“Antropologie is niet voor bange mensen.” Verslag van het afscheidsseminar van Edien Bartels

foto's Marije Koudstaal

 
foto’s Marije Koudstaal

Door Elizabeth Marteijn, mmv Monique van der Hoef
Een ode aan dr Edien Bartels en 43 jaar onuitputtelijke inzet voor de antropologie aan de VU; daar ging eigenlijk het seminar Brandende kwesties: de relevatie van de antropologie voor de samenleving over. Langzaam druppelen de gasten binnen, familie, collega’s, vrienden en studenten, allen komen zij vrijdagmiddag 15 februari naar het Metropolitan gebouw waar van 14.00 uur tot 18.00 uur het afscheidsseminar van Edien Bartels plaatsvond. Omdat Bartels veel ‘brandende kwesties’ – conflicten met een culturele achtergrond – heeft onderzocht, is dit het thema van het seminar. Drie sprekers uit alle fasen van Bartels’ carrière hielden een voordracht en als kers op de taart legde Bartels het publiek nog eenmaal uit waarom antropologie het laboratorium is voor studie en onderzoek naar de wereld.

anton

De eerste spreker is prof. dr. Anton van Harskamp, die vooral ingaat op religie en de vraag stelt waarom dit een brandende kwestie is. We leven in een tijd waar religie nog slechts aan de rand van de samenleving voorkomt en haast geen rol van betekenis speelt. Waarom maken we ons dan zo druk over religie en religieuze praktijken? Wij koppelen religie aan de multiculturele samenleving en dus aan de islam. In Nederland hebben we moeite met de islam door onze seculiere inslag, waardoor we onderwerping aan deze vorm van religie niet voor kunnen stellen. Er wordt veel onderzoek naar de ‘ander’ gedaan, zoals de islam, maar nog nooit is gekeken waarom in Nederland het seculiere is doorgeslagen. Van Harskamp voegt hier kritisch aan toe dat het seculiere en religieuze niet zonder elkaar kunnen. Hij roept in dit verband op dat antropologen zich ook moeten richten op het seculiere- de antropologie van het seculiere – als zij relevant wilt blijven. Misschien dat we dan begrijpen waar ons probleem met religie vandaan komt.

martijndek

De volgende spreker is Bartels’ voormalige promovendus dr. Martijn de Koning. Hij opent zijn lezing met een persoonlijke ervaring met Bartels dat zij zijn ‘wetenschappelijke moeder’ is. Niet alleen de interesse en betrokkenheid van Bartels dragen hieraan bij, maar ook de overeenkomst dat zij de enige is die – net als zijn moeder – nog op de vaste telefoon belt. De Koning richt zich op twee thema’s, de brandende kwestie van de islam in het Westen – zijn specialisatie – maar ook op de rol die antropologen in het publieke debat innemen. De Koning maakt volop gebruik van social media in zijn onderzoek: 1) twitter voor de snelle berichtjes 2) Facebook voor het onderhouden van contacten met respondenten en 3) zijn blog Closer voor het politieke commentaar, veldwerkverslagen en wetenschappelijke wetenswaardigheden. De keuze voor een bepaald medium heeft zijn consequenties. Een boodschap belandt nooit op neutraal terrein, maar in een langdurig debat waarin de posities al ingenomen zijn. Interessant en enthousiasmerend is dat je onderzoeksgroep terug praat in het publieke debat, een nieuwe manier waardoor antropologen steeds meer kunnen leren van hun onderzoeksgroep. Zorgvuldigheid in taalgebruik is noodzakelijk, maar, zo besluit hij zijn betoog, ‘antropologie is niet voor bange mensen.’

oka

Tot slot was het woord aan  MSc Oka Storms die de brandende kwestie het neef-nicht huwelijk in Nederland onder de loep nam. Als promovenda doet zij samen met Bartels en een interdisciplinaire groep onderzoek naar consanguïniteit. In Marokko wordt een neef-nicht huwelijk gezien als een vanzelfsprekend huwelijkspatroon met veel voordelen. In de Nederlandse samenleving wordt deze huwelijksvorm geassocieerd met incest, kinderen met een beperking en gedwongen huwelijken. Uit onderzoek is gebleken dat in het populaire debat het risico op kinderen met een beperking bij dit type van huwelijk hoger wordt ingeschat dan het in werkelijkheid is. Feitelijk ligt de kans op 2-3 % hoger risico, vergelijkbaar met de kans dat vrouwen boven de 35 jaar een kind krijgen met een beperking. Dit vraagstuk zou maatschappelijk uitgewerkt kunnen worden door voorlichting, maar niet door het neef-nicht huwelijk te verbieden. Dat niet iedereen gecharmeerd was van de onderzoeksresultaten, werd onder andere duidelijk door een artikel op GeenStijl, als reactie op een publicatie in Trouw van de onderzoekers en de kritiek van Elma Drayer. Storms sluit af met de volgende stelling: ‘Hoe kun je – maatschappelijk relevante – onderzoeksresultaten naar buiten brengen binnen dit gepolitiseerde debat?’

publiek

De discussie start met een opmerking van Van Harskamp dat antropologen als wetenschappers afstand moeten nemen van politisering. De vraag is of dit kan en hoe dit moet. Een aanwezige uit het publiek komt met het inzicht dat antropologie objectief moet zijn. Of, zo stelt een ander de vraag, moeten wetenschappers niet in de eerste plaats politisering doorzien en inschatten hoe een boodschap in de maatschappij landt? De Koning is van mening dat een wetenschapper zich niet kan onttrekken aan het debat. Je wordt er in feite in gezogen, aldus Storms. De filosoof uit het onderzoeksteam verbaast zich over het discussieonderwerp, een antropoloog heeft altijd een subjectief element in zijn onderzoek en wil altijd iets terug brengen naar de onderzoeksgroep. De antropologen uit het gezelschap beamen dit, een antropoloog is altijd verweven in en met de samenleving.

Het hoogtepunt van de middag is de afscheidslezing van Edien Bartels. Zij gaf het publiek een masterclass Antropologie als laboratorium voor onderzoek naar de wereld, want zo allesomvattend is antropologie, de hele wereld past erin en het is alles en overal. Bartels zoekt antwoorden op de vraag wat de relevantie is voor de samenleving van antropologie als wetenschap. Antropologie werd al als relevant gezien voordat de geografische horizon van de mens van lokaal naar nationaal verschoof. Nu lijkt deze relevantie echter geminderd te zijn; mensen hebben al een brede geografische horizon en hebben daarom het idee dat ze het al weten. Antropologie moet niet alleen relevant zijn voor haar studenten, maar ook voor de maatschappij. Willen antropologen dit doel bereiken, dan moeten ze een andere strategie ontwikkelen. Hierop heeft Bartels twee antwoorden, enerzijds valorisatie en anderzijds  interdisciplinaire samenwerking. Valorisatie heeft een lange traditie in de antropologie en lijkt een makkelijke vaarroute voor deze wetenschap. Wat antropologen moeten vernieuwen aan hun handelingswijze is het streven naar meer interdisciplinair onderzoek. In een tijdperk van epistemologische pluralisme zijn antropologen met hun holistische benadering daarvoor prima uitgerust, stelt Bartels. Wanneer antropologen participeren in brede onderzoeksteams, is het voorbestaan van antropologie gewaarborgd.

Met deze woorden sluit Bartels niet alleen haar lezing, maar ook het seminar af. Bartels krijgt dankwoorden van verschillende collega’s waaruit blijkt dat men haar zeer waardeert. Ze zal worden gemist op de afdeling. Ook ik als student zal haar niet zomaar vergeten. De eerste lessen in de antropologie, de eerste pogingen tot wetenschappelijk denken en de beginselen van het wetenschappelijk schrijven heeft speciaal zij mij bijgebracht. Ook ik ben haar dank verschuldigd en wil dat bij deze graag aan haar overbrengen!

Elizabeth Marteijn en Monique van der Hoef zijn derdejaars studenten Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan de VU.
De tekst van de lezing van Edien Bartels is beschikbaar op de website van Sociale en Culturele Antropologie.

One Comment on ““Antropologie is niet voor bange mensen.” Verslag van het afscheidsseminar van Edien Bartels”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *