Conferentie in Marokko over Feminisme, radicalisering en extremisme

Paintings: Khadija MADANI ALAOUI, Sidi Mohamed Ben Abdellah University, Fez

Door Edien Bartels en Lenie Brouwer
Feminisme, radicalisering en extremisme zijn grote woorden. Hoe breng je die bijeen en… waarom zou je die bij elkaar brengen? Dat zijn de vragen die behandeld werden op het congres Women’s Voices in the Mediterranean and Africa: Movements, Feminisms, and Resistance to Extremisms dat op 5, 6, en 7 mei werd gehouden in Fez, Marokko. De organisatie was in handen van het Centre ISIS pour Femmes et Développement, Fez, met als drijvende kracht Fatima Sadiqi, bekend van publicaties over gender, migratie en islamitisch feminisme.

Er waren twee key-note sprekers en tien sessies met ieder drie presentaties. De deelnemers (ongeveer 100) kwamen uit Marokko, Tunesië, Egypte, Ghana, Sudan, Zuid-Afrika, de Verenigde Staten, Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Zwitserland en Nederland. De Nederlandse vertegenwoordiging bestond uit filosofe Karen Vintges van de Universiteit van Amsterdam en beide schrijvers van deze blog, antropologen van de Vrije Universiteit.

De onderwerpen betroffen een breed scala: van contextualising van extremisme en verzet tot inventarisatie van radicale ideologieën in de Maghreb en Afrika. Als afsluiting droegen drie deelneemsters gedichten voor onder begeleiding van een luitspeler. Ook zijn er een tiental aanbevelingen aan de koning van Marokko geformuleerd. De conferentie vond plaats in een hotel in Fez, gelegen op een heuvel, nabij de oude Merenid tombes. De laatste avond was er een groot feest met Marokkaanse vrouwenband.

Feminisme: geweld tegen vrouwen
De aanleiding voor dit congres was de escalatie van geweld tegen vrouwen en meisjes in de MENA (Midden Oosten en Noord Afrika) regio. Sadiqi (2017:7) signaleert nieuwe vormen van geweld tegen vrouwen in deze regio, die samenhangen met de komst van jihadisten. Dat geweld loopt uiteen van het opleggen van de niqab, de ban voor vrouwen het publieke domein te betreden tenzij ze begeleid worden door een mannelijk familielid, een terugkeer naar vrouwenbesnijdenis (FGM) voor vrouwen tussen 11 en 46 jaar, steniging tot de dood in geval van overspel, tot moord op vrouwelijke activisten en slavernij (koop en verkoop van vrouwen en meisjes). Deze nieuwe vormen van geweld legitimeren volgens Sadiqi indirect de al bestaande vormen van geweld tegen vrouwen, zoals het als inferieur beschouwen en intimideren van vrouwen, huiselijk geweld, seksueel misbruik en gedwongen huwelijken.

Dit alles intensiveert de dagelijkse problemen van vrouwen in de meeste delen van de regio en bedreigt de zo moeizaam verworven rechten. Tot slot spreekt Sadiqi over systematische ‘brainwashing’ waardoor vrouwen gerekruteerd worden als vrouwelijke jihadisten. Parallel hieraan wordt extreem geweld tegen vrouwen gebruikt in de jihadistische propaganda. Er zijn geen statistieken over, laat staan theorieontwikkeling. Maar de consequenties zijn verstrekkend en daarom roept Sadiqi op tot onderzoek, beleid en politieke besluitvorming. De conferentie in Fez was een aanzet daartoe.

Extremisme en radicalisering
Maar hoe worden de begrippen extremisme en radicalisering gebruikt in de opvattingen van de organisatoren van de conferentie, welke mogelijkheden bestaan er om vrouwen daartegen te beschermen en hoe kan daartegen gestreden worden? De Jordaanse mensenrechtenadvocaat Dania Al-HJOJ (2017:10 e.v) typeert extremisme in de bundel, speciaal voor dit congres uitgegeven, als geloofsovertuigingen en ideeën die verschillen van de politieke, sociale en religieuze consensus. Extremisme verschilt volgens haar per samenleving en ook binnen dezelfde samenleving, al naar gelang de persoonlijke attitudes. Er zijn allerlei factoren die hier een rol spelen: gebrek aan politieke oplossingen, gebrek aan rechtvaardigheid en gelijke kansen, afwezigheid van dialoog, falen van economische en financiële ontwikkeling, tekort aan modern onderwijs.

Het begrip radicalisering wordt tijdens de conferentie niet apart uitgelegd. In de literatuur wordt extremisme wel gezien als radicalisering met bereidheid geweld te gebruiken (Butter 2017). Dania Al-HJOJ benadrukt dat militaire en inlichtingendiensten kunnen helpen om extremisme te bestrijden, dus door repressie, maar de ideologische wortels moeten ook aangepakt worden. Ze geeft aan dat extremisme niet geassocieerd moet worden met islam. Extremisten hebben de islam geïnterpreteerd volgens hun eigen agenda’s en luisteren niet naar wat de meerderheid van de bevolking ziet als een “sound interpretation of religion”, als een ‘goede’ interpretatie.

Die ‘goede’ interpretatie werd op de conferentie uitgelegd door Driss Fassi Fihri, hoogleraar en imam van de Al-Qarawiyyin universiteit in Fez. Hij benadrukte dat islam vrede betekent en dat jihad tegenwoordig verkeerd begrepen wordt. In landen waar extremisme bloeit, zijn ideeën uit het verleden opnieuw geïntroduceerd, zoals het gevangenhouden van vrouwen, vrouwenhandel, armoede, en vrouwen uitsluiten van werk. Als belangrijk middel tegen extremisme wordt de ontwikkeling van de civil society gezien. Vooral activiteiten die gericht zijn op bewustwording kunnen bijdragen aan de strijd tegen extremisme. Op dit aspect was ook onze bijdrage gericht.

Vrouwenstemmen uit Amsterdam Nieuw West
De conferentie was geconcentreerd rond ‘stemmen van vrouwen’. Onze bijdrage betrof een workshop over ‘Women’s voices from Amsterdam New West.’ We hebben een korte inleiding gegeven over islam in Nederland binnen de huidige neoliberale ontwikkelingen en de verandering van de civil society in Amsterdam Nieuw West waarbij nadrukkelijk aandacht werd gegeven aan het tegengaan van radicalisering van jongeren. In Nederland worden onder andere films gebruikt om bewustwording op te roepen van de onderliggende processen van radicalisering en extremisme. Zo is er een programma uitgevoerd door SMN (Stichting Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders) waar ook vrouwen-organisaties aan hebben meegewerkt, bijvoorbeeld Nisa for Nisa, een Marokaanse vrouwenorganisatie in Amsterdam West. Vrouwen/moeders krijgen voorlichting en handvatten om radicalisering onder hun kinderen te signaleren.

Na onze inleiding hebben we de Nederlandse film Layla M. (najaar 2016) getoond van regisseur Mijke de Jong, over de radicalisering van een Marokkaans Nederlands meisje uit Amsterdam Nieuw West. De focus in deze film is de leeftijd en de daarmee samenhangende rechtlijnigheid van jongeren om inconsequenties van hun omgeving aan te vallen. Layla M. probeert aan te kaarten dat moslims soms falen om zich volgens de richtlijnen van de islam te gedragen, en radicaliseert daardoor steeds meer.

Als jihadibruid vertrekt ze naar het Midden Oosten. Zij ontdekt dat vrouwen daar sterk worden beperkt in hun bewegingsruimte en dat mannen opgeofferd worden als zelfmoordterrorist. Deze film heeft veel reacties in Nederland opgeroepen, onder andere op Facebook. De bezoekers van de conferentie waren geboeid en bijzonder geïnteresseerd. Ze voelden zich emotioneel geraakt door het overtuigende spel van Layla en bevestigden het universele doel van de filmmaakster, namelijk om te laten zien dat leeftijd en de ontwikkeling van jongere naar volwassene een rol speelt in radicaliseringsprocessen. Veel Marokkaanse docent-onderzoekers van universiteiten in Marokko wilden de film vertonen aan hun studenten om een discussie aan te gaan over processen van radicalisering en de oorzaken daarvan.

In de tien aanbevelingen die op het eind van de conferentie werden geformuleerd, kwamen de resultaten van de lezingen en discussies terug. Al met al was dit een conferentie waarin  de participanten duidelijk maakten dat speciale aandacht voor vrouwen en meisjes gewenst is en dat er gezamenlijke ingezet moet worden op de strijd tegen extremisme omdat vooral vrouwen worden geraakt.

Edien Bartels, em. senior onderzoeker en Lenie Brouwer, docent onderzoeker, beiden verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de VU.

  • Al-HJOJ, Dania (2017) . The impact of Extremism on Jordanian Women. In: The Escalation of Gender-based violence against women and girls in the Mena region. Fatima Sadiqi, Helmut Reifeld. Konrad-Adenauer-Stiftung. Bureau du Maroc. Pp 9-17.
  • Butter, Ewoud (2017) https://ewoudbutter.wordpress.com/onderzoek-en-publicaties/
  • Sadiqi, Fatima (2017). Introduction. In: The Escalation of Gender-based violence against women and girls in the Mena region. Fatima Sadiqi, Helmut Reifeld. Konrad-Adenauer-Stiftung. Bureau du Maroc. Pp.7-9.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *