Categorie archief: Discriminatie & Man/vrouw

Eén thema, twee films en veel obstakels

nojoomDoor Marina de Regt. Afgelopen dinsdagavond zag ik twee films over hetzelfde thema, namelijk het op jonge leeftijd uithuwelijken van meisjes in Jemen en Ethiopië. De films werden vertoond op het Movies that Matter filmfestival dat jaarlijks door Amnesty International wordt georganiseerd. De films gingen ook nog eens over de twee landen waar ik me als antropoloog mee bezig houd. Sinds een jaar doe ik onderzoek naar de migratie van tienermeisjes in Ethiopië; de angst om uitgehuwelijkt te worden is vaak een reden voor meisjes om naar de stad te migreren. In Jemen is het jong uithuwelijken van meisjes (en jongens) op het platteland ook heel gewoon. Dus het was een must om deze films te zien.

Lees verder

Het nieuwe F-woord

Waarom is het zo moeilijk om het woord FEMINISME of  FEMINISTEN in de titel van een boek te vermelden? Vreest de uitgever dat daardoor de verkoopcijfers zal drukken? Waarom worden deze woorden niet groot en met trots op het voorkaft vermeld, maar komt het pas in de ondertitel?

Door Ina Keuper

9789000345021_download

Donderdag 5 maart 2015 was ik aanwezig bij de presentatie van het Het F-boek op een drukbezochte bijeenkomst georganiseerd door Atria, het Nederlandse kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, gevestigd aan de Vijzelstraat in Amsterdam. Het boek bevat 64 bijdragen in de vorm van columns, essays en tekeningen en werd geïnitieerd en samengesteld door Anja Meulenbelt en Renée Römkens. Meulenbelt was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw een feministisch boegbeeld vanwege haar boek De schaamte voorbij en is sindsdien betrokken bij vele activiteiten binnen en buiten de feministische beweging. Römkens was jarenlang universitair (hoofd)docent en onderzoeker voor genderstudies (psychologie) aan de universiteit, in Utrecht,  New York en Tilburg, en is sinds 2012 directeur van Atria.

Lees verder

Ethiopische sekswerkers voor de camera

IMG_3416Door Marina de Regt. Ik had nooit gedacht dat ik het nog eens zou doen: een documentaire maken. Precies acht jaar geleden, in februari 2007, was ik in Jemen om een film te maken over Ethiopische en Somalische vrouwen die betaald huishoudelijk werk doen. Zoals zoveel antropologen leek het me fantastisch om mijn onderzoek te visualiseren. Ik wilde de vrouwen die ik tijdens mijn onderzoek had ontmoet een gezicht geven en vooral Jemenieten laten zien dat het meer dan alleen huishoudsters zijn maar mensen van vlees en bloed. Samen met een Nederlandse filmmaakster vertrok ik naar Jemen, waar ik erachter kwam dat filmen iets heel anders is dan antropologisch onderzoek doen. Ik voelde me erg ongemakkelijk door de aanwezigheid van de camera in mijn onderzoeksveld, en vond het moeilijk vrouwen te vragen of ze gefilmd wilden worden. Gelukkig lukte het toch om een aantal Somalische, Ethiopische en Jemenitische vrouwen te filmen. Toen we een jaar later terugkeerden om de film aan de betrokken vrouwen te laten zien, zeiden de Ethiopische vrouwen dat ze het een mooie film vonden maar ze vroegen ons hem niet in Jemen of Ethiopië te vertonen. Ze wilden niet dat andere Ethiopiërs zouden zien dat ze hun leven als domestic worker in Jemen hadden laten filmen. Daar zat ik dan, met een prachtige film die niet vertoond mocht worden aan het publiek dat ik voor ogen had gehad.

Toen de co-onderzoekers in het meisjesmigratieproject waar ik nu bij betrokken ben met het idee kwamen een documentaire te maken over het onderzoek in Bangladesh en in Ethiopië was ik dan ook niet enthousiast. Ik had een klein trauma overgehouden aan het filmen in Jemen, en voorzag dezelfde problemen in Ethiopië. Het onderzoek dat ik hier samen met twee Ethiopische onderzoekers heb uitgevoerd gaat over tienermeisjes die van het platteland naar de stad zijn gemigreerd en hun brood verdienen met huishoudelijk werk of sekswerk. In de levensverhalen van de meisjes staan armoede, gebroken gezinnen, overleden ouders, misbruik, angst voor uithuwelijking en ontvoering centraal. Maar we hoorden ook over hun ambitie hun leven te veranderen, onderwijs te volgen, meer bewegingsvrijheid te hebben, en zelf geld te verdienen. Het vinden van “informanten” was niet makkelijk geweest: domestic workers werken bij mensen thuis en hebben nauwelijks tot geen vrije tijd en sekswerkers werken ‘s nachts en slapen de helft van de dag. Maar met veel moeite was het gelukt. Het filmen van deze meisjes leek me echter nog moeilijker: geen van de meisjes is trots op het werk dat ze doet en ze worden erg gestigmatiseerd. Ik had de Italiaanse filmmaker dan ook op het hart gedrukt dat hij de meisjes onherkenbaar moest filmen, zodat hun privacy beschermd zou worden. Lees verder

Verstoten in het land van herkomst

Door Edien Bartels. In het TV programma ‘Verstoren in het land van herkomst’ van de Moslim Omroep van 21 juni 2014, vertelt een vrouw die achtergelaten was hoe ze zich voelde: als een vuilniszak die gevuld was met emoties en vervolgens aan de kant gezet. Ik ben dat vaker tegengekomen tijdens onderzoek naar achterlatingen in Marokko (2005, 2009,2011). Bijvoorbeeld een Marokkaanse vrouw achtergelaten op jonge leeftijd, nu in Marokko gehuwd met een naar ze zelf vertelde, goede echtgenoot. Ze is op het moment dat ik haar spreek moeder van een dochtertje en lijkt een plezierig leven te leiden. Maar haar vader kan ze niet vergeven dat hij haar heeft achtergelaten. Ieder jaar komt die vader vanuit Nederland op vakantie naar Marokko. Hij is oud nu. Ieder jaar vraagt ze hem: “waarom heb je me achtergelaten in Marokko”. Haar vader begint dan te huilen, en zoals ze zegt: “ik wil hem laten huilen, hij heeft mij dit aangedaan”. Kennelijk wordt achterlating ervaren als een zo fundamentele krenking dat het mensen tot in jaren achtervolgt.

edien

 

 

 

 

 

 

Lees verder

Femke Halsema en haar zondes

Femke HalsemaDoor Ibtissam Abaaziz , Miriyam Aouragh en Mariam El Maslouhi. Vanaf 11 mei zendt de NTR de zesdelige documentaire ‘Seks en de Zonde’ uit. Een serie van Femke Halsema en Hassnae Bouazza waarin ‘vrouwen in de islamitische wereld’ aan het woord zullen komen. Femke Halsema toont zich medestander in de strijd voor emancipatie van de islamitische vrouw. Wat de context van die strijd is en hoe vrouwen in Nederland dat op hun eigen diverse manieren interpreteren is heel belangrijk, maar daar zien we niet veel van terug in deze aflevering. Wat we vooral konden zien, is de zoveelste eenzijdige en vooringenomen blik op het thema ‘islam’. Dat is overigens niet vreemd in ons poldermedialandschap waar het traditie is om moslimvrouwen te reduceren tot wat ze al dan niet op hun hoofd dragen.

Halsema zegt in eerste instantie zinnige dingen. Zo begint ze haar relaas dat er in Nederland vooral ‘over’ moslima’s gesproken wordt, dat moslima’s zelf onzichtbaar zijn en dat zij ze daarentegen een stem wil geven. Kortom, deze witte seculiere feministische vrouw biedt wel een podium aan moslima’s. Het klinkt misschien wat maternalistisch, maar och, Rome is ook niet in één dag gebouwd. We moeten deze documentaireserie een kans geven en niet meteen in cynisme vervallen.

Als kijker – vooral Marokkaanse moslima’s om wie het allemaal toch lijkt te draaien – zijn we natuurlijk benieuwd naar de stem van ‘de’ moslima. Maar al gauw lijkt het programma daar niet over te gaan. Uiteraard komt er wel een ‘moslima’ in beeld, maar haar stem horen we nauwelijks. Het is Halsema’s stem die daar steeds –peinzend, vragend, giechelend, verdrietig, en stout- overheen walst. Het programma gaat namelijk vooral over Halsema, die al vanaf de lagere school (toe maar!) een liberale en ideologische opvatting over emancipatie had. Het gaat over Halsema’s atheïstische vrijgevochten opvoeding en, inderdaad zoals ze zelf eerlijk toegeeft, haar vooroordelen. Die worden niet ontkracht zoals verwacht. Integendeel, ze staan centraal in het programma en díe vooroordelen worden nu juist net als meetlat gebruikt om de stemmen van moslima’s in te kaderen. Lees verder

Proefschrift verdediging: “Tracing Slavery. An ethnography of diaspora, affect, and cultural heritage in Amsterdam.” Door Markus Balkenhol

==PERSBERICHT==

Amsterdam, 16 mei 2014

.

Slavernijverleden is omvangrijker dan alleen monumenten en herdenkingen

AMSTERDAM – In de afgelopen twintig jaar heeft het Nederlandse slavernijverleden steeds meer aandacht gekregen in de vorm van monumenten, bij herdenkingen, en in musea. Minder bekend is de rol van het slavernijverleden in het leven van alledag. Uit het promotieonderzoek van Markus Balkenhol blijkt echter dat het slavernijverleden ook in het alledaagse leven van veel mensen in Nederland een belangrijke rol speelt. Dit onderzoek zal Balkenhol op 16 mei a.s. aan de Vrije Universiteit Amsterdam verdedigen.

.

Nieuwe inzichten door etnografisch onderzoek

Balkenhol onderzocht deze alledaagse manieren van omgaan met het slavernijverleden door meer dan een jaar etnografisch veldwerk te doen in Amsterdam Zuidoost. Hij woonde bij verschillende mensen thuis en was dagelijks op pad met politici, muzikanten, moeders en andere bewoners van Zuidoost. Hij richtte zich in zijn onderzoek op de manier waarop het slavernijverleden doorwerkte in het dagelijkse leven van mensen in Amsterdam Zuidoost. Dit onderzoek leverde drie deelconclusies op.

  Lees verder

Sterke vakbonden oplossing voor textielarbeiders in Bangladesh

ellen Door Ellen Bal en Sandra Bos
Precies een jaar geleden, op 24 april 2013, stortte Rana Plaza in. Het meest dodelijke ongeval in de geschiedenis van de textielindustrie eiste de levens van ruim 1100 arbeiders. Meer dan 2500 medewerkers raakten gewond. Het acht verdiepingen hoge gebouw vlakbij Dhaka, herbergde een aantal kledingfabrieken, een bank, appartementen en diverse winkels. Nadat er barsten werden geconstateerd in de muren van het gebouw, werden de bank en de winkels gesloten. De fabrieksarbeiders, voor het merendeel jonge vrouwen, moesten gewoon aan het werk. Anders zouden ze hun baan verliezen. Tijdens de drukke ochtenduren stortte het hele gebouw als een kaartenhuis in. Nog steeds liggen er lijken begraven onder het puin. Lees verder