Zelfplagiaat in de wetenschap

Fklickr: Counter-Point
Fllickr: Counter-Point

Door Freek Colombijn.  ‘Het adagium “wie schrijft die blijft” heeft geleid tot een stortvloed van half-doordachte of zichzelf herhalende publicaties waarin de lezer verdrinkt. Om het aanbod van wetenschappelijke literatuur te beperken en de kwaliteit te verhogen zouden wetenschappers in beginsel niet meer dan één publicatie per jaar moeten afleveren.’

Dit was stelling 8 bij mijn proefschrift, nu twintig jaar geleden verdedigd (Colombijn 1994). Ik geef de bron er voor de zekerheid maar bij, om elke suggestie van zelfplagiaat te vermijden. Afgelopen week is de VU sterhoogleraar Peter Nijkamp beschuldigd van zelfplagiaat. In zijn topjaar publiceerde hij meer dan honderd artikelen, vaak samen met anderen, en om wat sneller klaar te zijn, schijnt Nijkamp copy-paste hele fragmenten uit eerdere publicaties te hebben overgenomen.

Zelfplagiaat beweegt zich in een grijs gebied tussen het voortbouwen op je eigen eerdere publicaties (toegestaan, misschien zelfs wenselijk) en het publiceren van je eigen werk alsof het nieuw is (over de schreef). Afgaande op de krantenberichten, is Nijkamp ver over de schreef gegaan, maar de zaak wordt nog nader onderzocht, dus laten we hier niet oordelen.

Mijn stelling 8 had echter geen zelfplagiaat in gedachten (ik was nog jong en onwetend van het bestaan van dit fenomeen), maar de overdaad aan overbodige publicaties. Professor Claessen, de begeleider van mijn doctoraalscriptie, stelde dat je voor een kandidaatsscriptie veel over het onderwerp moest hebben gelezen, voor je doctoraalscriptie héél veel en voor je dissertatie álles. Doordrongen van deze wijsheid probeerde ik voor mijn dissertatie alles te lezen en werd moedeloos van de enorme hoeveelheden literatuur. Sindsdien is de wetenschappelijke productie exponentieel gestegen en moet het overdadige aanbod van literatuur alleen maar overweldigender zijn geworden. Wie meerdere artikelen van dezelfde auteur leest, ontdekt regelmatig dat die artikelen half met elkaar overlappen en er dus veel Peter Nijkamps in het klein zijn.

Dáár ging mijn stelling 8 over. Dus los van de vraag of Peter Nijkamp schuldig is aan zelfplagiaat, bevatten die 100+ artikelen uit een jaar werkelijk allemaal een nieuw, bruikbaar en uitgewerkt idee? Ook als hij keurig elke keer als bron zijn eigen eerdere werk zou hebben aangehaald, is deze vorm van recyclen onwenselijk. Onze zoekmachines en (digitale) bibliotheken raken zo verstopt met nutteloze stukken, die niets toevoegen aan wat al bekend is. Veel beter is het al je tijd en creativiteit te stoppen in een werkelijk goed doortimmerd en origineel artikel. Alleen uitzonderlijk getalenteerde wetenschappers zouden nog aan een tweede artikel in een jaar mogen werken.

Zelf kom ik niet snel in de verleiding van zelfplagiaat, omdat ik meestal niet helemaal, of helemaal niet, tevreden ben met mijn eerdere werk. Maar als ik stelling 8 teruglees, denk ik dat ik als jonge antropoloog feilloos de vinger op een zere plek in de wetenschap had gelegd. Stelling 8 is een gedachte die het waard is bij deze één keer herhaald te worden!

Freek Colombijn, Patches of Padang: The history of an Indonesian town in the twentieth century and the use of urban space, Leiden: CNWS, 1994.

Freek Colombijn is als universitair hoofddocent verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de VU. Hij is een actieve blogger op StandplaatsWereld.

5 Comments on “Zelfplagiaat in de wetenschap”

  1. Goed punt, Freek! Om die publicatiedrift in te dammen is het wel nodig dat we iets doen aan de geïnstitutionaliseerde prikkels om z.v.m. te publiceren. Bij de evalutatie van onderzoekers zou niet kwantiteit maar kwaliteit leidend moeten zijn.

  2. Voor onderzoeksvoorstellen gelden al beperkingen – zo mag je bij NWO-MAGW maar 1 voorstel in behandeling te hebben. Terwijl het eigenlijk nogal onlogisch is dat je de ideeënkant beperkt, en de outputkant stimuleert. Dat is een perverse formule voor een enorme stroom publicaties op basis van een afgeknepen instroom. Maar zo is er wel meer mis in de wetenschap. Overigens publiceert Nijkamp met veel verschillende co-auteurs, die doorgaans origineel werk leveren. Dat is een netwerkformule om veel te publiceren zonder overlap. Apart fenomeen, maar in principe niets mis lijkt me zo, als de co-auteurs daar belang bij hebben.

  3. Mee eens dat er gewoon veel onnodige publicaties zijn en dat de audit culture ons daartoe dwingt dat er nog meer wordt. Andererzijds vind ik dat het recycleren van eigen gedachtegoed, hoe saai dan ook, geen misdrijf is. Als ik zorgvuldig mijn woorden verander maar de zelfde idee veel keren verkoop, pleeg ik dan geen zelfplagiaat? Kortom, ik vind deze kwantitatief gedreven heksenjagd juist een stap verder in de verkeerde richting, veroorzaakt door de zelfde perverse prikkels als ideeenrecycling zelf. Of iemand een goede onderzoeker moet op een andere manier worden geevalueerd, niet door publicaties- of nu woordentellingen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *