Koerden in Den Haag: “Ik word gek, ik moet demonstreren”

Koerden demonstreren tegen de aanvallen van IS op de Koerden in Syrië

Door Emine Igdi. Afgelopen vrijdag, 10 oktober, komt voor de zoveelste keer een groep Koerden in Den Haag bijeen om te demonstreren tegen de aanvallen van IS (Islamitische Staat) op de Koerden in Syrië. Ik loop naast een Koerdisch-Nederlandse jongeman van begin 20. Ik ken hem al van de tijd dat hij nog naar de basisschool ging. Wij woonden in dezelfde buurt en ik paste af en toe op hem en zijn broertje. Zijn ouders hebben nooit in Koerdistan gewoond, hij evenmin. Het verbaast me om hem daar te zien, terwijl hij in collegebanken had moeten zitten. Naar aanleiding van mijn vraag wat hij daar doet, zei hij: “Iedereen die tegen IS is, moet hier zijn.” “Want”, zo vervolgt hij, “IS pleegt gruwelijke daden tegen de mensheid. Mijn betrokkenheid komt niet voort uit het feit dat ik een Koerd ben. Ik zou ook demonstreren als IS een ander volk had aangevallen. Ik ben tegen IS.” Hij wil er met zijn aanwezigheid voor zorgen dat er aandacht is voor de door IS belegerde Koerdische stad Kobani (een Koerdische stad in Syrië), zodat de Koerdische strijders in het verzet internationale ondersteuning krijgen. Een andere betoger (49 jaar oud) zei: “Het gaat de Koerden niet lukken om een relatief groter en moderner leger van IS tegen te houden. De Koerden hebben weinig wapens en die wapens zijn ook oud.”

Demonstratie in het centrum van Den Haag

Voordat wij onze mars door het centrum van Den Haag mogen voortzetten, moeten wij een poosje achter het Centraal Station wachten. De organisatoren overleggen met de politie die voor onze veiligheid moet zorgen. Ik zit tussen twee mannen in die ik uit Amsterdam ken. Eén van hen is er helemaal klaar mee. Zijn broer is arts en helpt de vluchtelingen die de Turks-Koerdische grens zijn overgestoken. Hij hoort dagelijks hoe zwaar de vluchtelingen het hebben. Hij slaapt slecht, hij is bijna de hele nacht wakker en is gefrustreerd dat de IS Kobani heeft belegerd en dat op internationaal niveau er nog weinig gebeurt. Hij is bang dat er een massamoord voor de ogen van de wereld plaats zal vinden. Zijn machteloosheid verandert in frustratie en slapeloze nachten. Maar hoe komt het dat hij, die in Turks-Koerdistan geboren en getogen is en een goed leven in Nederland heeft opgebouwd, zich zo betrokken voelt bij dit conflict? “Snap je niet dat Koerdistan een land is en dat de grenzen die na de Eerste Wereldoorlog getrokken zijn geen betekenis voor ons hebben? Weet je niet dat de mensen die bij de Turks-Syrische grens wonen, nog steeds families hebben aan beide kanten van de grens? Zou je je niet zorgen maken om de mensen die door een groep barbaren wordt omsingeld en worden gedood? Trek je je niets aan van het lot van de Koerdische vrouwen die nu seksslavinnen zijn van IS barbaren.”

Ik snap het wel, maar toch moet ik deze vragen stellen voordat ik iets op het papier zet. Het is moeilijk om uit te leggen dat ik met twee petten op aan de demonstraties meedoe. Aan de ene kant ben ik de antropologe die de situatie observeert en aan de andere kant ben ik van Koerdische afkomst die dezelfde zorgen deelt. Mijn familie woont aan beide kanten van de grens. Mijn familie in Syrisch Koerdistan is al lang geleden uit elkaar gedreven. Sommigen zijn de grens overgestoken en wonen nu bij de familie aan de Turks-Koerdische kant. Sommige familieleden zijn in vluchtelingkampen in Iraaks Koerdistan terechtgekomen. Sommigen hebben het tot mijn verdriet niet gered om in een ander land een bestaan als vluchteling op te bouwen. Zij leven niet meer.

In mijn geboortestad Cizre (aan de Syrische grens) zijn al sinds een aantal dagen rellen uitgebroken, net als in een heleboel andere Koerdische steden in Turks-Koerdistan. Want deze Koerden, die zich betrokken voelen bij het lot van de Syrische Koerden, geloven heilig in de bemoeienis van Turkije in het conflict. Volgens de Koerdische media heeft Turkije IS-leden langdurig ondersteund. Op de sociale media worden foto’s van Turkse soldaten met IS-leden aan de grens verspreid, waarop je kunt zien hoe beide partijen vriendschappelijk met elkaar omgaan. Deze Koerden willen ook dat er een humanitaire corridor vanuit Turkse grens wordt geopend, zodat de Koerden in Kobani de nodige ondersteuning tegen IS krijgen. Turkije heeft haar eigen agenda en is nog niet akkoord gegaan met de wensen van de Koerden. Als gevolg hiervan zijn sinds een aantal dagen in vele Koerdische steden en in een aantal Turkse steden rellen uitgebroken. Dit heeft 41 mensen het leven gekost, ruim duizend mensen zijn gewoond geraakt en ruim vierduizend mensen zijn gearresteerd. Deze ontwikkelingen worden door heel veel Koerden op de voet gevolgd. Dat heeft ook geresulteerd in een omvangrijke demonstratie in Düsseldorf, Duitsland, waar tienduizenden Koerden zich hebben verzameld om aandacht te vragen voor het conflict.

Ik zit op zaterdag 11 oktober in een auto op weg naar de bijeenkomst in Düsseldorf. Twee jonge mannen en een jonge vrouw rijden ook mee. De vrouw is geboren en getogen in Nederland: een Nederlandse jongedame met een Koerdische vader en Turkse moeder. Ze discussieert heel vaak met Turken en Nederlanders via twitter: “Sommige mensen denken dat het een Koerdisch probleem is en dat je het probleem maar ter plaatse moet oplossen. Nee, dit is een probleem die ons allemaal aangaat. Hoe kan ik thuis zitten en doen alsof niets aan de hand is, terwijl dat allemaal plaatsvindt? Vandaag plegen ze deze gruwelijkheden in Koerdistan maar morgen plegen ze die hier. Wij moeten het probleem bij het begin aanpakken.”

unnamed (2)
Demonstratie in Den Haag

Als we in Düsseldorf arriveren zie ik een heel lange mars van mensen versierd met Koerdische vlaggen en kleuren. Veel mensen lopen met foto’s van mensen die in Kobani zijn omgekomen. Ze schreeuwen keihard “hi hoi internationale solidariteit” en nog meer andere leuzen. Indrukwekkend om zo een grote groep bij elkaar te zien. Tijdens de demonstratie praat ik met een vrouw van in de 30. Ze moet bij de demonstratie zijn, omdat zij zich anders enorm schuldig en ellendig zou voelen. Nu heeft ze tenminste het gevoel dat ze iets aan het doen is. Een andere dertiger gelooft niet in de kracht van de demonstraties, maar ze komt toch. “Ik kom voor mezelf. Ik word gek van het thuis zitten en van het nieuws in de gaten te houden. Daar in Kobani gaan mensen dood en ik zit hier rustig in mijn huis! Dat kan niet! Als ik demonstreer ben ik onder mensen die hetzelfde denken en voelen als ik. Ik kan tenminste met iemand mijn gevoelens delen. Ik kan de frustratie van me af schreeuwen. Thuis kan dat niet.” Deze uitspraken hoor ik laatste tijd vaker. Afgelopen dagen las ik berichten op Facebook als “Kobani slaapt niet, dus wij slapen ook niet.”

Op de terugweg van Düsseldorf naar Nederland zit ik weer met hetzelfde gezelschap in de auto. Ze zijn blij dat zoveel mensen deelnamen aan de demonstratie. Ze hadden gehuild toen Salih Muslim, de leider van de Koerdische strijders in Kobani, een toespraak hield. Volgens hen was het een zeer emotionele toespraak waardoor zij hun tranen niet meer konden inhouden. Muslim zei “ dat hij zich tot de laatste mens in Kobani zal verzetten tegen de vijanden van de mensheid”. Dat had hen geraakt. Ze waren extra emotioneel, omdat de zoon van Muslim een aantal maanden geleden was omgekomen tijdens de strijd. Ze vonden het knap dat Muslim – ondanks zijn verlies – nog in staat was een toespraak te houden en zo krachtig was opgekomen voor zijn mensen. De leden van mijn gezelschap vinden het bijwonen van een demonstratie het minste wat ze kunnen doen; de mensen in Kobani verzetten zich met hun leven tegen IS.

Emine Igdi, cultureel antropologe en werkt als project coördinator en studentenbegeleider bij het UAF, de stichting voor vluchteling-studenten. Zij is ook buiten-promovenda bij de afdeling Sociale en Culturele Antropologie. Haar onderzoek gaat over de invloed van de politieke spanningen in Turks-Koerdistan op het dagelijks leven van de Koerdische vluchtelingen in Nederland.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *