Categorie archief: De Lage Landen

Vrouwen met een eerste kind – Hoe voeden zij op?

Door Mieke Jakobs    Ter afronding van de Master Sociale en Culturele Antropologie aan de Vrije Universiteit heb ik onderzoek gedaan naar vrouwen die voor het eerst moeder zijn (‘first-time mothers’). Hierbij richtte ik me op hoger opgeleide moeders met een kind in de leeftijd van 0 t/m 3 jaar, woonachtig in Nederland. Ik was erg benieuwd naar hoe zij bepalen wat goede opvoeding is, en hoe zij dit invullen in de praktijk. Over het algemeen wil toch iedere moeder het beste voor haar kind?! Maar wat is dan dit beste? Hoe bepalen zij dit? En hoe verkrijgen ze deze kennis?

spw fotoIn de politiek, door vele instellingen, maar ook door de mondige burger, wordt een directe link gelegd tussen maatschappelijke problemen (bijvoorbeeld criminele jeugd) en opvoeding. Zicht krijgen op hoe moeders hun ideaal (‘het beste voor hun kind’) invullen in de praktijk, en hoe zij hun kennis hierover vergaren, lijkt me hierom relevant. Dit onderzoek kan deze instellingen en de overheid enig inzicht verschaffen. Lees verder

Over Almere, de PVV, en cultuur

SpW ruzieDoor Bionda Stolk In maart 2010 deed de PVV voor het eerst mee aan de lokale verkiezingen in twee gemeenten, Den Haag en Almere. Zoals verwacht resulteerde dit in beide gemeenten in een forse winst; in Almere werd de PVV zelfs de grootste partij. De vragen die naar aanleiding van dit succes in de media werden gesteld, waren ook te verwachten: hoe kon dit gebeuren? Waarom hadden de burgers zo massaal op de PVV gestemd? En, hoe zouden de bestaande partijen reageren? Vooral deze laatste vraag hield mij bezig, want konden de overige raadsleden in Almere nog wel objectief zijn, aangezien zij mogelijk al jarenlang een bepaald, en zeer negatief, beeld hadden over het fenomeen PVV? Lees verder

Verstoten in het land van herkomst

Door Edien Bartels. In het TV programma ‘Verstoren in het land van herkomst’ van de Moslim Omroep van 21 juni 2014, vertelt een vrouw die achtergelaten was hoe ze zich voelde: als een vuilniszak die gevuld was met emoties en vervolgens aan de kant gezet. Ik ben dat vaker tegengekomen tijdens onderzoek naar achterlatingen in Marokko (2005, 2009,2011). Bijvoorbeeld een Marokkaanse vrouw achtergelaten op jonge leeftijd, nu in Marokko gehuwd met een naar ze zelf vertelde, goede echtgenoot. Ze is op het moment dat ik haar spreek moeder van een dochtertje en lijkt een plezierig leven te leiden. Maar haar vader kan ze niet vergeven dat hij haar heeft achtergelaten. Ieder jaar komt die vader vanuit Nederland op vakantie naar Marokko. Hij is oud nu. Ieder jaar vraagt ze hem: “waarom heb je me achtergelaten in Marokko”. Haar vader begint dan te huilen, en zoals ze zegt: “ik wil hem laten huilen, hij heeft mij dit aangedaan”. Kennelijk wordt achterlating ervaren als een zo fundamentele krenking dat het mensen tot in jaren achtervolgt.

edien

 

 

 

 

 

 

Lees verder

Proefschrift verdediging: “Tracing Slavery. An ethnography of diaspora, affect, and cultural heritage in Amsterdam.” Door Markus Balkenhol

==PERSBERICHT==

Amsterdam, 16 mei 2014

.

Slavernijverleden is omvangrijker dan alleen monumenten en herdenkingen

AMSTERDAM – In de afgelopen twintig jaar heeft het Nederlandse slavernijverleden steeds meer aandacht gekregen in de vorm van monumenten, bij herdenkingen, en in musea. Minder bekend is de rol van het slavernijverleden in het leven van alledag. Uit het promotieonderzoek van Markus Balkenhol blijkt echter dat het slavernijverleden ook in het alledaagse leven van veel mensen in Nederland een belangrijke rol speelt. Dit onderzoek zal Balkenhol op 16 mei a.s. aan de Vrije Universiteit Amsterdam verdedigen.

.

Nieuwe inzichten door etnografisch onderzoek

Balkenhol onderzocht deze alledaagse manieren van omgaan met het slavernijverleden door meer dan een jaar etnografisch veldwerk te doen in Amsterdam Zuidoost. Hij woonde bij verschillende mensen thuis en was dagelijks op pad met politici, muzikanten, moeders en andere bewoners van Zuidoost. Hij richtte zich in zijn onderzoek op de manier waarop het slavernijverleden doorwerkte in het dagelijkse leven van mensen in Amsterdam Zuidoost. Dit onderzoek leverde drie deelconclusies op.

  Lees verder

Zon en Zelfmoord in Tivoli

Door Viane Towo. “Kunt u mij de weg naar de Bisonstraat vertellen, meneer?” De man denkt even na. “Dat is in Tivoli!” zegt hij dan, alsof dat al genoeg zegt. Inderdaad, ik ben op weg naar Tivoli, een wijk in Eindhoven waar ik deze zaterdag de hele dag onderzoek ga doen voor Bureau Wijkwiskunde. Etnografisch onderzoek welteverstaan, want Wijkwiskunde is een antropologisch onderzoeksbureau dat kwalitatief onderzoek doet in stadswijken. ‘We onderzoeken, geven advies, co-creëren, bedenken concepten en voeren projecten uit ter verbetering van wijken. We verzorgen in opdracht voor gemeenten, overheid, woningcorporaties, bedrijven, welzijnsorganisaties, stichtingen en bewonersgroepen het gehele traject van vraag naar oplossing’ (www.wijkwiskunde.nl). Het doel van Wijkwiskunde hierbij is om tot concrete antwoorden op vraagstukken te komen, of om trends inzichtelijk te maken en dan ook projecten uit te voeren die een oplossing kunnen vormen voor de gevonden problemen of vragen vanuit een buurt. Ze vormen daarbij als antropologen een brug tussen bewoners en opdrachtgevers. Dit keer in Tivoli heeft een woningcorporatie Wijkwiskunde de brede opdracht gegeven om te onderzoeken wat er speelt in de buurt en ook meer specifiek wat er ruimtelijk nog verbeterd zou kunnen worden (www.wijkwiskunde.nl).

Aangekomen in de Bisonstraat word ik welkom geheten door Feye van Olden, die samen met Merlijn Michon eigenaar is van Wijkwiskunde. Hij heeft in het logeerhuis overnacht en is al begonnen met werken. Achter zijn laptop verzamelt hij alle etnografische data die de voorafgaande dagen door een team van onderzoekers is verzameld en zijn taak is om deze data de analyseren. Enthousiast vertelt Feye wat over de wijk: Het is een oude wijk die in de jaren ‘30 door Philips is gebouwd voor hun fabrieksarbeiders. Het lag van origine helemaal buiten de stad Eindhoven en de tuinen waren extra groot, zodat de arbeiders hun eigen groenten konden verbouwen. De straten hebben allemaal dierennamen: Berenstraat, Kangoeroestraat, Pantherstraat. De huizen zijn gezellig klein, met soms een voortuintje, en in het midden van de wijk ligt een ‘plein’ dat in de loop van de geschiedenis verschillende functies heeft vervuld. Nu is daar een grote speeltuin. Op die plek begint mijn veldwerk. Lees verder

A master student’s shitty first drafts

Door Zeger Polhuis  

In the first week of April my fellow students in the master Social and Cultural Anthropology returned from their three months of fieldwork abroad. I was one of the students who stayed in the Netherlands for fieldwork ‘at home’. I look back on three months of research on the experiences of Indian medical professionals in the Netherlands, and simultaneously look forward to the last interviews that I have scheduled for the coming weeks.

After having conducted most of my research, I had a muddling mass of data, information, and personal experiences. I had visited and interviewed doctors of Indian origin in various places in the Randstad area. I did not know, though, if there were any Indian nurses in the country. I knew that there had been nurses on temporary contracts, but did not know if they were still around or had already returned to India. During the celebration of the Indian Republic Day in Amstelveen, I met someone who knew one nurse from India, and then one contact led to one other. After that, contacts multiplied, and I heard about, and met nurses who were still living and working in a number of cities. I conducted interviews and attended Sunday mass with some of them a number of times. Now I have a pile of notes about my observations and experiences, and a bunch of audio recordings of the interviews, many of which I still have to transcribe. This I have to craft, together with scientific literature, newspaper articles and my own academic reflections, into a meaningful and valuable thesis.

Slowly and painfully, I try to get back into the rhythm of classes, handing in assignments, and reading textbooks. As I am halfway through reading Anne Lamott’s essay ‘Shitty first drafts’ in our textbook on fieldwork, I feel the urge to write – but it doesn’t happen. The essay by Anne Lamott, who is a writer, is great – it is well-written, funny, but also reassuring: reassuring that there are other people like me who, well, suck, and are screwed up. Lamott explains in a cheerful way how first drafts are always crappy one way or another – but we have to write them in order to learn how to write good stuff. During the next few weeks, I will conduct some more research to fill in a few gaps and answer some more questions, and I really have to get my transcribing done. At the same time, though, I will have to start with writing some assignments, fragments of drafts for my thesis. As I will be writing, and even now as I am sitting at a table in my house writing this, I imagine a lot of people watching me, looking over my shoulder: my supervisor and teachers, my fellow students, the people I met and interviewed, the people who did not respond or whom I did not get to meet, friends, God, the scholarly saint Thomas Aquinas, while outside saint Francis of Assisi is hanging around in the Vondelpark, preaching to the birds while sunbathing, and barbequing with cool people from Amsterdam South-East. And here I am, inside, writing. Shitty first drafts. Let’s get it over with.

Zeger Polhuijs, student in the master Social and Cultural Anthropology

Beste Mark Rutte

Door Rhoda Woets

TafereelschoolBeste minister-president van Nederland,

Obama was onderweg naar de nucleaire top in Den Haag toen u voor de internationale pers zowaar een bom liet ontploffen. U beweerde -met een voor u vertrouwde grijns – dat uw vrienden uit de Antillen zich tenminste niet hoeven te schminken als ze Zwarte Piet spelen. Nee, dan die restjes zwarte schmink die u nog dagen aan het wegschrobben bent: dat is pas erg! Ook herhaalde u nog een keer dat Piet nu eenmaal zwart is en niet groen of paars, en dat daar weinig aan te doen was. Het Nederlands College voor de Rechten van de Mens heeft verklaard dat bepaalde onderdelen van het Sinterklaasfeest racistisch zijn, maar waarom zou je een dergelijk hobby-clubje serieus nemen? Als minister-president van alle (?) Nederlanders maakte u maar weer eens mooi duidelijk dat donkere mensen niets te klagen hebben. Obama trouwens ook niet: die mocht voor de nachtwacht poseren in wat u na de nucleaire top aanduidde als “het mooiste museum van de wereld”.  En inderdaad: het Rijksmuseum is met recht een topattratractie in Amsterdam. Iets minder mooi is dat de gouden glorie die van de objecten en schilderijen afspat in dit museum, leunt op de slavenarbeid van mensen die Nederland ooit op grote schaal ontvoerde uit West Afrika.
Om de andere kant van de gouden medaille te zien, moet je niet in het Rijksmuseum zijn maar in het Tropenmuseum. U weet wel, dat andere koloniale museum in Amsterdam dat bijna de deuren moest sluiten. Nederland omarmt het koloniale verleden liever als groots en glorierijk. Het omarmen van een raciale stereotype zoals Zwarte Piet past hier naadloos in omdat het evenzeer getuigt van het ontbreken van een historisch bewustzijn. Gelukkig is er de hoop dat nieuwe generaties het beter gaan doen. Op de basisschool van mijn kinderen spelen de kinderen uit groep acht voor Zwarte Piet en dat vinden ze, zonder uitzondering, geweldig. Afgelopen december begonnen de kinderen in een geschiedenisles over slavernij uit zichzelf over de verhitte Pieten ‘discussie’ die overal gaande was. Deze kinderen zien namelijk wel een link tussen slavernij en een zwart geschminkte knecht met kroeshaar en rode lippen. Bovendien legden een deel van deze kinderen zich niet neer bij een Ruttiaans “hij is nu eenmaal zwart”. Zij besloten om zich dit jaar niet zwart te schminken en ook geen krullenpruik te dragen. Niet alleen uit piëteit met donkere Nederlanders die zich gekwetst zouden kunnen voelen, zoals vele bekeerlingen in navolging van Robert Vuijsje riepen in de media. Ze deden dit ook voor zichzelf. Omdat ze niet mee wilden doen aan een alledaags racistisch ritueel. En ook omdat deze jonge fashionistas ontdekten hoe leuk het is om de kleur van je pruik en schmink aan te passen aan je outfit.

KleurenpietFinal

Een van de gekleurde Pieten

Voor het eerst in de geschiedenis van de school liepen er gekleurde pieten mee. Bijzonder, en tegelijkertijd heel gewoon want voor de kleine kinderen was het feest net zo leuk en spannend als altijd. Gelukkig komt verandering niet altijd van bovenaf want als we op u moeten wachten, minister-president, kan het heel lang duren. Maar u bent niet alleen. Uit een artikel in NRC bleek dat veel schooldirecties afzagen van gekleurde pieten uit angst voor negatieve reacties. Het bestrijden van racisme lijk mij niet iets waar je over moet stemmen of consensus over hoeft te bereiken met ouders. Gelukkig komt verandering ook van onderop, van kinderen die beter dan menig volwassenen snappen dat een kinderfeest niet per definitie onschuldig hoeft te zijn.

 

Marokkaanse vrouwen en de oorzaken van chronische pijn

Een tweede veldwerkverslag van de masterstudenten, dit keer uit Nederland. En ook dit keer overgenomen van de Vamos-Bien-site. Emmaly Berghuis doet onderzoek naar het verschijnsel van chronische pijn onder Marokkaanse vrouwen.

Door Emmaly Berghuis   Terwijl ik in de leefwereld van mijn informanten duik–grotendeels Marokkaanse vrouwen– leer ik misschien nog wel het meest door zelf een soort migrant te zijn in hun wereld. Ik geniet van lekker Marokkaans eten en gezelligheid in de moskee en bij de vrouwencentra. Ik heb nu een paar keer Arabisch les gehad bij iemand thuis. Ik merk dan de frustratie en tegelijkertijd de voldoening van het leren van een vreemde taal en schrift. Ook heb ik iets geproefd van het moeten aanpassen aan een samenleving die niet is ingesteld op jouw gewoontes. Zo was ik mee met een uitje naar het Leidse Volkenkunde museum naar de tentoonstelling over de hadj naar Mekka. Uitrustend in de lounge rond het middag uur kwam er een discussie in het Arabisch. Na een tijdje legde iemand aan mij uit dat het tijd voor gebed was en dat de discussie ging over waar dat te doen en over de zon en welke kant op het oosten was. Dingen waar ik me normaal niet mee bezighoud maar voor hen een heel gewoon deel van elke dag.

Lees verder

Wat hebben een loods op de Nederlandse hei en een café in Sarajevo met elkaar gemeen? Over de realisatie van een Heterotopia in het dromen over Utopia.

Een alternatief café in Sarajevo. Foto: Gerwin Peelen

Een alternatief café in Sarajevo. Foto: Gerwin Peelen

Door Gerwin Peelen. Terwijl ik in Sarajevo zit ontspint zich in mijn thuisland een nieuwe tv-serie: Utopia. Vijftien mensen worden op een afgelegen terrein gezet en mogen hun eigen, ideale, wereld creëren. Het klinkt als een sociologisch experiment. Helaas is het een tv-serie en moeten er dus wat spelelementen in worden gestopt wat de academische waarde van het experiment teniet doet. Bovendien laat de dagelijkse uitzending ons maar een deel zien: wat is in scene gezet en wat wordt weggelaten? Niemand zit te wachten op een integrale uitzending van een potje Rummikub. De serie is een paar weken onderweg en er hebben al redelijk veel verbale confrontaties tussen de deelnemers plaatsgevonden. De ingebouwde eliminaties zorgen bovendien voor een politiek steekspel. De intro van het programma geeft aan dat er geen regels zijn maar het is bijna ondenkbaar dat er in het geheel geen democratisch element inzit. Het zou tot behoorlijk wat commotie leiden als één persoon een dictatuur vormt en vervolgens het monopolie van geweld uitoefent op de andere kandidaten. Dus helemaal vanaf nul zullen de deelnemers niet beginnen. Lees verder

Hoe overleef ik een geprezen masterthesis?

moos75_n

Door Moos Pozzo. Voor mijn masterscriptie Culturele Antropologie draaide ik afgelopen jaar een paar maanden mee in het dagelijkse leven van jonge asielzoekers in Nederland. Ik kwam onder meer tot de conclusie dat voor de jongeren participatie, of ‘actief blijven’ zoals zij het uit drukken, een basisbehoefte is om zich staande te houden in dagelijks zeer onzekere omstandigheden. Ze zien zich echter gedwongen tot passiviteit en voelen zich gemarginaliseerd en uitgesloten. Het Nederlandse ontmoedigingsbeleid lijkt er voor te zorgen dat veel jonge asielzoekers juist meer verlangen naar een verblijfsvergunning. Zij zien een vergunning  namelijk als enige mogelijkheid om nuttige activiteiten te ontplooien.

Er is nog veel werk te verzetten voordat het recht op participatie (artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag) en het recht op recreatie (artikel 31 van het VN-Kinderrechtenverdrag) gerealiseerd zijn voor kinderen op asielzoekerscentra. Tegelijkertijd zijn de jongeren zeer sceptisch over het hebben van rechten. Ze zijn gericht op hun toekomst en zien een mogelijke positieve uitkomst van hun asielprocedure als ‘een kwestie van geluk’. Lees verder