrum is een kleine afdeling in Philips, die strategische studies verricht, met input van twee denktanks. De denktank waar ik sinds twee jaar deel van uitmaak houdt zich bezig met leefbare steden. Welke factoren maken een stad leefbaar en hoe is de leefbaarheid te bevorderen?

De eerste bijeenkomsten bogen we ons over de vraag wat de kenmerken zijn van een leefbare stad. Drie factoren hebben we onderscheiden in het AIR model. De A staat voor Authenticity. Authenticiteit is een lastig begrip in de antropologie, maar de denktank bedoelt ermee dat steden iets herkenbaars moeten hebben, zodat de bewoners zich in de stad kunnen oriënteren en zodat ze iets hebben om trots op te zijn. De I staat voor Inclusiveness, het ideaal dat iedereen -ongeacht gender, leeftijd, religie of etniciteit- een plek moet kunnen krijgen in de stad. Voor mij is dit het meest moeilijke punt in het AIR model. Terwijl ik me wel steden kan voorstellen die iets authentieks hebben, bestaat er volgens mij geen samenleving die geen enkele groep marginaliseert. De R staat voor Resilience, het vermogen om je opnieuw uit te vinden als de (economische) omstandigheden een stad daartoe dwingen.

De denktank wil nu een stap verder gaan en heeft een zelfevaluatie-formulier ontworpen, dat stadsbesturen, ondernemers en NGOs ertoe moet aanzetten na te denken over de vraag hoe leefbaar hun stad is en waar ruimte is voor verbetering. Voor mij als antropoloog is deze fase in de ontwikkeling van de denktank een moeilijke. Terwijl ik graag meedacht over de vraag waarom sommige bestaande steden leefbaarder zijn dan andere, heb ik grote moeite om stadsbewoners te vertellen hoe ze hun steden idealiter moeten inrichten. De antropoloog, zeker als die verbonden is aan een universiteit, is veel meer getraind om te luisteren en te analyseren, dan om top-down te vertellen wat er moet veranderen. Juist omdat ik dit een moeilijke fase vind, is de overgang van analyse naar beleidsimplementatie voor mij interessant.

Een praktisch punt is het vinden van een stad waar we de zelfevaluatie als pilot kunnen laten uitvoeren. Aanvankelijk dachten we aan Chengdu, een miljoenenstad in China. Toen echter een ambtenaar uit Chengdu het zelfevaluatie-formulier onder ogen kreeg om dat te vertalen van het Engels naar het Chinees, gaf hij aan dit niet te kunnen doen. Als hij de vragen over Inclusiveness (mannen en vrouwen, Han Chinezen en Tibetanen hebben gelijke rechten en gelijke kansen?) zou vertalen, zou hij ogenblikkelijk gestraft worden met ontslag. Een andere stad vinden die de zelfevaluatie wil uitproberen is lastig, omdat een aantal stadsbesturen blasé lijken te zijn geworden. Er komen teveel organisaties langs die de steden vertellen hoe het moet. Bescheidenheid is op zijn plaats.

Intussen blijf ik moeite hebben met de luxe waarin de denktank opereert. De laatste bijeenkomst vond plaats in het Shangri-La hotel in Singapore. Ik word van het vliegveld afgehaald in een limousine, waarvan het portier naast mijn zitplek 14 verschillende knopjes telt. Ik heb geen idee waar ze allemaal voor dienen, maar probeer met succes eentje uit die het zonneschermpje ophaalt. Het ontbijtbuffet is zo krankzinnig uitgebreid dat er wegwijzers zijn geplaatst naar de verschillende delen: het continentale ontbijt, het Chinese eten, het Maleise eten, het Indiase eten, het Engelse ontbijt, de fruitbar, het yoghurt buffet, enz. We worden gedurende de dag een voor een even uit de bespreking gehaald om voor de camera geïnterviewd te worden. De filmpjes komen op de website van het Philips Center for Health and Well-being, maar ik vraag me af hoe onoprecht het overkomt als ik praat over leefbare steden in een duurzame wereld, met op de achtergrond de lounge van een energie- en waterslurpend 5-sterren hotel. Ik voel me dan beter thuis op mijn volgende bestemming van deze reis, een eenvoudige stadswijk in Indonesië, waar de bewoners zelf afval scheiden en van de schillen compost maken om door de hele wijk planten in potten op te kweken.

 Voor de resultaten van de denkdank, ga naar www.philips-thecenter.org.

Freek Colombijn is als antropoloog verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de Vrije Universiteit. Op Standplaatswereld berichtte hij verschillende malen onder andere over zijn onderzoek in Indonesische steden.

 

About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s