De wereld van verontruste universiteitsmedewerkers

 

door Freek Colombijn De publieke sector in Nederland moet steeds meer werken volgens (neo)liberale principes. Dat deze sector (ziekenhuizen, scholen, bibliotheken, musea, enz.) zuinig en efficiënt met publieke middelen om moet gaan spreekt voor zich. Maar het marktdenken wordt te ver doorgevoerd, terwijl niet alles in termen (of juister: cijfers) van economisch nut kan worden uitgedrukt. Wat is het nut van een mooi schilderij in een gemeentelijk museum? Dat het helpt een aantrekkelijk investeringsklimaat te scheppen voor buitenlandse bedrijven, waarvan de managers in een stad met world-class voorzieningen willen wonen?

Het neoliberale denken houdt ook het universitaire onderwijs in zijn greep. Zijn universiteiten er volgens de overheid om studenten te helpen zich te vormen (hun Bildung) of om werknemers (‘human capital’) voor het Nederlandse bedrijfsleven klaar te stomen? In de strategische planning van universitaire bestuurders lijkt de mens in student of medewerker verdwenen achter outputcijfers, creditpoints, rendementscijfers en rankings. Op de Vrije Universiteit heeft een groep van Verontruste VU-ers zich georganiseerd uit verzet tegen het marktdenken. In dit stuk wil ik voorbeelden uit de praktijk geven van het soort mismanagement waar Verontruste VU-ers zich zorgen over maken. Een kijkje in de alledaagse wereld van  universiteitsmedewerkers.

Studenten politicologie volgen al jaren naar volle tevredenheid het vak Mondiale Geschiedenis. Het vak wordt door een antropoloog gegeven, ook voor antropologie- en sociologiestudenten, en is voor velen een eye-opener vanwege de niet-eurocentrische benadering van de opkomst van Europa. Het vak leent zich goed voor een grote groep studenten, want het college is een beetje theater en het vak wordt afgesloten door een multiple choice tentamen, waarbij grote aantallen studenten geen probleem zijn. Om schaalvergroting te verkrijgen moet Politicologie echter opgaan in een nieuwe opleiding: Politicologie en Bestuurswetenschappen. Mondiale Geschiedenis past niet meer in het nieuwe curriculum, maar -wederom vanwege gewenste schaalvoordelen- moeten de studenten Politicologie en Bestuurswetenschappen wel verplicht een ander vak afnemen van de afdeling antropologie. Politicologie en Bestuurswetenschappen heeft gekozen voor het vak Development and Globalization, een inleiding op de problemen van ontwikkelingslanden.

Development and Globalization is veel minder geschikt voor de politicologen dan Mondiale Geschiedenis, zeggen ook de politicologiestudenten die het als keuzevak, dus uit pure interesse, volgen. De docent gebruikt voor Development and Globalization expliciet een antropologische invalshoek, die voor politicologen minder de moeite waard is. Bovendien is dit college veel minder eenrichtingsverkeer van docent naar student, want het onderwerp vraagt bij uitstek om veel discussie in de collegezaal. Studenten krijgen meer schroom zich in de discussie te mengen als er  een fikse groep studenten extra bijkomt. Bovendien wordt dit vak afgesloten met een tentamen met open vragen én een essay waarin studenten onderbouwd over een zelfgekozen thema een mening moeten formuleren. Een multiple choice tentamen als bij Mondiale Geschiedenis kan zonder extra werkdruk door een onbeperkt groot aantal studenten gemaakt worden, maar veertig extra studenten die open vragen en essays maken brengen twee dagen extra correctiewerk met zich mee. Kortom, door de gedwongen schaalvergroting krijgen de politicologen een vak dat ze niet willen, krijgen de antropologen (en andere studenten) van Development and Globalization een slechter vak dan voorheen (namelijk met moeizamer debat) en wordt de docent overbelast bij het nakijken. Om de werkdruk tegen te gaan kan hij niet anders dan tijd te besparen op de inhoudelijke voorbereiding. De docent, u begreep het al, ben ik.

In de week dat het bovenstaande besluit viel, circuleerde op onze afdeling een column van de antropoloog Thomas Eriksen over twee typen universitaire medewerkers. Het type dat succes heeft met extern onderzoeksgeld binnen te halen, maar zich verder overal afzijdig van houdt, liefst thuis werkt en op de universiteit de deur letterlijk en figuurlijk voor anderen dicht houdt. En het type dat tijd neemt met studenten na college door te discussiëren, gul gastcolleges voor collega’s geeft en bereid is manuscripten voor peer-review te beoordelen. Idealiter heeft een universitaire medewerker iets van beide, maar weinigen is dat gegeven. Zelf sleep ik in ieder geval geen bakken onderzoeksgeld binnen.

Nog steeds in dezelfde week sprak ik een uur met een student van de Technische Universiteit Eindhoven en een half uur met een student van de Landbouwuniversiteit Wageningen omdat ze mijn advies vroegen over hun masteronderzoek. Ook sprak ik anderhalf uur met de partner van een van mijn studenten, omdat hij een architectenbureau heeft en benieuwd was naar mijn onderzoek naar leefbaarheid in de stad. Ik was ook nog zonder vergoeding een aantal uren kwijt aan de redactie van een academisch tijdschrift!

Deze week werd tenslotte ook het bestuursvoornemen bekend om onderzoekstijd afhankelijk te maken van binnengehaald onderzoeksgeld. Ik lijk dus wel gek dat ik tijd besteed aan studenten uit Eindhoven en Wageningen, aan de partner van en aan een academisch tijdschrift (ook al verschijnt het meer dan anderhalve eeuw en heeft het in sommige landen de A status). Als bij mij meer onderzoekstijd wordt afgenomen, pak ik die straks wel terug door te weigeren gastcolleges te geven, manuscripten van anderen te beoordelen of nog een fractie meer onderwijs te geven dan mijn formele taak voorschrijft.

Ik ga alleen nog voor mezelf, Want dat is toch wat moet volgens de liberale theorie? Maar of de universiteiten van zulk calculerend gedrag beter worden?

Freek Colombijn is hoofddocent sociale en culturele antropologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. In zijn onderzoek richt hij zich onder andere op sociale ongelijkheid in steden, milieubewustzijn en consumptiegedrag in Indonesië. Op Standplaatswereld verschenen verschillende blogs van zijn hand. Collega’s schreven eerder over de zorgen rondom de bezuinigingen en reorganisatieplannen in het hoger onderwijs voor Standplaatswereld.

2 Comments on “De wereld van verontruste universiteitsmedewerkers”

  1. My parents, aunts and uncles attended university in the 60’s,70’s and 80’s. During their time at university, they were expected to learn as much as they could about the world in they lived in and around them. They did this by learning how to think critically and analytically, diversify their knowledge ( My father is an accountant and was able to study anthropology for a semester) gain non-formal educational/ transferrable skills and eventually become contributors to the society in a forward thinking manner.
    Fast track time to 2012, as a student i am stripped from the overall experience of what a university education should be (in my humble opinion).
    Universities have now become businesses where the overall goal is to spit out production ready members of society. As students we (my opinion once again) are now expected and required to become efficient academic soldiers ready to produce produce produce and produce some more for this capitalistic society..

    University education should be value adding for the students, teachers and society.

    I am starting to dislike the new form of education so I am frankly very glad to know that you still make time for students and your peers without expecting anything in return.

    Nicky

  2. populaire denkfout over vermeende effectiviteit van neoliberalisme. neoliberalisme is niet alleen inhumaan; het is ook ontzettend ineffectief.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *