Ik (b)en de Ander

Door Irene Smouter     Afgelopen jaar kreeg ik de kans om een half jaar te studeren in Johannesburg, Zuid Afrika, waar ik als antropologe in de dop enorm veel waardevolle ervaringen heb kunnen opdoen. Want wat wist ik nou echt over het land voor ik ging? Ik kende de verhalen over Apartheid, extreme ongelijkheid en de hoop op een ‘Rainbow-nation’, waar ieder-een gelijk zou zijn. Maar de realiteit leerde me meer, en bracht antropologische begrippen als ‘The Other’, ook wel de ‘De Ander’ in een nieuw daglicht. Als antropoloog heb ik een verlangen om ‘De Ander’ te kunnen begrijpen, dit is een rode draad geweest in mijn studie, maar ik begreep pas echt wat het begrip omhelst, toen ik in Johannesburg aan den lijve ondervond hoe het is om ‘De Ander’ te zijn.

Gedurende zijn leven komt een mens ontelbare keren in aanraking met ´De Ander´. Op straat, op school, op het internet; er gaat werkelijk geen dag voorbij waarop er geen contact is met  ´De ander´. Dit zijn ontelbaar veel onvoorspelbare momenten, waarvoor we als mens een mechanisme ontwikkelen, een manier om ‘het vreemde’ te kaderen, gevaar te elimineren en een inschatting te maken van een gepaste reactie. De ontmoeting met ´De Ander´ verloopt over het algemeen rustig, zonder al te veel problemen. Waar een klein kind zijn verbazing over ´de ander´ nog schaamteloos laat blijken, heeft een volwassen mens genoeg gezien om die verbazing voor zichzelf te houden.

Dit komt doordat we leren gevaar te erkennen, in te schatten en, waar nodig, vermijden. Op deze manier categoriseren we alles wat we zien, en de kaders die hieruit voortkomen kunnen ook wel ´hokjes´ genoemd worden. Waar het categoriseren redelijk onschuldig -zo niet broodnodig- is, kan het resultaat, hokjesdenken, gevaarlijke vormen aannemen. In Johannesburg is dit gedurende de geschiedenis helaas meer dan waar gebleken. Naarmate ik meer te weten ben gekomen over dit onbeschrijfelijk grote continent, dit prachtige land en deze fantastische stad, leerde ik meer over dit ´hokjesdenken´ en de gevaren die het kent. De consequenties van het koloniale verleden en de Apartheid maken een grote indruk op me en zetten ´de ander´ in een nieuw perspectief.

HillbrowWaar ik in Nederland weinig moeite heb om de ander in te schatten -en daar een gepaste reactie aan te koppelen- bleek het in Zuid-Afrika steeds een grote uitdaging. Want wie is ´de ander´? Een Zuid-Afrikaan, Nigeriaan, Zimbo? Een Europeaan? Een Afrikaan? Een zwarte, een witte? En wat is precies de gepaste reactie? Deze vragen hielden me veel bezig, en racisme –de ultieme vorm van hokjesdenken- is in Zuid-Afrika springlevend. Het gaat daar vaak niet om kleine nuances, nee, het gaat daar om zwart of wit.

Tijdens mijn tijd daar gebeurde er iets wat me raakte en aan het denken zette. Ik was uit geweest met een aantal huisgenoten, waaronder Victor uit Malawi, en Gerald uit Zimbabwe. Op weg naar huis hadden we wat biertjes gekocht om thuis nog op te drinken. Ik was de enige blanke en het was maar goed dat ik twee zwarte, sterke mannen bij me had want veilig was het er helaas niet. Op een bepaald moment liepen we over de campus, langs een groepje Zuid-Afrikaanse studenten die aan het hangen waren. Ze vroegen of we een biertje voor hen over hadden, wat mij betreft prima maar we liepen door. Toen zei ik tegen Victor: “Ok, we can give them a beer, we have enough!” Hij stemde in en we liepen terug naar de groep. Ik overhandigde mijn bier aan de jongeman. Vervolgens richt hij zich op Gerald –mij negerend- en schudt hem de hand terwijl hij zegt; “Thank you black brother, thank you black brother.” Gerald reageert hierop door te zeggen: “It was her idea to give the beer you know, is it just the color than? She is white, but she is black inside so it is cool, right?” 

Au. We lopen weg, en ik realiseer me dat ik me gekwetst voel – ik ben wit, Gerald zwart, hij wordt bedankt, ik niet. En daarnaast, ben ik wit, maar gelukkig zwart van binnen? Dit heb ik vaker te horen gekregen in Johannesburg, meestal werd er bedoeld dat ik dan wel blank ben, maar wel ‘cool’: ik kan meedansen, drinken, en begeef me onder de zwarte bevolking. Dit geldt helaas niet voor alle blanken in Johannesburg; segregatie is er springlevend en clubs zijn veelal verdeeld op muziekkeuze en huidskleur. Ik heb dit als zeer heftig ervaren, als blanke werd allereerst verondersteld dat ik niet zou kunnen dansen, racistisch zou zijn en daarmee niet prettig in de omgang. Toch heb ik het wel leren begrijpen; erkennen van het privilege dat je als blanke vrouw hebt is een belangrijke voorwaarde voor interraciale vriendschappen. De pijn van Apartheid zit diep.

Terwijl we onze weg naar huis vervolgden raast Gerald door over het racisme van Zuid-Afrikanen en dat ze dit niet konden maken. In mijn kamer drinken we de biertjes en praten we erover, tot het moment dat mijn buurvrouw (die ik nog nooit ontmoet heb) binnenstampt. Ze richt zich tot mij, dat ze helemaal klaar is met de herrie en of ik daarmee wil kappen. Ze loopt weg en slaat de deur dicht. Verbaasd kijken we elkaar aan, Victor legt uit; “This girls is EFF (Economic Freedom Figthers, een radicale afsplitsing van het ANC), she dislikes the white, this reaction was so typical and stupid, you should not give any attention to her.

We praten nog wat en als iedereen weg is luister ik wat muziek. Ik kijk naar de foto’s aan mijn muur, van mijn vrienden en familie thuis, overwegend blank, blond en gelukkig. Ik realiseer me: ik ben hier ´De ander´- ´De ander´ die in Nederland maar niet geaccepteerd wordt vanwege zijn kleur, religie of wat ook. Die ´ander´ die nodig in een hokje gestopt moet worden omdat zij een potentieel gevaar zou kunnen zijn. Die ´ander´, die komt om je baan te stelen. En dit doet pijn- racisme doet daadwerkelijk pijn.

Irene Smouter is derdejaars Bachelorstudent Culturele Antropologie en Ontwikkelingssociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

 

2 Comments on “Ik (b)en de Ander”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *