Categorie archief: Antropologie & Wetenschap

Donya Alinejad inspireert studenten met proefschrift over Iraanse diaspora

foto: Mike Crosland
foto: Mike Crosland

 Door Eva de Jong.
Momenteel volgen derdejaars bachelorstudenten Antropologie het vak ‘Professionele en Thematische Oriëntatie’ onder leiding van Lenie Brouwer. Dit vak heeft als doel studenten bewust te maken van hun potenties en de mogelijkheden op de arbeidsmarkt. Één mogelijk perspectief is promoveren, net Donya Alinejad. Zij verdedigde op 16 februari 2015 haar proefschrift ‘Next Generation Diaspora: The formation of Iranian American-ness among second generation migrant internet users in Los Angeles. De derdejaars studenten waren erbij.

Iraanse Diaspora
Donya promoveerde op haar proefschrift over de Iraanse diaspora in de Verenigde Staten en de vorming van virtuele gemeenschappen door middel van internet. Via het begrip identiteit onderzocht zij hoe internet het dagelijks leven van de Iraanse tweede generatie in de Verenigde Staten beïnvloedt. Volgens Alinejad zijn internationale betrekkingen op internet sterk geïndividualiseerd en weerspiegelt de virtuele wereld hun politieke overtuigingen. Daarnaast onderzocht zij welke invloed offline Iraanse gemeenschappen hebben op internet en wat hun invloed is op de politieke verhoudingen tussen Amerika en Iran. Alinejad concludeert in haar proefschrift dat Iraanse-Amerikanen internet gebruiken om zich zowel te distantiëren van Iran als om verbinding te houden met Iran. Door middel van internet is de Iraanse diaspora in de Verenigde Staten steeds meer een cultureel centrum voor gemigreerde Iraniërs die verspreid over de wereld wonen. Lees verder

Meten is weten?

Sonny Abesamis, Creative Commons License

Sonny Abesamis, Creative Commons License

Deze blog verscheen eerder op Zaman Vandaag

Thijl Sunier     Politici, opiniemakers, en media houden van cijfers en van duidelijke categorieën. Dat geeft orde en helderheid en suggereert objectiviteit. Ze geven de indruk dat de werkelijkheid in duidelijk van elkaar te onderscheiden categorieën kan worden ingedeeld en dat verschijnselen en gebeurtenissen een eenduidige oorzaak hebben. Grootschalige surveys kunnen dan ook steevast rekenen op voldoende media-aandacht, ook als er serieuze twijfel is over de uitkomsten. We krijgen dan conclusies gepresenteerd zoals ‘15% van de jihadi’s is bereid geweld te gebruiken’, of ‘44% van de moslims vindt het woord van god belangrijker dan de grondwet’, ‘ van alle moslims in Europa vindt 30% dat de doodstraf moet staan op afvalligheid, terwijl 70% van de fundamentalisten bereid is geweld te gebruiken.’

Zo ongeveer verliep de discussie van 22 februari in het programma Buitenhof tussen socioloog Ruud Koopmans en Nourdin el Ouali van de partij NIDA. Koopmans, een voormalige VU-socioloog die tegenwoordig de scepter zwaait in het in Duitsland nogal omstreden Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung, is de laatste weken weer volop in het nieuws nu hij zijn oude survey uit 2008 weer uit de mottenballen heeft gehaald waarin hij met ‘harde’ cijfers aantoont dat een groot deel van de moslims in Europa ‘fundamentalistische opvattingen’ heeft. Koopmans presenteert zijn uitkomsten op een alarmistische toon en tovert het ene na het andere percentage uit zijn hoed. El Ouali’s zwakke verweer is dat Koopmans goed onderzoek heeft uitgevoerd, maar dat de interpretatie van zijn uitkomsten te wensen overlaat. Dat is el Ouali niet aan te rekenen; ik zou waarschijnlijk hetzelfde hebben gezegd, maar daar zit dus precies het probleem. Hoezo is dit goed onderzoek en waaruit moet dat blijken?

Lees verder

Achteruit en uit de klem denken

Voor SpW 3 P1050724

 

 

 

 

Door Ton Salman 

Zie de foto’s. Dit is wat er (al tientallen jaren geleden) gebeurd is: bovenaan de klif loopt een weg. Een automobilist, naar ik hoorde beschonken, kukelde over de rand. De bergwand is door erosie aangetast en bestaat uit een reeks vertikale, taps toelopende kloven of bergspleten. De auto is daar vertikaal, neus naar beneden, in beland. Bijna dwangmatig stel ik me de ervaring van de bestuurder voor: tsjak, daar zakte hij weer schoksgewijs een stuk naar beneden. En tsjak, nog een stuk. En nóg eens. En het wordt steeds nauwer. De klem wordt steeds strakker aangedraaid. Ik stel me voor dat de chauffeur de auto in z’n achteruit zette, en probeerde of….. maar neen – tsjak.

Lees verder

Misschien toch maar een kopje thee drinken?

marokkaansethee Door Thijl Sunier
Terwijl Europa op zijn kop stond na de aanslagen in Parijs was ik op werkbezoek in Indonesië. Ook daar was de aanslag voorpaginanieuws, maar de roering was niet te vergelijken met de storm die in Europa woedde. Toen ik terugkwam was het stof enigszins neergedaald en kon ik met enige distantie de commentaren tot mij nemen. Mij bekroop al snel een gevoel van déja-vu, maar meer nog was ik geschokt over oppervlakkigheid van het debat (enkele bekende uitzonderingen daargelaten), de neiging elkaar te overschreeuwen of te overtroeven met niets zeggende oneliners (de meest gehoorde op dit moment: ‘niet elke moslim is terrorist, maar elke terrorist is wel moslim’), en het volledig langs elkaar heen praten van de lange rij deskundigen. Ik moet na enkele weken constateren dat wat de analyses betreft we geen millimeter zijn opgeschoten. Niets nieuws onder de zon, geen poging een stap verder te komen. Je kunt de opeenvolging van gebeurtenissen na de aanslagen bijna naadloos vertalen naar de nadagen van de moord op Theo van Gogh tien jaar geleden. Lees verder

Gelooft u in God? Een open vraag

 

kerk

Door André Droogers
Dagblad Trouw publiceert de resultaten van een onderzoek naar levensbeschouwing in Nederland. Ik neem de uitkomsten met een half onsje zout. Dat komt door de gevolgde onderzoeksmethode èn de geheel eigen aard van het onderwerp.
In de sociale wetenschappen wordt onderscheiden tussen kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden. Sociologen, politicologen en psychologen gebruiken meestal de eerste, antropologen – mijn soort – de tweede. Wat je vindt, hangt af van je methode. Beide benaderingen hebben hun sterke kanten èn hun beperkingen. Overigens komen steeds meer combinaties voor.

Bij de kwantitatieve benadering is de stelregel dat meten weten is. Wat niet te meten is, wordt niet geweten. Trouw zet de gemeten onderzoeksresultaten op de voorpagina: 25% atheïst, 31 % agnost, 27% ietsist en 17 % gelovige.

De sterke kant van kwantitatief onderzoek is dat het representatief is. Het aantal geïnterviewden is groot. Dat is ook nodig, omdat de vooronderstelling is dat iemands stellingname verband houdt met diens persoonskenmerken, zoals opleiding, sekse of leeftijd. Bij een groot aantal kan dat verband worden gelegd, omdat pas dan alle factoren voorkomen. Lees verder

De langdurige geschiedenis van het versturen van een factuur op de Vrije universiteit

Door Freek Colombijn. Het management van de VU probeert op ondersteunend personeel te bezuinigen, door de organisatie efficiënter te maken. Voor ik verder ga, twee opmerkingen vooraf. Ik heb sterk de indruk dat het bij andere universiteiten in binnen- en buitenland en bij andere Nederlandse organisaties als ziekenhuizen net zo toegaat. Bovendien, als de VU top niet hard op ondersteunend personeel had bezuinigd, was er op wetenschappelijk personeel bezuinigd en was ik nu misschien zonder baan geweest, dus laat me niet te veel klagen.

Nog geen jaar geleden konden we voor veel diensten terecht bij collega’s van onze eigen faculteit, die we kenden van gezicht en waar we desgewenst altijd met vragen konden binnenlopen. Het nieuwe management credo is echter dat zulke ondersteunende diensten zoveel mogelijk gecentraliseerd worden en dat (wetenschappelijke) medewerkers hun problemen zelf via de universitaire website moeten oplossen, of als dat niet lukt via email om hulp kunnen vragen. Als dat nóg de oplossing niet biedt (maar eigenlijk schiet de medewerker dan tekort), mag men in derde instantie met een ondersteunende dienst bellen. Maar iemand te zien krijgen we niet.

Lees verder

Gruwel in Parijs

Charlie HebdoDoor Ton Salman. Antropologen, met hun kreet dat diversiteit en culturen hun core business zijn, worden (tenminste in mijn geval) altijd diep ongelukkig wanneer ze horen over aanslagen als die afgrijselijke van deze week in Parijs. Alsof zulke zieke geesten iets moois van ons afpakken, een bloederige massa maken van het heerlijke culturele, religieuze, levensbeschouwelijke ratjetoe dat de mensheid tentoonspreidt. Dat ratjetoe kan heel goed samengaan met tolerantie en een gedeelde basis-ethiek, ook en misschien zelfs beter als dat met gekrakeel en gebakkelei gepaard gaat. Daders die we in Parijs bezig zagen zijn die weg echter definitief kwijt. Want incasseringsvermogen, humor, het vermogen tot zelfspot en zelfrelativering moeten in een minimale mate aanwezig zijn om, desnoods een kribbig, wederzijds betichtend en narrig samenleven mogelijk te maken. Nog een reden voor het ongeluk waarover ik sprak is dat sommigen van ons weer om tekst en uitleg, het liefst in een beetje vlotte taal, wordt gevraagd, waarbij de felle veroordeling categorisch gegeven moet zijn en in elk woord moet doorklinken. En natuurlijk veroordelen we. Maar het daarbij te laten doet nou juist tekort aan wat we mogelijk kunnen bijdragen: het verhaal vertellen. Dat verhaal is geen rechtvaardiging of begrip. Het is een tragisch verhaal, een verhaal over woede, frustratie, haat, meedogenloosheid en wreedheid. Maar het is wel een verhaal. Zonder dat verhaal en de geschiedenis erachter blijven we steken in plechtige maar wel obligate verklaringen over het “vastberaden verdedigen van de vrijheid van meningsuiting”. Die verdedigen we – geen twijfel. Maar het wordt zo’n lege en context-loze doctrine als we ‘m niet verbinden met de geschiedenis van hen die juist menen ‘m te moeten aanvallen, op niet mis te verstane manier: met automatische geweren, gericht op de personen van de beledigers, spotters, cartoonisten – of welke andere andersdenkende dan ook. Degenen die dit deden zijn natuurlijk wreed, onverdraagzaam, gewelddadig. Maar ze zijn niet gek of ontoerekeningsvatbaar, en ze zijn geen hersenloze ‘barbaren’ die niet nadenken, die geen betekenissen aan de dingen kunnen toekennen, of bij wie álle schroefjes loszitten. Ze denken, redeneren, geloven en hebben een levensgeschiedenis. Alleen: daarin leerden ze niet (of leerden ze áf) hun eigen totale, absolute en allesomvattende gelijk te bevragen. Oh, als de antropologie er toch eens in zou slagen aan te wijzen wélk socialisatie- en enculturatie-model resulteert in dát vermogen… Lees verder