Categorie archief: De Lage Landen

Beste Mark Rutte

Door Rhoda Woets

TafereelschoolBeste minister-president van Nederland,

Obama was onderweg naar de nucleaire top in Den Haag toen u voor de internationale pers zowaar een bom liet ontploffen. U beweerde -met een voor u vertrouwde grijns – dat uw vrienden uit de Antillen zich tenminste niet hoeven te schminken als ze Zwarte Piet spelen. Nee, dan die restjes zwarte schmink die u nog dagen aan het wegschrobben bent: dat is pas erg! Ook herhaalde u nog een keer dat Piet nu eenmaal zwart is en niet groen of paars, en dat daar weinig aan te doen was. Het Nederlands College voor de Rechten van de Mens heeft verklaard dat bepaalde onderdelen van het Sinterklaasfeest racistisch zijn, maar waarom zou je een dergelijk hobby-clubje serieus nemen? Als minister-president van alle (?) Nederlanders maakte u maar weer eens mooi duidelijk dat donkere mensen niets te klagen hebben. Obama trouwens ook niet: die mocht voor de nachtwacht poseren in wat u na de nucleaire top aanduidde als “het mooiste museum van de wereld”.  En inderdaad: het Rijksmuseum is met recht een topattratractie in Amsterdam. Iets minder mooi is dat de gouden glorie die van de objecten en schilderijen afspat in dit museum, leunt op de slavenarbeid van mensen die Nederland ooit op grote schaal ontvoerde uit West Afrika.
Om de andere kant van de gouden medaille te zien, moet je niet in het Rijksmuseum zijn maar in het Tropenmuseum. U weet wel, dat andere koloniale museum in Amsterdam dat bijna de deuren moest sluiten. Nederland omarmt het koloniale verleden liever als groots en glorierijk. Het omarmen van een raciale stereotype zoals Zwarte Piet past hier naadloos in omdat het evenzeer getuigt van het ontbreken van een historisch bewustzijn. Gelukkig is er de hoop dat nieuwe generaties het beter gaan doen. Op de basisschool van mijn kinderen spelen de kinderen uit groep acht voor Zwarte Piet en dat vinden ze, zonder uitzondering, geweldig. Afgelopen december begonnen de kinderen in een geschiedenisles over slavernij uit zichzelf over de verhitte Pieten ‘discussie’ die overal gaande was. Deze kinderen zien namelijk wel een link tussen slavernij en een zwart geschminkte knecht met kroeshaar en rode lippen. Bovendien legden een deel van deze kinderen zich niet neer bij een Ruttiaans “hij is nu eenmaal zwart”. Zij besloten om zich dit jaar niet zwart te schminken en ook geen krullenpruik te dragen. Niet alleen uit piëteit met donkere Nederlanders die zich gekwetst zouden kunnen voelen, zoals vele bekeerlingen in navolging van Robert Vuijsje riepen in de media. Ze deden dit ook voor zichzelf. Omdat ze niet mee wilden doen aan een alledaags racistisch ritueel. En ook omdat deze jonge fashionistas ontdekten hoe leuk het is om de kleur van je pruik en schmink aan te passen aan je outfit.

KleurenpietFinal

Een van de gekleurde Pieten

Voor het eerst in de geschiedenis van de school liepen er gekleurde pieten mee. Bijzonder, en tegelijkertijd heel gewoon want voor de kleine kinderen was het feest net zo leuk en spannend als altijd. Gelukkig komt verandering niet altijd van bovenaf want als we op u moeten wachten, minister-president, kan het heel lang duren. Maar u bent niet alleen. Uit een artikel in NRC bleek dat veel schooldirecties afzagen van gekleurde pieten uit angst voor negatieve reacties. Het bestrijden van racisme lijk mij niet iets waar je over moet stemmen of consensus over hoeft te bereiken met ouders. Gelukkig komt verandering ook van onderop, van kinderen die beter dan menig volwassenen snappen dat een kinderfeest niet per definitie onschuldig hoeft te zijn.

 

Marokkaanse vrouwen en de oorzaken van chronische pijn

Een tweede veldwerkverslag van de masterstudenten, dit keer uit Nederland. En ook dit keer overgenomen van de Vamos-Bien-site. Emmaly Berghuis doet onderzoek naar het verschijnsel van chronische pijn onder Marokkaanse vrouwen.

Door Emmaly Berghuis   Terwijl ik in de leefwereld van mijn informanten duik–grotendeels Marokkaanse vrouwen– leer ik misschien nog wel het meest door zelf een soort migrant te zijn in hun wereld. Ik geniet van lekker Marokkaans eten en gezelligheid in de moskee en bij de vrouwencentra. Ik heb nu een paar keer Arabisch les gehad bij iemand thuis. Ik merk dan de frustratie en tegelijkertijd de voldoening van het leren van een vreemde taal en schrift. Ook heb ik iets geproefd van het moeten aanpassen aan een samenleving die niet is ingesteld op jouw gewoontes. Zo was ik mee met een uitje naar het Leidse Volkenkunde museum naar de tentoonstelling over de hadj naar Mekka. Uitrustend in de lounge rond het middag uur kwam er een discussie in het Arabisch. Na een tijdje legde iemand aan mij uit dat het tijd voor gebed was en dat de discussie ging over waar dat te doen en over de zon en welke kant op het oosten was. Dingen waar ik me normaal niet mee bezighoud maar voor hen een heel gewoon deel van elke dag.

Lees verder

Wat hebben een loods op de Nederlandse hei en een café in Sarajevo met elkaar gemeen? Over de realisatie van een Heterotopia in het dromen over Utopia.

Een alternatief café in Sarajevo. Foto: Gerwin Peelen

Een alternatief café in Sarajevo. Foto: Gerwin Peelen

Door Gerwin Peelen. Terwijl ik in Sarajevo zit ontspint zich in mijn thuisland een nieuwe tv-serie: Utopia. Vijftien mensen worden op een afgelegen terrein gezet en mogen hun eigen, ideale, wereld creëren. Het klinkt als een sociologisch experiment. Helaas is het een tv-serie en moeten er dus wat spelelementen in worden gestopt wat de academische waarde van het experiment teniet doet. Bovendien laat de dagelijkse uitzending ons maar een deel zien: wat is in scene gezet en wat wordt weggelaten? Niemand zit te wachten op een integrale uitzending van een potje Rummikub. De serie is een paar weken onderweg en er hebben al redelijk veel verbale confrontaties tussen de deelnemers plaatsgevonden. De ingebouwde eliminaties zorgen bovendien voor een politiek steekspel. De intro van het programma geeft aan dat er geen regels zijn maar het is bijna ondenkbaar dat er in het geheel geen democratisch element inzit. Het zou tot behoorlijk wat commotie leiden als één persoon een dictatuur vormt en vervolgens het monopolie van geweld uitoefent op de andere kandidaten. Dus helemaal vanaf nul zullen de deelnemers niet beginnen. Lees verder

Hoe overleef ik een geprezen masterthesis?

moos75_n

Door Moos Pozzo. Voor mijn masterscriptie Culturele Antropologie draaide ik afgelopen jaar een paar maanden mee in het dagelijkse leven van jonge asielzoekers in Nederland. Ik kwam onder meer tot de conclusie dat voor de jongeren participatie, of ‘actief blijven’ zoals zij het uit drukken, een basisbehoefte is om zich staande te houden in dagelijks zeer onzekere omstandigheden. Ze zien zich echter gedwongen tot passiviteit en voelen zich gemarginaliseerd en uitgesloten. Het Nederlandse ontmoedigingsbeleid lijkt er voor te zorgen dat veel jonge asielzoekers juist meer verlangen naar een verblijfsvergunning. Zij zien een vergunning  namelijk als enige mogelijkheid om nuttige activiteiten te ontplooien.

Er is nog veel werk te verzetten voordat het recht op participatie (artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag) en het recht op recreatie (artikel 31 van het VN-Kinderrechtenverdrag) gerealiseerd zijn voor kinderen op asielzoekerscentra. Tegelijkertijd zijn de jongeren zeer sceptisch over het hebben van rechten. Ze zijn gericht op hun toekomst en zien een mogelijke positieve uitkomst van hun asielprocedure als ‘een kwestie van geluk’. Lees verder

Zelfplagiaat in de wetenschap

Fklickr: Counter-Point

Fllickr: Counter-Point

Door Freek Colombijn.  ‘Het adagium “wie schrijft die blijft” heeft geleid tot een stortvloed van half-doordachte of zichzelf herhalende publicaties waarin de lezer verdrinkt. Om het aanbod van wetenschappelijke literatuur te beperken en de kwaliteit te verhogen zouden wetenschappers in beginsel niet meer dan één publicatie per jaar moeten afleveren.’

Dit was stelling 8 bij mijn proefschrift, nu twintig jaar geleden verdedigd (Colombijn 1994). Ik geef de bron er voor de zekerheid maar bij, om elke suggestie van zelfplagiaat te vermijden. Afgelopen week is de VU sterhoogleraar Peter Nijkamp beschuldigd van zelfplagiaat. In zijn topjaar publiceerde hij meer dan honderd artikelen, vaak samen met anderen, en om wat sneller klaar te zijn, schijnt Nijkamp copy-paste hele fragmenten uit eerdere publicaties te hebben overgenomen. Lees verder

Mandela, Lampedusa, en Zwarte Piet: een historische contextualisering

Door Oscar Salemink Toen Nelson Mandela op 5 december 2013 overleed, was dat meer dan voorpaginanieuws. Het was een schok voor de hele wereld. Vooral politici waren er als de kippen bij om zich te koesteren in het charisma van Mandela. De president van het machtigste land ter wereld – die leiding geeft aan een wereldwijd afluisterprogramma en met de resultaten mensen (“terroristen”) volautomatisch vanuit de lucht laat afschieten– verklaarde het voorbeeld van Mandela te willen volgen, namelijk “to make decisions guided not by hate, but by love, to never discount the difference that one person can make, to strive for a future that is worthy of his sacrifice.” Een voormalige premier van Nederland –die politiek verantwoordelijk was voor de grootste massaslachting op Europees grondgebied na de Tweede Wereldoorlog maar nooit verantwoording daarvoor heeft afgelegd, en die na zijn premierschap heeft gegrossierd in lucratieve commissariaten van diverse al dan niet onder zijn bewind geprivatiseerde staatsbedrijven– vertelde de media dat hij had gehuild toen Mandela werd vrijgelaten. Iedereen koestert hem of was een vriend en bewonderaar van wijlen Mandela, die echter tijdens zijn gevangenschap door vele westerse politici voor terrorist werd versleten als leider van de gewapende arm van de ANC.  Lees verder

Sinterklaasintocht op Bali, Indonesië

SPW Sint Bali IMG_2096

Balinese Zwarte Pieten

Door Vivian Mac Gillavry    Inmiddels heeft iedereen in Nederland zijn of haar mening gevormd over de Zwarte Pieten-discussie. Dat ook op Bali Sinterklaas wordt gevierd zou men misschien niet meteen verwachten en ook hier wordt meegediscussieerd over Zwarte Piet. Viavia ben ik gevraagd om als Zwarte Piet mee te doen aan het schoolbezoek van Sinterklaas op een school voor Nederlandse taal en cultuur.

Als bachelorstudent antropologie loop ik stage op Bali en antropologisch gezien leek me dit een bijzondere dag om mee te maken, een Sinterklaasintocht op een tropisch eiland.

Tijdens het schminken vraag ik aan Sinterklaas hoe de Nederlanders op Bali denken over de Zwarte Pieten-discussie. Lees verder

Racism as satire

By Markus Balkenhol    Progressive Dutch were shocked when they read the racist commentary swamping critics of the Zwarte Piet figure in recent weeks. “It’s time this whining negro gets a new owner,” and “they should let him pick cotton as a punishment,” or “In Sint’s bag off the Munt tower with Quinsy Gario” were, by comparison, among the more harmless racist execrations that were flung at Gario and other critics of the figure.[1] With indignation, many proponents of the Zwarte Piet figure who understood themselves as non-racist were quick to condemn this outburst of racism. A handful began to wonder whether there may have been a point to the critique, after all. Yet the racism spilling across public media continued to be seen as an exception, representing only a few ‘actual’ racists who were in no way representative of larger proportions of Dutch society. The racist comments were understood to be altogether disconnected from the Sinterklaas celebration as such, and their racism was seen as completely out of sync with the benign family tradition they held so dear. Many have told me that they had never seen anything wrong with the family tradition, but that they were taken aback by the reactions. Lees verder

Waarom de Wereld Antropologen Nodig Heeft

Door Laura van Deventer

1231644_10151585536891681_1405407759_n

En, studeer je nog steeds Antropologie?’, dit is de vraag die mij vroeger regelmatig op een verjaardag of familiebijeenkomst gesteld werd. Wanneer ik bevestigend antwoordde was de reactie: ‘Ja, het is wel léuk, maar ga toch iets nuttigs studeren! Hier kun je toch niets mee?’ Hieronder zal ik uitleggen, waarom antropologie niet alleen leuk, maar óók ontzettend nuttig is, en dat je er erg veel mee kunt. Mijn overtuiging is: De wereld heeft antropologen nodig! Hieronder leg ik uit waarom.

Wat is antropologie?

In 1928 gaf Margaret Mead, de bekendste antropologe van de 20e eeuw , de volgende definitie van

een antropoloog: ‘the student of man in all his most diverse social settings’ (Mead 1928: 11). Als antropoloog heb je een fascinatie voor de verschillen tussen groepen mensen in wijze van leven, denken, handelen en betekenis geven aan voorwerpen (bijvoorbeeld een ring), gebeurtenissen (bijvoorbeeld de intocht van Sinterklaas), handelingen (bijv. een kaarsje branden in de kathedraal). Dit betrekt zich op de sociale en culturele aspecten van het leven van mensen. Binnen antropologie staat daarin de mens centraal: hoe gaat hij/zij om met de omgeving, de (on)geschreven regels die gelden in zijn/haar samenleving, de situatie of veranderingen in de politieke, economische of sociale omstandigheden? Maar ook: welke bijdrage leveren zij hier zelf aan? Als antropoloog kun je je dus heel breed oriënteren, van economie tot rituelen, zolang de ervaring en plaats van de groep mensen erin maar centraal staat. Gewoonlijk wordt dit wel beperkt door een specifieke vraag. Bijvoorbeeld: wat is de rol van bier in het leven van zakenmannen in Hong Kong (handige data voor Heineken)? Wat betekenen vooroordelen over mensen uit de Kaukasus voor het dagelijks leven van Tsjetsjenen in Moskou (belangrijke info voor mensenrechtenorganisaties)? Hoe geven Marokkaanse moeders met gehandicapte kinderen betekenis aan de situatie van hun zieke kind (cruciaal voor de interactie met zorginstellingen)?

Je bent in je werk dus gericht op de mensen waar je onderzoek om draait, alleen zij kunnen jou de informatie geven waar je naar op zoek bent.

De wijze van onderzoek doen is uniek: antropologen krijgen door persoonlijk contact te leggen, veel vragen te stellen, te observeren en tijd door te brengen een zo goed mogelijk beeld van en begrip voor de mensen. Als je niet luistert, kom je niets te weten. Als je haast hebt, ook niet. Antropologen worden getraind zich aan te passen in een vreemde omgeving, gesprekken aan te gaan met sleutelpersonen en respect en begrip te tonen voor een hem/haar vreemd zijnde levenswijze. Wat wordt er gezegd, wat niet, en wat wordt tussen de regels door gecommuniceerd? Klopt wat je ziet met wat je verteld wordt?

Een antropoloog weet dat er verschillende manieren zijn om belangen te vertegenwoordigen, met conflicten om te gaan, verandering door te voeren – en onderzoekt dat van binnenuit. Je moet dan wel genuanceerd denken en je uitdrukken. Idealiter delen antropologen hun kennis met anderen, wat hopelijk kan leiden tot meer en beter begrip en contact tussen groepen mensen die (erg) van elkaar verschillen. Dat kan tijd schelen, geld, soms mensenlevens.

 Waarom is dit nuttig?

´In an ideal world, everybody would take a few courses in anthropology´ zegt Eriksen, een antropoloog met visie voor de rol van dit vakgebied in een samenleving.We leven niet in een ideale wereld, en daarom is het belangrijk dat antropologen hun kennis en kunnen op onderzoeksgebied en in andere beroepen breed inzetten. Sterker nog, het is nódig dat er antropologen op de arbeidsmarkt zijn, want de bovengenoemde vaardigheden zijn uiterst waardevol voor bedrijven en organisaties! In onze wereld komen bevolkingsgroepen voortdurend in contact met verschillende talen, leefwijze, overtuigingen en andere voorstelling van wat ‘normaal’ is. Wat gebeurt er dan? Ik hoef maar ‘Zwarte Piet’ te zeggen, en u begrijpt wat ik bedoel.

Ik werk zelf als docent op een middelbare school. In elke klas zitten leerlingen met ten minste 5 verschillende etnische achtergronden. Alles wat ik bij Antropologie geleerd heb, zet ik nu in om goed onderwijs te geven aan deze kinderen. Luisteren, kijken, vragen stellen. Pas als een kind zich gezien voelt, leert het echt.

Ook een bedrijf dat hun doelgroep of interne werksituatie wil onderzoeken heeft baat bij antropologen: zij kunnen door hun vaardigheden tot waardevolle inzichten komen waardoor de werkstrategie of werksituatie zonodig aangepast wordt.

Een bedrijf of organisatie dat vestigingen in het buitenland heeft kan hier natuurlijk ook zijn voordeel mee doen. Antropologen zijn gewend om vanuit meerdere perspectieven te denken en kijken. Bij het starten of ontwikkelen van internationale activiteiten is dit uiterst belangrijk. Denk bijvoorbeeld aan het aannemen van personeel in dat andere land. Kennis en begrip van de leefwijze van de mensen daar is daarin enkel van voordeel voor het bedrijf. Zeker op lange termijn.

Tot slot is het inzetten van antropologen bij ontwikkelingssamenwerking en internationale hulpverlening onontbeerlijk. Zij zijn immers gewend om op zoek te gaan naar de stem van de mensen waar het om gaat, en het is van groot belang dat die gehoord en serieus genomen wordt wanneer internationale organisaties hun plannen uit proberen te voeren op vreemde bodem. Ook dat kan tijd schelen, geld, en soms mensenlevens.

Laura van Deventer is maatschappijleer docente op een middelbare school in Amsterdam en studeerde Culturele antropologie aan  de Vrije Universiteit.

Bibliografie

Eriksen, T.H. (2008) Engaging Anthropology. The case for a public presence. Oxford: Berg.

Mead, M. (1966) (1928) Coming of age in Samoa. Middlesex, England: Penguin Press.

 

Schouderophalend

P1120583

Door Annerike Hekman. Confrontatie kan pijnlijk zijn. Rondhuppelend in mijn roze zwartepietenpakje, dat mijn moeder zelf gemaakt had, was ik mij geen moment bewust van het feit dat Sint een oude witte man is en dat de pieten zwarte knechten zijn. Geen moment zag ik de rode lippen als karikatuur en de gouden oorbellen als vernederend. Mijn reactie op de jaarlijkse discussie rond Zwarte Piet was dan ook dit jaar weer het ophalen van mijn schouders: mensen doe niet zo moeilijk. Ja, ik zie de overeenkomst, maar zo is het niet bedoeld, zo heb ík het nooit beleefd. Het is gewoon gezellig. Schouderophalend kan ik een ongemakkelijk gevoel niet ontkennen: ergens lijkt het alsof ik persoonlijk word aangevallen wanneer iemand met overtuiging zegt dat Zwarte Piet discriminerend is.

Afgelopen maand sprak ik met een Eritrese vriendin over de discussies rond het ‘opmerkelijke feest.’ Zij bleef emotioneel praten over de reacties van mensen in de media en liet mij een aantal reacties op Twitter lezen toen Quinsy een kunstenaar (donker van huidskleur) bij Pauw en Witteman aan tafel zat om te praten over wel of geen Zwarte Piet: ‘Die neger op tv snapt het niet, ze zijn toch zwart omdat ze door de schoorsteen komen’ – ‘Als je geen zwarte piet wil zien rot je toch op naar je eigen land’ – ‘Misschien moet die zwarte zeurpiet retour naar zwartepietenland’ – ‘Uhlg, ik kots die neger uit, echt!’. Ik was verbijsterd. Niet veel later zocht ik naar meer discussies en vond met gemak eindeloze vergelijkbare reacties. Wat gebeurt er eigenlijk?

Ideeën over hoe iets hoort, een wereldbeeld, bepaalde sociale categorisatie of jaarlijkse gebruiken, vormen deel van ieders opvoeding en worden eigengemaakt. Sommige ideeën worden gedeeld met een groep van nabije vertrouwelingen (familie), andere met een meer collectief gezelschap (stad, regio, land). Deze gedeelde ideeën geven een gevoel van veiligheid en erkenning, het maakt iemand onderdeel van een groep. Bepaalde aspecten van deze ideeën kunnen in bepaalde contexten versterkt worden, als reactie op bijvoorbeeld afwijkende ideeën van aan andere groep. De aspecten kunnen zomaar aan de oppervlakte komen en met redenen als ‘we hebben het altijd zo gedaan’ heel overtuigend zijn. Deze al dan niet onbewuste vorming van ideeën en collectieve gebruiken, maakt het heel lastig om op iets dergelijks te reflecteren. De ideeën zijn zo eigengemaakt dat ze niet meer los te koppelen zijn van iemands identiteit en worden gezien als ‘gegeven’. In dynamische tijden van globalisatie, migratie, modernisatie, komt men in aanraking met mensen die heel andere ideeën hebben. In werkelijkheid of in beleving kan deze aanraking bedreigend voelen, het zorgt voor verwarring en vraagt reflectie op de eigengemaakte gebruiken. De ‘gegeven’ ideeën zijn dan een veilige toevluchtsoord. Zij herbevestigen hoe de wereld ‘hoort te zijn’ en benadrukken de vertrouwde gemeenschap die deze ideeën deelt.

Het sociale en culturele karakter van ideeën – over hoe het hoort te zijn – en een bedreigende maatschappelijke context, maken het heel lastig voor mensen om oprecht te reflecteren op ideeën en collectieve gebruiken, zoals Zwarte Piet. Het bevragen van vertrouwde ideeën kan op zich al pijnlijk zijn (moet ik toegeven dat rondhuppelen in mijn roze Zwartepietenpakje discriminerend was!), en het maakt het nog pijnlijker wanneer men zich juist vastklampt aan deze vertrouwde ideeën. Pijnlijk en complex wordt het dan: persoonlijk haal ik dan liever mijn schouders op.

Alleen, hoe lang kan je je schouders ophalen als je weet dat een groep Nederlanders zich gekwetst voelt door een idee dat jij in stand houdt? Dat de huidige knecht 150 jaar geleden is ontstaan, in een tijd waarin het logisch was dat de witte man op een paard zat en de zwarte man de tassen droeg? Dat er eindeloze reacties op internet staan waarin de witte man de zwarte man nog steeds als die tasdragende knecht ziet, als mindere die hier eigenlijk niet thuis hoort? Hoeveel confronterende argumenten en historische feitelijkheden heb je nodig om een idee los te koppelen van jezelf, en daar oprecht op te reflecteren?
Met begrip voor mensen die zich aangevallen en/of bedreigd voelen (ik voel dat ook) door de confrontatie met eigengemaakte ideeën, zijn bovenstaande argumenten en historische feitelijkheden voor mij genoeg om het idee Zwarte Piet los te koppelen van mijzelf. De discussies gaan uiteindelijk niet meer om Zwarte Piet en niet om mijn gehuppel in het Zwartepietenpakje, maar om dat wat al de reacties laten zien: in Nederland worden mensen met donkere huidskleur niet volledige geaccepteerd, ongelijk behandeld en als minder gezien. Er is veel discriminatie in Nederland. En misschien is het Sinterklaasfeest, elk jaar weer, het enige podium waarop aandacht gevraagd kan worden voor het kwetsende gevoel dat dit onschuldige kinderfeest veroorzaakt, en dat dit gevoel niet enkel jaarlijks naar boven komt maar voor veel Nederlanders aan de orde is van elke dag.

Annerike Hekman is Master student Sociale en Culturele Antropologie aan de Vrije Universiteit.