Een stukje culturele privacy

Door Ferdous Arachid     Rituelen en tradities zijn zaken die van essentieel belang zijn voor een samenleving, en de daarbij horende ‘cultuur’. Ik las op 14 april een opiniestuk in het NRC over de wijze waarop de Nederlandse (lees ‘wit-Hollandse’ cultuur) lijdt onder de verschuiving van religieus gewortelde tradities en rituelen, naar het seculier-commerciële domein. Los van de vraag of ik als moslim wel of niet vind dat dit vanuit een min of meer theologisch perspectief in mijn voordeel zou werken, wil ik mijn mening hierover geven vanuit een academisch-antropologisch perspectief.

Zoals de eerste boeken van het eerste studiejaar antropologie mij hebben geleerd,  zijn rituelen en tradities zaken waarmee ‘de samenleving’ wordt herinnerd aan haar hiërarchie, structuur en positie in het grotere geheel van de wereld. Ik zie zelf wat voor stof het doet opwaaien wanneer gevoelige onderwerpen als het Sinterklaasfeest, het (slavernij)verleden, andere enigszins controversiële elementen uit de Gouden Eeuw en – op dit moment – Pasen op de proef worden gesteld door etnisch- en/of religieus gegronde motieven. Persoonlijk begrijp ik de ophef wel, en zie ik ook het belang in van het behoud van dergelijke zaken als ‘kaders’ rondom de samenleving en wat haar lief is. Het alsmaar blijven toegeven en concessies sluiten met minderheden is niet vrij van controverse en doet vaak dieper liggende gevoeligheden naar de oppervlakte stijgen.

Het stuk, getiteld ‘Jaloers op de islam’ door Christiaan Weijts, deed mij nogmaals denken aan dit thema en hoe verder ik kwam, hoe meer de pijn en kwetsbaarheid van de Nederlandse multiculturele samenleving mij duidelijk werd. Een knieval voor de islam, een toegift aan de multiculturele samenleving, of een andere vorm van vervaging van ‘de Nederlandse identiteit’. Hoe abstract deze termen ook kunnen klinken en hoe simpel het ook is om dit vanuit sociaal-wetenschappelijke hoek te bekritiseren als ‘algemene, incorrecte en vage concepten’; ik wil toch even benadrukken dat het wellicht een idee is om toch eens gehoor te geven aan dit sentiment.

Pechtold, weet ik me te herinneren, heeft ooit tijdens een interview verklaart dat ‘de witte woede’ ook gehoord moet worden. Onze Koning Willem Alexander, heeft in een van zijn troonredes ooit gezegd dat de aandacht jarenlang zo is gevestigd op de ‘nieuwkomers’ dat de ‘oorspronkelijke’ Nederlandse bevolking weleens vergeten dreigde te worden. Een kant-en-klare oplossing heb ik ook niet, maar om alles wat uiting geeft van trots, identiteit en culturele saamhorigheid van blanke zijde maar af te doen als racisme, populisme en ander negatief goed lijkt mij inmiddels wat achterhaald.

Misschien dat het tijd is om een streep te trekken tussen aanpassing en eigen behoud, en ook op te komen voor de eigen culturele waarden van blanke zijde. Misschien dat we moeten accepteren dat we inderdaad leven in een multiculturele samenleving en dat dit niet alleen maar culinaire gezelligheid op buurtfeestjes inhoudt. Wellicht dienen we in te zien dat er ook de nodige frictie en irritatie bij komt kijken en dat we ook hier oplossingen voor moeten vinden. Almaar wegcijferen en doen alsof je blind bent, lijkt mij niet de oplossing. Je mag best trots zijn op wie je bent, wat je hebt en waar je vandaan komt, van welke zijde dan ook. Uiteindelijk zijn het deze zelfde elementen van een cultuur die haar en haar samenleving staande houden. Een muurtje om je heen op zijn tijd en wat ‘culturele privacy’, zoals ik het zou noemen, mag. En dat is niets om je voor te schamen.

Ferdous Arachid studeert Culturele Antropologie aan de VU. Hiernaast rapt hij in het Farsi en Nederlands, schrijft hij verhalen, opiniestukken en poëzie. Je kan hem en zijn werk volgen op Facebook.com/arachidferdous

One comment

  1. Beste Ferdous,
    Een intrigerende en belangwekkende kijk op een controversiële kwestie. En een zeer geslaagde proeve van inlevingsvermogen – zeker niet een van de minste kwaliteiten voor een antropoloog. Toch een paar kanttekeningen:
    -Het is onmogelijk te bepalen wat die “identiteit en culturele saamhorigheid van blanke zijde” precies inhoudt. Of zelfs maar waar die “blanke zijde” naar verwijst. Ik vraag me in gemoede af of ik me aangesproken zou moeten voelen. De Nederlandse samenleving is (en was altijd al) nogal kakofonisch, en de “blanke zijde” is daarbij niet af te bakenen, of onderscheidbaar, van al het andere. En voor zover bepaalde “Nederlandse-identiteits-ideologen” pogingen deden onderscheidbare elementen te benoemen, voelde ik me vaak niet aangesproken (zelf ben ik ongeveer 13e-generatie migrant). Met andere woorden, we weten niet welke “eigen culturele waarden van blanke zijde” precies op het spel staan.
    -De woordkeus “blanke zijde” is niet alleen voor wat betreft de inhoudelijke verwijzing problematisch, het is ook een terminologie waar ik moeite mee heb. Ik zou de mensheid niet in verschillende “zijden” met kleurenattributen verdeeld wensen te zien.
    -Dat alles neemt niet weg: veel mensen worden onzeker of zelfs angstig als omstandigheden, zekerheden en vertrouwde patronen veranderen, of als de vanzelfsprekende herkenningen wegvallen. Er leeft (excuses voor de enigszins lege generalisatie) zeker onzekerheid, angst en boosheid onder Nederlanders (álle Nederlanders!). Maar er is ook vertrouwen, er zijn nieuwe kennismakingen, nieuwe ontdekkingen en nieuwe liefdes. En er ontstaan nieuwe identiteiten, vertrouwdheden, routines en (sub)culturen. Ik wil het probleem niet bagatelliseren. Maar ik betwijfel ten zeerste of een strategie die inzet op (op z’n tijd) “een muurtje om je heen….en wat ‘culturele privacy’” veel helpt.
    Collegiale groet,
    Ton Salman

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *