Racialisering van moslims schaadt onderzoek en debat

SpWRacisme

Door Ton Salman en Peter Versteeg     Op de Volkskrant-pagina’s speelde recentelijk een interessante en antropologisch belangrijke discussie. Op 7 mei poneerde oud-collega Martijn de Koning de stelling dat de huidige maatschappelijke kritiek op de islam het karakter van een ras-onderscheid krijgt. Ook al wordt de ‘buitenstaander’ niet vanzelfsprekend als ras gezien, zij wordt wel op deze manier benaderd: “als een herkenbare groep, die specifieke, onveranderlijke en natuurlijke eigenschappen wordt toegedicht en die als inferieur geldt”.

Reacties bleven niet uit. De meeste lezers steunen De Konings positie niet en betwisten zijn redenering: racisme gaat over vooroordelen jegens een groep op basis van fysieke, aangeboren en toegeschreven eigenschappen. Kritiek op, zelfs belediging van culturen of religies valt daar niet onder. Dat betreft geen aangeboren of biologische bases voor minachting. Dat mag je ‘discriminatie’ noemen, of blasfemie, of etnocentrisme desnoods. Maar niet racisme. Dat te doen vertroebelt de discussie in plaats van die te verhelderen.

Deze kwestie vindt plaats in de context van een veel breder debat: over islam en democratie, over de vrijheid van meningsuiting en het recht op belediging en satire, over integratie, over de plaats van religie in de publieke ruimte, en nog veel meer. Daar gaan wij nu niet op in. We willen ons concentreren op de vraag: is het juist, en is het vruchtbaar, om de wijze waarop deze debatten zich in Nederland ontwikkelen te karakteriseren als ‘racialiserend’; als debatten waarin een specifieke religieuze groep als synoniem met zoiets als een ras wordt neergezet?

De Koning adstrueert als volgt: kijk naar de bejegening van de groep die als moslims onderscheiden wordt, en je ziet dat een ‘cultuurleer’ in plaats van een ‘rassenleer’ tot vergelijkbare effecten leidt. Ook hier wordt de leden van de groep hun individualiteit ontnomen en wordt hen toegedicht dat ze, vanwege die groepshorigheid, niet anders kúnnen dan ze zeggen en doen. Aan islam, als beslissend groepskenmerk, wordt een serie onveranderlijke en kwalijke eigenschappen toegekend. Allen die ertoe behoren worden vervolgens gediskwalificeerd als gesprekspartners omdat de groepsdefinitie hen daartoe onbekwaam verklaart. Religie wordt zo een ‘lot’ en een zelfbewuste verhouding tot het geloof wordt ontkend. Deze visie op islam en moslims leidt tot effecten die inderdaad aan racisme doen denken.

Afgezien van het feit dat bij veel mensen dit denkpatroon niet bestaat: is de vergelijking met racisme zinvol? De meeste reacties suggereren van niet. Men werpt racisme verre van zich en eist het recht op om een afkeer van een religie te mogen uiten zonder daarom racistische trekken te vertonen.

Antropologen hebben er al een hele kluif aan om vragen te stellen bij de essentialistische ‘cultuurleer’ die zo sterk aanwezig is in het debat over islam in Nederland en helaas ook in het beleid rondom integratie. We hoeven echter, denken wij, dit essentialisme niet te racialiseren om de uitsluiting van moslims aan de kaak te stellen. De term racialisering geeft niet alleen de discussie over Nederlandse islam en Nederlandse moslims een scherpte die we niet nodig hebben en die op het verkeerde been zet; het geeft bovendien een beperkende benadering aan lopend onderzoek naar moslims in Nederland. Moslims worden door deze interpretatie bij voorbaat gepositioneerd als een onderdrukte groep en ten onrechte op een ras-achtige manier gestigmatiseerd, waarmee in feite het groepsdenken van de ‘islamofoben’ omgekeerd wordt gereproduceerd. Minstens zo belangrijk is dat het begrip een (kritische) analyse van religieuze opvattingen en gedrag in de weg staat.

Door het debat te racialiseren, zoals De Koning nu doet, ontstaat het risico van een diskwalificatie en a priori veroordeling van het hele gamma van islamcritici. Vruchtbaarder is het om gesprekspartners te wijzen op de onhoudbaarheid van een wereldbeeld waarin cultuur wordt gezien als een programma dat wordt afgespeeld in de hoofden van mensen ‘die nu eenmaal met die cultuur geboren zijn’. Dit gestolde wereldbeeld vinden we overigens zowel onder islamcritici als onder moslims (en andere religieuzen). De antropoloog verdiept zich in beide groepen en gaat met beide het gesprek aan.

Ton Salman en Peter Versteeg zijn als respectievelijk universitair hoofddocent en universitair docent verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

13 Comments on “Racialisering van moslims schaadt onderzoek en debat”

  1. Dank u wel Salman en Versteegh. het is een prachtig verhaal met een helder blik. De Koning is de eerste persoon die op zijn facebook gepropageerd heeft dat syriegangers eigenlijk voor humanitaire redenen daarheen gaan.

  2. Het probleem van Koning is dat hij alleen maar met politieke Moslim belangengroepen praat. Deze groeperingen hebben belang bij om alle kritiek op bepaalde aspecten van Islam te bestempelen als islamofoob. Het is heel grappig dat kritiek op Erdogan in Turkije wordt ook gezien als een kenmerk van Islamofobie. Ik denk dat bepaalde groeperingen in Nederland ook die kant willen opgaan.

  3. Hierbij wil ik Martijn de Koning uitdagen voor een publiek debat. Ik zal proberen hem te laten zien dat zijn heilige en radicale waarheden soms een beetje nuance vragen

    1. het debat is hier: . Op 15 juni in Amsterdam: http://www.republiekallochtonie.nl/agenda/15-juni%3A-islamofobie,-de-theorie-en-de-praktijk

      De afgelopen weken is er in de publieke opinie een intellectuele discussie op gang gekomen over de racialisering van moslims, naar aanleiding van een artikel hierover in de Volkskrant door Martijn de Koning. Ineke van der Valk ging in verschillende publicaties al eerder in op de theoretische aspecten van islamofobie als een vorm van racisme. Op deze avond zullen zij en Jan Jaap de Ruiter de discussie voortzetten. Vervolgens willen we kijken naar hoe deze discussie zich vertaalt naar de praktijk. Hoe kan islamofobie bestreden worden, zonder dat het onmogelijk wordt om kritiek op de islam te uiten. Wat zijn de voorwaarden voor een gezonde discussie over de islam?

  4. Als een Marokkaanse moslim wil ik laten weten dat media en wetenschap een soort tunnel visie hebben op Islam. Sommige mensen willen ons neerzetten als slachtoffer zodat ze meer subsidie en mooi banen kunnen krijgen.

  5. Sommige Turkse mensen gebruiken verwesterse versie van voornaam. IK denk dat hij Turks is anders kan hij niet zoveel kennis hebben over Islam

  6. Binnenkort is er een debat met De Koning over zijn racialiseringsthese. Op 15 juni in Amsterdam: http://www.republiekallochtonie.nl/agenda/15-juni%3A-islamofobie,-de-theorie-en-de-praktijk

    De afgelopen weken is er in de publieke opinie een intellectuele discussie op gang gekomen over de racialisering van moslims, naar aanleiding van een artikel hierover in de Volkskrant door Martijn de Koning. Ineke van der Valk ging in verschillende publicaties al eerder in op de theoretische aspecten van islamofobie als een vorm van racisme. Op deze avond zullen zij en Jan Jaap de Ruiter de discussie voortzetten. Vervolgens willen we kijken naar hoe deze discussie zich vertaalt naar de praktijk. Hoe kan islamofobie bestreden worden, zonder dat het onmogelijk wordt om kritiek op de islam te uiten. Wat zijn de voorwaarden voor een gezonde discussie over de islam?

  7. dank je wel unidentified. Ineke van der Valk en Martijn de Koning hebben een heel sterk contact. Ze hebben zelfs een boek samen geschreven. Dat boek dat salafisten eigenlijk heel erg van humor houden……bla bla bla….
    Jan Jaap de Ruiter is wel betrouwbare onderzoeker. we zullen wel aanwezig zijn. OP VU zijn er ook een paar goede jonge onderzoekers met een heel sterk en neutraal kaliber. Waarom worden zij nooit uitgenodigd voor dat soort vergaderingen. Omdat ze misschien zelf moslim zijn ….

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *