Categorie archief: Identiteit & Religie

Misschien toch maar een kopje thee drinken?

marokkaansethee Door Thijl Sunier
Terwijl Europa op zijn kop stond na de aanslagen in Parijs was ik op werkbezoek in Indonesië. Ook daar was de aanslag voorpaginanieuws, maar de roering was niet te vergelijken met de storm die in Europa woedde. Toen ik terugkwam was het stof enigszins neergedaald en kon ik met enige distantie de commentaren tot mij nemen. Mij bekroop al snel een gevoel van déja-vu, maar meer nog was ik geschokt over oppervlakkigheid van het debat (enkele bekende uitzonderingen daargelaten), de neiging elkaar te overschreeuwen of te overtroeven met niets zeggende oneliners (de meest gehoorde op dit moment: ‘niet elke moslim is terrorist, maar elke terrorist is wel moslim’), en het volledig langs elkaar heen praten van de lange rij deskundigen. Ik moet na enkele weken constateren dat wat de analyses betreft we geen millimeter zijn opgeschoten. Niets nieuws onder de zon, geen poging een stap verder te komen. Je kunt de opeenvolging van gebeurtenissen na de aanslagen bijna naadloos vertalen naar de nadagen van de moord op Theo van Gogh tien jaar geleden. Lees verder

Gelooft u in God? Een open vraag

 

kerk

Door André Droogers
Dagblad Trouw publiceert de resultaten van een onderzoek naar levensbeschouwing in Nederland. Ik neem de uitkomsten met een half onsje zout. Dat komt door de gevolgde onderzoeksmethode èn de geheel eigen aard van het onderwerp.
In de sociale wetenschappen wordt onderscheiden tussen kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden. Sociologen, politicologen en psychologen gebruiken meestal de eerste, antropologen – mijn soort – de tweede. Wat je vindt, hangt af van je methode. Beide benaderingen hebben hun sterke kanten èn hun beperkingen. Overigens komen steeds meer combinaties voor.

Bij de kwantitatieve benadering is de stelregel dat meten weten is. Wat niet te meten is, wordt niet geweten. Trouw zet de gemeten onderzoeksresultaten op de voorpagina: 25% atheïst, 31 % agnost, 27% ietsist en 17 % gelovige.

De sterke kant van kwantitatief onderzoek is dat het representatief is. Het aantal geïnterviewden is groot. Dat is ook nodig, omdat de vooronderstelling is dat iemands stellingname verband houdt met diens persoonskenmerken, zoals opleiding, sekse of leeftijd. Bij een groot aantal kan dat verband worden gelegd, omdat pas dan alle factoren voorkomen. Lees verder

Typisch Nederlands

Het Plein in Den Haag, Roel Wijnants, via Flickr, Creative Commons License

 Ina Keuper   ‘Typisch Nederlands’ was een ‘reality tv’-programma van VARA dat in september en oktober 2014 in vier delen werd uitgezonden op NPO 1. Ik had destijds de uitzendingen niet bekeken, maar heb dat alsnog gedaan naar aanleiding van een bericht op de website van de Antropologen Beroepsvereniging. Daar vond ik de aankondiging van SIETAR, de vereniging van professionals voor interculturele communicatie en diversiteit (Society for Intercultural Education, Training and Research) over een bijeenkomst over dit tv-programma en de invloed van de media op maandag 19 januari 2015 in Utrecht. Omdat ik sinds mijn recente pensionering tijd kan besteden aan allerlei leuke en interessante zaken besloot ik om de serie alsnog te bekijken en de bijeenkomst erover bij te wonen. Hieronder wil ik enkele bevindingen met jullie delen.

Ik heb al de vier afleveringen van de tv-serie bekeken via ‘Uitzending gemist’ van de publieke omroep en ervan genoten en geleerd. Diverse stukken eruit zijn bruikbaar in het onderwijs voor antropologen en voor een discussie over culturele diversiteit onder de stafleden en iedereen die geïnteresseerd is in het onderwerp. De programmamakers selecteerden acht inwoners van Den Haag op grond van hun verschillende culturele en maatschappelijke achtergronden om met elkaar diverse activiteiten te ondernemen. Ze werden eerst drie dagen samengebracht in een fraai vakantiehuis in Delfgauw, om samen te eten, een middag te zeilen op de Kagerplas en een kasteel te bezoeken. Daarna werden ze in duo’s verdeeld om een stukje van hun eigen dagelijkse leven te laten zien. Den Haag was geselecteerd omdat in die stad de PVV de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 had gewonnen en PVV leider Geert Wilders daar had opgeroepen tot ‘minder Marokkanen’ in Nederland.

In de eerste aflevering werd gemeld dat de deelnemers waren gekozen uit drie verschillende wijken van de stad, waar een ‘typisch Nederlands’ test was afgenomen. De test bevatte 34 multiple-choice vragen over de Nederlandse geschiedenis, culturele eigenaardigheden en alledaagse praktische zaken (zie http://typischnederlands.vara.nl/index.php?id=15000 ); wie 10 vragen fout beantwoordde was ‘gezakt’ voor de test. Bij alle vier groepen die deelnamen aan de test zakte de meerderheid. Ook bij de grotendeels witte deelnemers van de tennisclub in de Vogelenbuurt behaalde 57% een onvoldoende. Bij het Witte Koffiehuis in het Laakkwartier zakte 80% voor de test terwijl dit 74% was bij de deelnemers van een moskee in de Schilderswijk. Nieuwsgierig geworden heb ik zelf de test ook zelf gedaan en haalde tot mijn opluchting wel een voldoende. Maar vragen over de samenstelling van ‘koek en zopie’, de betekenis van ‘Gaypride’, waar je de huurtoeslag aanvraagt en van wie het Nederlandse voetbalteam had gewonnen in de finale van de EK 1988 had ik fout.

Tulpen, MorBCN op Flickr

Tulpen, MorBCN, via Flickr, Creative Commons License

Uit de getoonde filmopnames tijdens de activiteiten en discussies in het vakantiehuis en in de privésfeer en in de aparte opnames waarin de deelnemers commentaar gaven op de gebeurtenissen, bleek dat de selectie van de deelnemers op grond van hun uiteenlopende achtergronden inderdaad leidde tot vele botsingen en meningsverschillen over religie, racisme, discriminatie en ‘typisch Nederlands’. Er waren drie autochtone en vijf allochtone deelnemers, vier vrouwen en vier mannen. De autochtonen waren een man uit het Laakkwartier, een vrouw uit de Vogelbuurt en een homoseksuele man. Twee allochtonen hadden een Marokkaanse achtergrond, een man en een vrouw, beiden in Nederland geboren; daarnaast was er een man met een Turkse achtergrond, een vrouw van Surinaamse herkomst en een vrouw die vanuit Curaçao naar Den Haag was gekomen. De Marokkaans-Nederlandse man volgde de leefregels van de orthodoxe interpretaties van de islam zo strikt mogelijk en dat kwam uitgebreid aan de orde in de getoonde filmopnames. Ook de Marokkaans-Nederlandse vrouw en de Turks-Nederlandse man waren moslims, maar dat kwam niet vaak expliciet aan de orde in de discussies.

In de laatste uitzending, als de deelnemers reflecteren op het programma in een groepsdiscussie onder leiding van Jeroen Pauw, blijkt dat de deelnemers meer kennis en begrip hebben verworven over elkaars achtergronden, waarden en normen, maar dat zij ook allemaal wensen vast te houden aan hun eigen leefstijl en gebruiken. Jammer is dat er in deze discussie en ook in de voorgaande afleveringen niet vaker gesproken is over wat hen allen bindt als inwoners van Den Haag en als Nederlanders. Volgens de toelichting op de website was het de bedoeling van de programmamakers om dat uit te zoeken, wat de Nederlandse identiteit eigenlijk voor hen betekent. Wat zij als typisch Nederlands beschouwen. Vooroordelen zouden daarbij aan de kant moeten worden gezet. Als de programmamakers dit doel wat meer serieus hadden genomen dan hadden ze de discussie wat vaker die kant op moeten sturen. Ze hadden ook de deelnemers meer ruimte moeten geven voor het in de groep invullen van de te ondernemen activiteiten in plaats van die aan hen op te leggen. Juist het voeren van een discussie over wat alle acht deelnemers met diverse achtergronden leuk zouden vinden om samen te ondernemen zou wellicht wat hebben kunnen laten zien van wat hen allen tot Nederlander maakt.

In de bespreking van 19 januari bij het SIETAR presenteerde Karen van Oudenhoven-van der Zee, decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen en hoofd diversiteitszaken voor de hele VU, haar ideeën over en reflectie op het programma. Zij was in de zomer van 2014 als deskundige bij het programma betrokken, net als de socioloog Jan Rath van de UvA. Ze vertelde dat ze als wetenschapper veel minder invloed had gehad op het programma dan gewenst, maar toch tevreden kon zijn met het eindresultaat. Ze hoopte dat het programma ook in het onderwijs en interculturele trainingen zou kunnen worden gebruikt. In een reactie vanuit de rond dertig aanwezigen in de zaal bleek dat dit ook al inderdaad het geval was. In de paneldiscussie na de pauze over de inzet van de publieke media voor meer begrip voor diversiteit vertelde Frans Jennekens, hoofd diversiteit van de NTR (de taakomroep voor o.a. educatie, cultuur, diversiteit), dat het bijzonder is dat een dergelijk programma voor de VARA gemaakt was en op de entertainmentzender NPO 1 was uitgezonden. De kijkcijfers zijn immers zo belangrijk. Mustafa Aarab, eindredacteur van de Moslim Omroep meldde dat er ook binnen de moslimgemeenschap in Nederland sprake is van grote diversiteit en dat de omroep daar zoveel mogelijk aan tegemoet probeert te komen.

De bijeenkomst van SIETAR was georganiseerd in het kader van een serie discussieavonden over ‘Wie is WIJ’. Dit is een zeer belangwekkend thema voor antropologen en ook de volgende bijeenkomsten van deze serie zijn interessant voor (aankomende) antropologen die geïnteresseerd zijn in actuele discussies en praktijken over diversiteit en interculturele competenties. Ook de Antropologen Beroepsvereniging organiseert regelmatig bijeenkomsten over allerlei belangwekkende onderwerpen. Houd dus hun websites in de gaten!

Ina Keuper is momenteel freelance medewerker van afdeling Sociale en Culturele Antropologie aan de VU. Jarenlang was zij rots in de branding voor vele generaties studenten antropologie, tot zij recent met pensioen ging.

Kinship and Taboo: Three Stories about Two Brothers and One Territory

15355549187_f26074e4c8_o

A hooligan attacks Albanian players during the Serbia-Albania football match, photo retrieved December 2 2014, Nazionale Calcio, via Flickr Creative Commons Attribution

Krisztina Rácz     On October 14, the Serbia-Albania football game made it to the news worldwide. The reason was not the excellent game but rather the fact that during the match a drone, or more precisely a banner with a map attached to a drone, was flown around in the stadium. It is a matter of dispute whether the map represents merely territories where Albanians live, or the politically charged Greater Albania; one would assume though that it is the latter because for instance Italy, a country with a large Albanian emigrant population, is missing from it, but it does include Kosovo, among other territories. With the flying of the drone in the stadium things got out of control: one of the Serbian players caught the banner, some of the Albanians players tried to take it away him, and then football fans (or hooligans, depending on the interpretation) joined the fight on the pitch. Very few Albanian football supporters were involved in the incident since they were banned from entering the stadium in the first place, due to security risks. When the referee instructed the players to leave the pitch, the police did not secure the Albanian players’ exit, so they literally escaped from the stadium amidst Serbian hooligans shouting “Kill, slaughter, so that Albanians don’t exist!” at them (in Serbian this scansion rhymes, and instead of ‘Albanian’ other ethnic denotations can be inserted, most often ‘Croats’). The person accused of flying the drone was held up for interrogation, but eventually released. The reason why he was not even officially detained for questioning is unclear: Serbian media report that it was because upon the request to identify himself he presented his passport, which was of the USA instead of Albania. It is not clear why this would prevent detention, but what is known is that the person in question, who allegedly controlled the drone from the VIP box, is Olsi Rama, brother of Albanian Prime Minister Edi Rama. Serbian Prime Minister Aleksandar Vučić characterized the incident as a provocation. Serbian law has no provisions against taking drones into stadiums, however. Several days later the UEFA ruled that the official result of the match was 3:0 for Serbia, but Serbia was punished by having its 3 points taken away. Neither of the countries is satisfied with the result. Mr Rama’s official visit to Belgrade, planned for 22 October, was cancelled until further notice.

Lees verder

Antropologische observaties van een jonge moeder

standplaats

Mijn onbegrensde bengel in de Baltische Zee, zomer 2014 (foto door Inge Melchior)

Door Inge Melchior 16 Maanden geleden werd ik moeder van Jonah, en sinds die tijd denk ik al na over een blog stukje. Immers, moeder worden is een rite de passage, zegt men, en dat bracht mij terug bij oude antropologische wijsheren.

Mijn eerste antropologische observaties deed ik toen ik deel werd van ‘de groep van moeders’. Sinds Jonah 3 maanden oud is, gaan we wekelijks babyzwemmen en eens in de maand is er ‘mama-café’, een bijeenkomst voor borstvoedende moeders. Ik zie een identiteitsstrijd gaande bij deze jonge moeders, ie tegemoet proberen te komen aan de vele verwachtingen die ze ervaren vanuit de samenleving. Ik merk dat ze aan de ene kant het moederschap heel graag onderdeel maken van hun ‘nieuwe identiteit’, aan de andere kant de ontzettend sterke behoefte hebben om hun oude identiteit – van toen ze nog niet mama-van waren – kunnen voortzetten. ‘Pas jij alweer in je oude kleren?’ ‘Wanneer begin jij weer met werken?’ Pas als je beide kanten in evenwicht hebt, lijkt het, ben je een moeder van deze tijd: die is er én voor haar kind, maar zeker ook voor haarzelf.

Ik weet dat ik ‘ze’ schrijf. Hoewel ik een kind heb, check, en op dezelfde plekken kom als zij, check, en bij dezelfde gesprekken aanwezig ben, check, heb ik niet het gevoel dat Jonah mijn leven grandioos op z’n kop heeft gezet of dat ik me méér verbonden voel met vrouwen met kinderen dan zonder. Jonah heeft mijn leven verrijkt maar ik heb niet het gevoel dat hij mijn ‘ik’ een knauw heeft gegeven. Eigenlijk meer een boost. Sinds Jonah er is weet ik beter wat ik belangrijk vind in het leven. Het heeft een reden dat ik een draagzak heb gekocht, katoenen luiers gebruik, zoveel mogelijk biologisch koop (wie koopt er nu potjes?) en houten speelgoed prefereer. Jonah heeft me doen inzien, wat mijn waardes zijn en mijn diepste levenswensen. Lees verder

Koerden in Den Haag: “Ik word gek, ik moet demonstreren”

Koerden demonstreren tegen de aanvallen van IS op de Koerden in Syrië

Door Emine Igdi. Afgelopen vrijdag, 10 oktober, komt voor de zoveelste keer een groep Koerden in Den Haag bijeen om te demonstreren tegen de aanvallen van IS (Islamitische Staat) op de Koerden in Syrië. Ik loop naast een Koerdisch-Nederlandse jongeman van begin 20. Ik ken hem al van de tijd dat hij nog naar de basisschool ging. Wij woonden in dezelfde buurt en ik paste af en toe op hem en zijn broertje. Zijn ouders hebben nooit in Koerdistan gewoond, hij evenmin. Het verbaast me om hem daar te zien, terwijl hij in collegebanken had moeten zitten. Naar aanleiding van mijn vraag wat hij daar doet, zei hij: “Iedereen die tegen IS is, moet hier zijn.” “Want”, zo vervolgt hij, “IS pleegt gruwelijke daden tegen de mensheid. Mijn betrokkenheid komt niet voort uit het feit dat ik een Koerd ben. Ik zou ook demonstreren als IS een ander volk had aangevallen. Ik ben tegen IS.” Hij wil er met zijn aanwezigheid voor zorgen dat er aandacht is voor de door IS belegerde Koerdische stad Kobani (een Koerdische stad in Syrië), zodat de Koerdische strijders in het verzet internationale ondersteuning krijgen. Een andere betoger (49 jaar oud) zei: “Het gaat de Koerden niet lukken om een relatief groter en moderner leger van IS tegen te houden. De Koerden hebben weinig wapens en die wapens zijn ook oud.”

Lees verder

Het museum als mausoleum voorbij: het rituele en etnografische leven van een Kabra masker

Door Rhoda Woets

KABRA-masker

Kabra masker in het Amsterdam Museum. Bron: http://www.ikbenniettekoop.nl

De meeste antropologen zijn bekend met Arjun Appudurai’s idee dat objecten, net als mensen, een sociaal leven hebben of, in Igor Kopytoff’s woorden, ‘een culturele biografie’. Dit idee impliceert dat objecten geboren worden, relaties aangaan, reizen en agency hebben, maar ook sterven.

Ceremoniële objecten uit Afrika, ooit tot leven gewekt in rituelen en door handelaren en missionarissen naar Europe gebracht, eindigden hun sociale leven gebalsemd en opgebaard in glazen vitrinekasten. Neem een bekend object: het masker. Een masker werd gedragen tijdens speciale ceremonies waarbij het zweet van de danser diep doordrong in het hout. De zweetplekken vormden voor kunst verzamelaars en handelaren het bewijs dat het Afrikaanse masker echt was gebruikt en werd daarmee ‘authentiek’. Maar het leven van het masker leek te eindigen in het museum waar het een object werd van esthetische contemplatie of etnografische kennis.

De kunstenares Sokari Douglas Camp is geboren in the Niger delta in Nigeria en woont al meer dan dertig jaar in Londen. De stille maskers in musea en galeries hebben voor haar veel weg van een onthoofding: het lichaam ontbreekt immers. Maskers komen alleen tot leven in relatie tot de sociale en materiele omgeving: door het lichaam en de kleding van de danser, de opzwepende muziek en de omringende mensenmassa. Een masker vormt hiermee slechts een onderdeel van een performance die beroep doet op alle zintuigen. Douglas Camp maakte een serie metalen beelden van maskerades die laten zien dat een masker onderdeel is van een groter spektakel. Zo wekt zij dode museum maskers weer tot leven.

SokariDouglasCamp

Sokari Douglas Camp (1995), Big Masquerade with boat and household on his head. Bron en copyright: British Museum.

In dit licht bezien, is de recente aankoop van een vooroudermasker door het Amsterdam museum een zeer interessante casus voor de museum antropoloog. Winti priesteres Marian Markelo wilde nieuw leven inblazen in een beeldencultuur die verloren was gegaan in de ‘middle passage’: de trans-Atlantische reis van tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Amerika. Algemeen gesteld, werden sommige beelden in West Afrika speciaal gemaakt om contact te leggen met hogere machten. Geesten of voorouders werden door de priester uitgenodigd, bijvoorbeeld via plengoffers, om beelden te gebruiken als verblijfplaats. In de winti religie wordt ook contact gelegd met de geesten van voorouders of met goden, maar communicatie vindt niet plaats via materiele objecten. Om daar verandering in te brengen, selecteerde Markelo samen met de Rotterdamse kunstenaar Boris van Berkum houten maskers in het depot van het Afrika museum in Berg en Dal. Met goedkeuring van de voorouders die door Markelo werden geraadpleegd, werd een Yoruba masker gescand en vergroot uitgeprint in 3d. Het masker werd geschilderd, gekleed in blauwwitte doeken en wordt nu ingezet bij uiteenlopende gelegenheden waar de voorouders worden geëerd of geraadpleegd: Keti Koti, een Winti bal masqué of een maaltijd voor de voorouders. Tussen de maskerades door staat het masker in een glazen vitrine van het Amsterdam museum.

Het creëren van een nieuwe traditie roept ook vragen op over het sociale leven van het Kabra masker. Hoe wordt dit masker, opgeladen met geesten of goden in een ritueel, een dood museumstuk en vice versa? Is een masker dat op en neer reist tussen een danseres en een museumvitrine wel dood of levend te noemen? Is het Yoruba masker uit het museum in Berg en Dal wederom tot leven gewekt via deze ‘kloon’, mogelijk gemaakt door recente technologieën van reproductie zoals 3 d scans en prints?

MarkeloKABRA-kopie

Marian Markelo en het Kabra mask, Keti Koti 2014. Bron: http://www.ikbenniettekoop.nl

De afstand tussen gemeenschappen voor wie etnografische objecten in musea meer zijn dan alleen beelden van esthetische waarde of antropologische interesse, is kleiner geworden in een wereld van globalisering. Het Kabra masker illustreert prachtig wat hier de gevolgen van kunnen zijn.