Categorie archief: Multicultureel & Migratie

Observatie op Strand West 8 juli 2014 -Voetbal kijken in de Samba sfeer

door Rick de Vroede      Bij Strand West in Amsterdam wordt elke zoveelste zondag van de maand een Braziliaans feest gehouden. Om die reden zendt Strand West al gedurende het hele WK alle wedstrijden uit van Brazilië. Elke wedstrijd is er dan een groot contingent Braziliaanse supporters dat zich verzameld om op de twee schermen de wedstrijd te volgen onder het genot van een Caipirinha, een Guaraná of een gewoon Nederlands biertje. Op uitnodiging van Henno een Nederlandse man die getrouwd is met een Braziliaanse en dientengevolge trouwe supporter van Brazilië is geworden, ben ik hier op dinsdag 8 juli om de wedstrijd te kijken. Lees verder

Over Almere, de PVV, en cultuur

SpW ruzieDoor Bionda Stolk In maart 2010 deed de PVV voor het eerst mee aan de lokale verkiezingen in twee gemeenten, Den Haag en Almere. Zoals verwacht resulteerde dit in beide gemeenten in een forse winst; in Almere werd de PVV zelfs de grootste partij. De vragen die naar aanleiding van dit succes in de media werden gesteld, waren ook te verwachten: hoe kon dit gebeuren? Waarom hadden de burgers zo massaal op de PVV gestemd? En, hoe zouden de bestaande partijen reageren? Vooral deze laatste vraag hield mij bezig, want konden de overige raadsleden in Almere nog wel objectief zijn, aangezien zij mogelijk al jarenlang een bepaald, en zeer negatief, beeld hadden over het fenomeen PVV? Lees verder

Verstoten in het land van herkomst

Door Edien Bartels. In het TV programma ‘Verstoren in het land van herkomst’ van de Moslim Omroep van 21 juni 2014, vertelt een vrouw die achtergelaten was hoe ze zich voelde: als een vuilniszak die gevuld was met emoties en vervolgens aan de kant gezet. Ik ben dat vaker tegengekomen tijdens onderzoek naar achterlatingen in Marokko (2005, 2009,2011). Bijvoorbeeld een Marokkaanse vrouw achtergelaten op jonge leeftijd, nu in Marokko gehuwd met een naar ze zelf vertelde, goede echtgenoot. Ze is op het moment dat ik haar spreek moeder van een dochtertje en lijkt een plezierig leven te leiden. Maar haar vader kan ze niet vergeven dat hij haar heeft achtergelaten. Ieder jaar komt die vader vanuit Nederland op vakantie naar Marokko. Hij is oud nu. Ieder jaar vraagt ze hem: “waarom heb je me achtergelaten in Marokko”. Haar vader begint dan te huilen, en zoals ze zegt: “ik wil hem laten huilen, hij heeft mij dit aangedaan”. Kennelijk wordt achterlating ervaren als een zo fundamentele krenking dat het mensen tot in jaren achtervolgt.

edien

 

 

 

 

 

 

Lees verder

Femke Halsema en haar zondes

Femke HalsemaDoor Ibtissam Abaaziz , Miriyam Aouragh en Mariam El Maslouhi. Vanaf 11 mei zendt de NTR de zesdelige documentaire ‘Seks en de Zonde’ uit. Een serie van Femke Halsema en Hassnae Bouazza waarin ‘vrouwen in de islamitische wereld’ aan het woord zullen komen. Femke Halsema toont zich medestander in de strijd voor emancipatie van de islamitische vrouw. Wat de context van die strijd is en hoe vrouwen in Nederland dat op hun eigen diverse manieren interpreteren is heel belangrijk, maar daar zien we niet veel van terug in deze aflevering. Wat we vooral konden zien, is de zoveelste eenzijdige en vooringenomen blik op het thema ‘islam’. Dat is overigens niet vreemd in ons poldermedialandschap waar het traditie is om moslimvrouwen te reduceren tot wat ze al dan niet op hun hoofd dragen.

Halsema zegt in eerste instantie zinnige dingen. Zo begint ze haar relaas dat er in Nederland vooral ‘over’ moslima’s gesproken wordt, dat moslima’s zelf onzichtbaar zijn en dat zij ze daarentegen een stem wil geven. Kortom, deze witte seculiere feministische vrouw biedt wel een podium aan moslima’s. Het klinkt misschien wat maternalistisch, maar och, Rome is ook niet in één dag gebouwd. We moeten deze documentaireserie een kans geven en niet meteen in cynisme vervallen.

Als kijker – vooral Marokkaanse moslima’s om wie het allemaal toch lijkt te draaien – zijn we natuurlijk benieuwd naar de stem van ‘de’ moslima. Maar al gauw lijkt het programma daar niet over te gaan. Uiteraard komt er wel een ‘moslima’ in beeld, maar haar stem horen we nauwelijks. Het is Halsema’s stem die daar steeds –peinzend, vragend, giechelend, verdrietig, en stout- overheen walst. Het programma gaat namelijk vooral over Halsema, die al vanaf de lagere school (toe maar!) een liberale en ideologische opvatting over emancipatie had. Het gaat over Halsema’s atheïstische vrijgevochten opvoeding en, inderdaad zoals ze zelf eerlijk toegeeft, haar vooroordelen. Die worden niet ontkracht zoals verwacht. Integendeel, ze staan centraal in het programma en díe vooroordelen worden nu juist net als meetlat gebruikt om de stemmen van moslima’s in te kaderen. Lees verder

Proefschrift verdediging: “Tracing Slavery. An ethnography of diaspora, affect, and cultural heritage in Amsterdam.” Door Markus Balkenhol

==PERSBERICHT==

Amsterdam, 16 mei 2014

.

Slavernijverleden is omvangrijker dan alleen monumenten en herdenkingen

AMSTERDAM – In de afgelopen twintig jaar heeft het Nederlandse slavernijverleden steeds meer aandacht gekregen in de vorm van monumenten, bij herdenkingen, en in musea. Minder bekend is de rol van het slavernijverleden in het leven van alledag. Uit het promotieonderzoek van Markus Balkenhol blijkt echter dat het slavernijverleden ook in het alledaagse leven van veel mensen in Nederland een belangrijke rol speelt. Dit onderzoek zal Balkenhol op 16 mei a.s. aan de Vrije Universiteit Amsterdam verdedigen.

.

Nieuwe inzichten door etnografisch onderzoek

Balkenhol onderzocht deze alledaagse manieren van omgaan met het slavernijverleden door meer dan een jaar etnografisch veldwerk te doen in Amsterdam Zuidoost. Hij woonde bij verschillende mensen thuis en was dagelijks op pad met politici, muzikanten, moeders en andere bewoners van Zuidoost. Hij richtte zich in zijn onderzoek op de manier waarop het slavernijverleden doorwerkte in het dagelijkse leven van mensen in Amsterdam Zuidoost. Dit onderzoek leverde drie deelconclusies op.

  Lees verder

(Veld)Werken met AT5: Fietsen in Nieuw-West

Door Nina Leatemia en Aafke Hoekstra

Op een frisse woensdagochtend in april waren wij, twee studenten antropologie, getuige van een fietsles in Osdorp. Op een klein basketbalveldje stonden de, met name Nederlands-Marokkaanse deelneemsters netjes op een rij klaar. Ze waren gekleed in fluorescerende hesjes en hielden roze kinderfietsjes aan de hand. Voordat de les begon mochten wij van de fietsdocente ons praatje houden. Ons doel was om mensen te vinden die voor de camera geïnterviewd zouden willen worden over fietsen in Nieuw-West. Voorafgaand aan de les had de fietsdocente ons geen kans van slagen gegeven. En ze bleek inderdaad gelijk te hebben. Al tijdens ons praatje kregen we van sommige lachende dames te horen dat ‘hun man van hen zou willen scheiden als ze dat zouden doen’. Het was voor ons in ieder geval duidelijk dat ze niet voor de camera wilden komen.

We waren in Osdorp beland omdat we mochten meewerken aan het programma Wereldstad van AT5. Dat was naar aanleiding van een gastcollege van oud VU studente en AT5 redacteur Nadia Moussaid. We kregen de kans een voorstel in te dienen voor een uitzending. Wereldstad is een programma dat een bruisend multicultureel Amsterdam in kaart wil brengen door de mensen, ondernemers en ondernemingen van deze wereldstad te belichten. We moesten daarom binnen dit thema een onderwerp verzinnen. We besloten naar aanleiding van een eerder gastcollege ons te verdiepen in fietsen in Amsterdam. In het gastcollege werd namelijk kort genoemd dat er in Nieuw-West relatief minder gefietst wordt dan in de rest van Amsterdam. Lees verder

A master student’s shitty first drafts

Door Zeger Polhuis  

In the first week of April my fellow students in the master Social and Cultural Anthropology returned from their three months of fieldwork abroad. I was one of the students who stayed in the Netherlands for fieldwork ‘at home’. I look back on three months of research on the experiences of Indian medical professionals in the Netherlands, and simultaneously look forward to the last interviews that I have scheduled for the coming weeks.

After having conducted most of my research, I had a muddling mass of data, information, and personal experiences. I had visited and interviewed doctors of Indian origin in various places in the Randstad area. I did not know, though, if there were any Indian nurses in the country. I knew that there had been nurses on temporary contracts, but did not know if they were still around or had already returned to India. During the celebration of the Indian Republic Day in Amstelveen, I met someone who knew one nurse from India, and then one contact led to one other. After that, contacts multiplied, and I heard about, and met nurses who were still living and working in a number of cities. I conducted interviews and attended Sunday mass with some of them a number of times. Now I have a pile of notes about my observations and experiences, and a bunch of audio recordings of the interviews, many of which I still have to transcribe. This I have to craft, together with scientific literature, newspaper articles and my own academic reflections, into a meaningful and valuable thesis.

Slowly and painfully, I try to get back into the rhythm of classes, handing in assignments, and reading textbooks. As I am halfway through reading Anne Lamott’s essay ‘Shitty first drafts’ in our textbook on fieldwork, I feel the urge to write – but it doesn’t happen. The essay by Anne Lamott, who is a writer, is great – it is well-written, funny, but also reassuring: reassuring that there are other people like me who, well, suck, and are screwed up. Lamott explains in a cheerful way how first drafts are always crappy one way or another – but we have to write them in order to learn how to write good stuff. During the next few weeks, I will conduct some more research to fill in a few gaps and answer some more questions, and I really have to get my transcribing done. At the same time, though, I will have to start with writing some assignments, fragments of drafts for my thesis. As I will be writing, and even now as I am sitting at a table in my house writing this, I imagine a lot of people watching me, looking over my shoulder: my supervisor and teachers, my fellow students, the people I met and interviewed, the people who did not respond or whom I did not get to meet, friends, God, the scholarly saint Thomas Aquinas, while outside saint Francis of Assisi is hanging around in the Vondelpark, preaching to the birds while sunbathing, and barbequing with cool people from Amsterdam South-East. And here I am, inside, writing. Shitty first drafts. Let’s get it over with.

Zeger Polhuijs, student in the master Social and Cultural Anthropology

Beste Mark Rutte

Door Rhoda Woets

TafereelschoolBeste minister-president van Nederland,

Obama was onderweg naar de nucleaire top in Den Haag toen u voor de internationale pers zowaar een bom liet ontploffen. U beweerde -met een voor u vertrouwde grijns – dat uw vrienden uit de Antillen zich tenminste niet hoeven te schminken als ze Zwarte Piet spelen. Nee, dan die restjes zwarte schmink die u nog dagen aan het wegschrobben bent: dat is pas erg! Ook herhaalde u nog een keer dat Piet nu eenmaal zwart is en niet groen of paars, en dat daar weinig aan te doen was. Het Nederlands College voor de Rechten van de Mens heeft verklaard dat bepaalde onderdelen van het Sinterklaasfeest racistisch zijn, maar waarom zou je een dergelijk hobby-clubje serieus nemen? Als minister-president van alle (?) Nederlanders maakte u maar weer eens mooi duidelijk dat donkere mensen niets te klagen hebben. Obama trouwens ook niet: die mocht voor de nachtwacht poseren in wat u na de nucleaire top aanduidde als “het mooiste museum van de wereld”.  En inderdaad: het Rijksmuseum is met recht een topattratractie in Amsterdam. Iets minder mooi is dat de gouden glorie die van de objecten en schilderijen afspat in dit museum, leunt op de slavenarbeid van mensen die Nederland ooit op grote schaal ontvoerde uit West Afrika.
Om de andere kant van de gouden medaille te zien, moet je niet in het Rijksmuseum zijn maar in het Tropenmuseum. U weet wel, dat andere koloniale museum in Amsterdam dat bijna de deuren moest sluiten. Nederland omarmt het koloniale verleden liever als groots en glorierijk. Het omarmen van een raciale stereotype zoals Zwarte Piet past hier naadloos in omdat het evenzeer getuigt van het ontbreken van een historisch bewustzijn. Gelukkig is er de hoop dat nieuwe generaties het beter gaan doen. Op de basisschool van mijn kinderen spelen de kinderen uit groep acht voor Zwarte Piet en dat vinden ze, zonder uitzondering, geweldig. Afgelopen december begonnen de kinderen in een geschiedenisles over slavernij uit zichzelf over de verhitte Pieten ‘discussie’ die overal gaande was. Deze kinderen zien namelijk wel een link tussen slavernij en een zwart geschminkte knecht met kroeshaar en rode lippen. Bovendien legden een deel van deze kinderen zich niet neer bij een Ruttiaans “hij is nu eenmaal zwart”. Zij besloten om zich dit jaar niet zwart te schminken en ook geen krullenpruik te dragen. Niet alleen uit piëteit met donkere Nederlanders die zich gekwetst zouden kunnen voelen, zoals vele bekeerlingen in navolging van Robert Vuijsje riepen in de media. Ze deden dit ook voor zichzelf. Omdat ze niet mee wilden doen aan een alledaags racistisch ritueel. En ook omdat deze jonge fashionistas ontdekten hoe leuk het is om de kleur van je pruik en schmink aan te passen aan je outfit.

KleurenpietFinal

Een van de gekleurde Pieten

Voor het eerst in de geschiedenis van de school liepen er gekleurde pieten mee. Bijzonder, en tegelijkertijd heel gewoon want voor de kleine kinderen was het feest net zo leuk en spannend als altijd. Gelukkig komt verandering niet altijd van bovenaf want als we op u moeten wachten, minister-president, kan het heel lang duren. Maar u bent niet alleen. Uit een artikel in NRC bleek dat veel schooldirecties afzagen van gekleurde pieten uit angst voor negatieve reacties. Het bestrijden van racisme lijk mij niet iets waar je over moet stemmen of consensus over hoeft te bereiken met ouders. Gelukkig komt verandering ook van onderop, van kinderen die beter dan menig volwassenen snappen dat een kinderfeest niet per definitie onschuldig hoeft te zijn.

 

Marokkaanse vrouwen en de oorzaken van chronische pijn

Een tweede veldwerkverslag van de masterstudenten, dit keer uit Nederland. En ook dit keer overgenomen van de Vamos-Bien-site. Emmaly Berghuis doet onderzoek naar het verschijnsel van chronische pijn onder Marokkaanse vrouwen.

Door Emmaly Berghuis   Terwijl ik in de leefwereld van mijn informanten duik–grotendeels Marokkaanse vrouwen– leer ik misschien nog wel het meest door zelf een soort migrant te zijn in hun wereld. Ik geniet van lekker Marokkaans eten en gezelligheid in de moskee en bij de vrouwencentra. Ik heb nu een paar keer Arabisch les gehad bij iemand thuis. Ik merk dan de frustratie en tegelijkertijd de voldoening van het leren van een vreemde taal en schrift. Ook heb ik iets geproefd van het moeten aanpassen aan een samenleving die niet is ingesteld op jouw gewoontes. Zo was ik mee met een uitje naar het Leidse Volkenkunde museum naar de tentoonstelling over de hadj naar Mekka. Uitrustend in de lounge rond het middag uur kwam er een discussie in het Arabisch. Na een tijdje legde iemand aan mij uit dat het tijd voor gebed was en dat de discussie ging over waar dat te doen en over de zon en welke kant op het oosten was. Dingen waar ik me normaal niet mee bezighoud maar voor hen een heel gewoon deel van elke dag.

Lees verder

Hoe overleef ik een geprezen masterthesis?

moos75_n

Door Moos Pozzo. Voor mijn masterscriptie Culturele Antropologie draaide ik afgelopen jaar een paar maanden mee in het dagelijkse leven van jonge asielzoekers in Nederland. Ik kwam onder meer tot de conclusie dat voor de jongeren participatie, of ‘actief blijven’ zoals zij het uit drukken, een basisbehoefte is om zich staande te houden in dagelijks zeer onzekere omstandigheden. Ze zien zich echter gedwongen tot passiviteit en voelen zich gemarginaliseerd en uitgesloten. Het Nederlandse ontmoedigingsbeleid lijkt er voor te zorgen dat veel jonge asielzoekers juist meer verlangen naar een verblijfsvergunning. Zij zien een vergunning  namelijk als enige mogelijkheid om nuttige activiteiten te ontplooien.

Er is nog veel werk te verzetten voordat het recht op participatie (artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag) en het recht op recreatie (artikel 31 van het VN-Kinderrechtenverdrag) gerealiseerd zijn voor kinderen op asielzoekerscentra. Tegelijkertijd zijn de jongeren zeer sceptisch over het hebben van rechten. Ze zijn gericht op hun toekomst en zien een mogelijke positieve uitkomst van hun asielprocedure als ‘een kwestie van geluk’. Lees verder