Categorie archief: Globalisering & Ontwikkeling

Turkije: rouw uit protest

Turkije mijnramp mei 2014Door Emine Igdi, Edien Bartels en Lenie Brouwer. Iedereen heeft het over het mijnbouwongeval, het grootste in de Turkse geschiedenis. De televisie laat de meest vreselijke beelden zien. Mensen zijn hierdoor zo geraakt dat zij manieren zoeken om hun solidariteit te betuigen. Een ding is duidelijk, zo horen we overal om ons heen, dit is geen ongeluk, maar moord. Onlangs heeft het Parlement nog kritische vragen gesteld over de veiligheid van de mijnen, maar de regering vond een onderzoek overbodig.

De gemeente van Diyarbkakir, Oost Turkije, heeft alle activiteiten voor drie dagen stilgelegd en een herdenkingsdienst georganiseerd. De burgemeester en alle ambtenaren hebben gezamenlijk gerouwd. Een foto van de herdenkingsdienst staat op de voorpagina van de krant. Een zwarte, vlag hangt halfstok op het gemeentehuis. De vlag uit het raam van het partijbureau van de Koerdische partij BDP is zelfs nog groter. Lees verder

Training als journalist: bericht uit Zuid-Afrika

Anouk Houtman, foto 2Door Anouk Houtman

Onderweg in de auto neem ik nog een laatste keer de onderwerpen door waarover ik zo wil praten. We zijn op zoek naar een locatie in Soweto, Zuid Afrika, waar ik straks mijn interview met de band BCUC heb. BCUC, of Bantu Continua Uhuru Consciousness, is een band uit Soweto met een kritische blik op de huidige Zuid-Afrikaanse samenleving. Foodzone, de plek waar we moeten zijn, blijkt lastig te vinden. Gelukkig komt één van de bandleden ons ophalen. We scheuren dwars over het gras langs de weg in de richting van het kleurige, tussen golfplaten gelegen eettentje. Lees verder

Sterke vakbonden oplossing voor textielarbeiders in Bangladesh

ellen Door Ellen Bal en Sandra Bos
Precies een jaar geleden, op 24 april 2013, stortte Rana Plaza in. Het meest dodelijke ongeval in de geschiedenis van de textielindustrie eiste de levens van ruim 1100 arbeiders. Meer dan 2500 medewerkers raakten gewond. Het acht verdiepingen hoge gebouw vlakbij Dhaka, herbergde een aantal kledingfabrieken, een bank, appartementen en diverse winkels. Nadat er barsten werden geconstateerd in de muren van het gebouw, werden de bank en de winkels gesloten. De fabrieksarbeiders, voor het merendeel jonge vrouwen, moesten gewoon aan het werk. Anders zouden ze hun baan verliezen. Tijdens de drukke ochtenduren stortte het hele gebouw als een kaartenhuis in. Nog steeds liggen er lijken begraven onder het puin. Lees verder

“I want to be somebody before I die”: Een verslag van het seminar Migration, Marginalisation and (In)visibility

Een tijdelijke plaats: het vluchtelingenkamp Benaco in Tanzania. Bron: Flickr (met creative common license)

Een tijdelijke plaats: vluchtelingenkamp Benaco in Tanzania.
Bron: Flickr (met creative common license)

Rhoda Woets met bijdragen van Nina Leatemia, Aafke Hoekstra en Viane Towo. Hoe kan een focus op ‘(In)visibility’ nieuwe inzichten geven in de concepten migratie en marginalisatie? Dit was de hoofdvraag van het seminar over Migration, Marginalisation and (In)visibility dat plaatsvond op donderdag 13 februari 2014. Dit seminar werd georganiseerd door de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de VU naar aanleiding van de promotie van Lidewyde Berckmoes. Zoals de titel aangeeft, was één van de centrale thema’s de (on)zichtbaarheid van gemarginaliseerde groepen. Prof. dr. Henrik Vigh verbonden aan de Universiteit van Kopenhagen, besprak de relatie tussen (on)zichtbaarheid, onzekerheid en sociale interactie in zijn onderzoek naar jongeren in Guinee-Bissau en migranten uit dit West Afrikaanse land in Lissabon en Parijs. De eerste spreker, dr. Simon Turner van de Universiteit van Aalborg, sprak over Burundische vluchtelingen in Tanzania en Kenia.

Eén van de centrale vragen in Simon Turner’s presentatie was hoe vluchtelingen gebruik maken van ‘tijdelijke’ plaatsen zoals vluchtelingenkampen in Tanzania. Maar hij onderzocht ook het leven van gevluchte Burundiërs in de hoofdstad van Kenia, Nairobi, om te kijken of er verschillen zijn tussen deze twee situaties. Hij komt tot de conclusie dat men op beide plaatsen moet navigeren tussen vormen van zichtbaarheid en onzichtbaarheid. Hieraan voegt hij echter ook meteen toe dat de vormen van (on)zichtbaarheid sterk van elkaar kunnen verschillen per omgeving en situatie. In het kamp in Tanzania zijn vluchtelingen aan de ene kant ‘weggestopt’ van de rest van de wereld, afgesneden van het gewone leven, maar aan de andere kant staan ze juist op de radar van internationale hulporganisaties. Dit maakt deze vluchtelingen tegelijkertijd zichtbaar en onzichtbaar; zichtbaar voor de media en de rest van de wereld maar onzichtbaar als individuen. Zo geeft Sam, een vluchteling in Nairobi, aan dat ‘een verblijf in een kamp je beperkt, dat je niet vrij kunt zijn en dat je er vergeten kunt worden.’ Daarom wonen hij en zijn familie in Nairobi. Hier kunnen ze zich voorbereiden op een toekomst in Burundi. Of om zijn woorden te gebruiken; ‘ik wil iemand worden voordat ik dood ga.’ Burundische vluchtelingen in Nairobi zijn wel zichtbaar binnen de Keniaanse samenleving, maar omdat zij geen papieren hebben, zijn zij juist ook een gemarginaliseerde groep en dus een grotendeels ‘onzichtbaar.’ Helaas leest Turner zijn- interessante- tekst voor en mijn gedachten dwalen af. Ik heb zin om naar hem te zwaaien: hallo! Wij zitten hier! Lees verder

Informant en vriend: dilemma’s uit het veld

Uganda Door Renske den Uil
Tijdens je veldwerk doe je veel contacten op, contacten die van cruciaal belang zijn voor het verloop van je onderzoek. Wellicht is het de sociaal aangelegde antropoloog eigen, wellicht is het de sociale inslag in mijzelf, maar tijdens mijn veldwerk in Uganda vorig jaar heb ik met veel informanten een diepe band ontwikkeld. Bijzondere vriendschappen, maar vriendschappen die soms ook tricky kunnen zijn, want of ik het wil of niet: de verhoudingen in mijn onderzoek tussen mij en mijn informanten, op basis van achtergrond en kansen in het leven, liggen toch scheef. Al tijdens mijn onderzoek ondervond ik hiervan de gevolgen: informanten die mij vroegen een sponsor voor hen te zoeken in Nederland of anders wellicht een rijke blanke vriendin. Lastige vragen, maar vragen die ik toen toch vrij makkelijk kon beantwoorden met: “Sorry, dat kan ik niet voor je regelen”. Maar wat als dit soort vragen wel heel duidelijk van levensbelang lijken te worden?  Lees verder

Een Ethiopische exodus

vluchtelingen Door Marina de Regt

Naast Bole Airport, het internationale vliegveld in Addis Abeba, is een groot terrein waar teruggekeerde migranten uit Saoedi-Arabië worden opgevangen. Sinds november 2013 zijn er zo’n 150.000 Ethiopische migranten met behulp van internationale organisaties en NGOs, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het Internationale Rode Kruis en UNICEF, gerepatrieerd. De exodus van migranten is begonnen toen de Saoedische overheid met geweld ongedocumenteerde migranten arresteerde, na een amnestie-periode van zeven maanden, en daarbij ook doden vielen. Terwijl veel andere overheden hun burgers al voor het aflopen van de amnestie-periode hadden gerepatrieerd, besloot de Ethiopische overheid dit pas te doen toen het geweld de pan was uitgerezen. Vorige week bracht ik een bezoek aan het opvangcentrum, en sprak met een aantal Ethiopische remigranten. Lees verder

Time to look at girls: Migratie in en uit Ethiopië

Uitzicht 1 001Door Marina de Regt. In de nacht van zaterdag op zondag ben ik in Addis Abeba aangekomen om aan een nieuw onderzoeksproject te beginnen. Na een lange vlucht via Istanbul, verlangend naar een bed, werd ik in een gammele taxi van het vliegveld naar hotel Green Valley gereden om er daar achter te komen dat mijn hotelkamer pas ’s ochtends om 7.00 uur gereed zou zijn. In Ethiopië begint de dag niet om middernacht, zoals bij ons, maar om 6.00 uur ’s ochtends! Zondag 9 februari was daarom nog niet aangebroken. Gelukkig was er een kamer vrij in een nabijgelegen hotel, alleen was die twee keer zo duur. De volgende ochtend ben ik naar Green Valley verhuisd, en heb me tevreden geïnstalleerd in een kamer op de vierde verdieping met uitzicht over… nee, niet over een groene vallei maar wel over de stad, met zijn golfplaten huizen, vele bomen, en groene heuvels.

In tegenstelling tot wat velen denken is Ethiopië geen grote woestijn, en is het er niet altijd en overal bloedheet. Addis Abeba, letter Nieuwe Bloem, ligt op 2000 meter hoogte en heeft een heerlijk klimaat: het grootste deel van het jaar is het overdag rond de 25 graden en ’s nachts tien graden lager. Alleen in het regenseizoen, in de zomermaanden juli en augustus, is het kouder en natter. Ethiopië is daardoor ook heel groen: overal zijn bomen en groene vlaktes. De hongersnoden die vaak zo prominent in de media komen vinden slechts in bepaalde delen van het land plaats. Natuurlijk betekent dat niet dat Ethiopië een rijk land is: het is een van de armste landen van Afrika en dat is, onder anderen, te zien aan de bedelaars op straat, de golfplaten winkeltjes en werkplaatsjes en de gammele busjes en taxis. Het krioelt overal van de mensen; de bevolkingsgroei is enorm en velen trekken naar de stad op zoek naar werk. Lees verder

De onrusten in Zuid-Soedan (en Gulu)

SpW Rixt Vellenga Gulu kaartDoor Rixt Vellenga     Gulu is de grootste handelsstad in Noord-Oeganda. De regio Acholiland is rijk aan vruchtbaar land. Cassave, tomaten, aardappelen, rijst, bonen en papaya’s worden vanuit Acholiland naar verschillende regio’s en landen geëxporteerd. Met name naar de Democratische Republiek Congo en Zuid-Soedan. Sinds december heerst er onrust in Zuid-Soedan, en dat is met name in Gulu te merken.

Zuid-Soedan is sinds 2011 onafhankelijk van Soedan. De talrijke etnische groepen in Zuid-Soedan hadden jarenlang hun krachten gebundeld in hun gezamenlijke strijd voor onafhankelijkheid. Maar nadat het land in 2011 uiteindelijk daadwerkelijk onafhankelijk werd, viel de gemeenschappelijke vijand weg en kwamen de etnische tegenstellingen weer boven. Het geweld in Zuid-Soedan brak in december 2013 uit toen de president van Zuid-Soedan, Salva Kiir (van het Dinka volk) verklaarde dat de voormalige vice-president Riek Machar (van het Nuer volk) een poging tot staatsgreep had gedaan. Machar ontkent dergelijke pogingen tot een coup. Lees verder

De afvalmaatschappij

afval1Door Freek Colombijn. We noemen onszelf graag een consumptiemaatschappij en vinden consumeren meestal fijn. Misschien worden we er zelfs gelukkig van. Maar we kunnen onszelf evengoed een afvalmaatschappij noemen. Het is net de wet van behoud van energie. Consumptie produceert afval, of het nu gaat om een luxueus in veel lagen verpakt minuscuul flesje parfum of een zonder verpakking op de markt meegegeven tros bananen.

Het afval moet de stad uit, of de stad verstikt zichzelf. Stakingen van de vuilophaaldienst in bijvoorbeeld Napels en onlangs in Madrid laten zien dat een stad heel snel onleefbaar wordt als het afval niet afgevoerd en verwerkt wordt.

In een moderne samenleving moet het afval niet alleen verwijderd worden, maar ook gesplitst en gerecycled. In Nederland is het ophalen en splitsen van afval de verantwoordelijkheid van gemeentelijke overheden. In Amsterdam zijn we er eerlijk gezegd niet erg ver mee; we gooien bijvoorbeeld ons groente- en tuinafval gewoon bij het restafval. Lees verder

Every 12 seconds

12secondsDuring the 8th Annual Symposium on Current Developments in Ethnographic Research held this year at the VU (28-30 August) keynote speaker and political scientist Timothy Pachirat talked about his undercover, ethnographic research at an industrialized slaughter house on the kill floor. Timothy, who is Assistant Professor of Politics at The New School for Social Research, wrote a book about his research, ‘Every Twelve Seconds: Industrialized Slaughter and the Politics of Sight’, in which he explores how industrialized violence at an American slaughterhouse is organized, disciplined, and reproduced. At the slaughterhouse, 2,500 cattle are killed per day – one every 12 seconds. With his consent, we share below parts of an interview he held this year with  correspondent Avi Solomon from BoingBoing.com about his research and  book.

Avi: Why did you choose to go undercover in a slaughterhouse?

Timothy: I wanted to understand how massive processes of violence become normalized in modern society, and I wanted to do so from the perspective of those who work in the slaughterhouse. My hunch was that close attention to how the work of industrialized killing is performed might illuminate not only how the realities of industrialized animal slaughter are made tolerable, but also the way distance and concealment operate in analogous social processes: war executed by volunteer armies; the subcontracting of organized terror to mercenaries; and the violence underlying the manufacturing of thousands of items and components we make contact with in our everyday lives. Like its more self-evidently political analogues–the prison, the hospital, the nursing home, the psychiatric ward, the refugee camp, the detention center, the interrogation room, and the execution chamber–the modern industrialized slaughterhouse is ‘zone of confinement,’ a ‘segregated and isolated territory,’ in the words of sociologist Zygmunt Bauman, ‘Invisible,’ and ‘on the whole inaccessible to ordinary members of society.’ I worked as an entry level worker on the kill floor of an industrialized slaughterhouse in order to understand, from the perspective of those who participate directly in them, how these zones of confinement operate.

Lees verder