Categorie archief: Muziek/Kunst & Media

Typisch Nederlands

Het Plein in Den Haag, Roel Wijnants, via Flickr, Creative Commons License

 Ina Keuper   ‘Typisch Nederlands’ was een ‘reality tv’-programma van VARA dat in september en oktober 2014 in vier delen werd uitgezonden op NPO 1. Ik had destijds de uitzendingen niet bekeken, maar heb dat alsnog gedaan naar aanleiding van een bericht op de website van de Antropologen Beroepsvereniging. Daar vond ik de aankondiging van SIETAR, de vereniging van professionals voor interculturele communicatie en diversiteit (Society for Intercultural Education, Training and Research) over een bijeenkomst over dit tv-programma en de invloed van de media op maandag 19 januari 2015 in Utrecht. Omdat ik sinds mijn recente pensionering tijd kan besteden aan allerlei leuke en interessante zaken besloot ik om de serie alsnog te bekijken en de bijeenkomst erover bij te wonen. Hieronder wil ik enkele bevindingen met jullie delen.

Ik heb al de vier afleveringen van de tv-serie bekeken via ‘Uitzending gemist’ van de publieke omroep en ervan genoten en geleerd. Diverse stukken eruit zijn bruikbaar in het onderwijs voor antropologen en voor een discussie over culturele diversiteit onder de stafleden en iedereen die geïnteresseerd is in het onderwerp. De programmamakers selecteerden acht inwoners van Den Haag op grond van hun verschillende culturele en maatschappelijke achtergronden om met elkaar diverse activiteiten te ondernemen. Ze werden eerst drie dagen samengebracht in een fraai vakantiehuis in Delfgauw, om samen te eten, een middag te zeilen op de Kagerplas en een kasteel te bezoeken. Daarna werden ze in duo’s verdeeld om een stukje van hun eigen dagelijkse leven te laten zien. Den Haag was geselecteerd omdat in die stad de PVV de gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart 2014 had gewonnen en PVV leider Geert Wilders daar had opgeroepen tot ‘minder Marokkanen’ in Nederland.

In de eerste aflevering werd gemeld dat de deelnemers waren gekozen uit drie verschillende wijken van de stad, waar een ‘typisch Nederlands’ test was afgenomen. De test bevatte 34 multiple-choice vragen over de Nederlandse geschiedenis, culturele eigenaardigheden en alledaagse praktische zaken (zie http://typischnederlands.vara.nl/index.php?id=15000 ); wie 10 vragen fout beantwoordde was ‘gezakt’ voor de test. Bij alle vier groepen die deelnamen aan de test zakte de meerderheid. Ook bij de grotendeels witte deelnemers van de tennisclub in de Vogelenbuurt behaalde 57% een onvoldoende. Bij het Witte Koffiehuis in het Laakkwartier zakte 80% voor de test terwijl dit 74% was bij de deelnemers van een moskee in de Schilderswijk. Nieuwsgierig geworden heb ik zelf de test ook zelf gedaan en haalde tot mijn opluchting wel een voldoende. Maar vragen over de samenstelling van ‘koek en zopie’, de betekenis van ‘Gaypride’, waar je de huurtoeslag aanvraagt en van wie het Nederlandse voetbalteam had gewonnen in de finale van de EK 1988 had ik fout.

Tulpen, MorBCN op Flickr

Tulpen, MorBCN, via Flickr, Creative Commons License

Uit de getoonde filmopnames tijdens de activiteiten en discussies in het vakantiehuis en in de privésfeer en in de aparte opnames waarin de deelnemers commentaar gaven op de gebeurtenissen, bleek dat de selectie van de deelnemers op grond van hun uiteenlopende achtergronden inderdaad leidde tot vele botsingen en meningsverschillen over religie, racisme, discriminatie en ‘typisch Nederlands’. Er waren drie autochtone en vijf allochtone deelnemers, vier vrouwen en vier mannen. De autochtonen waren een man uit het Laakkwartier, een vrouw uit de Vogelbuurt en een homoseksuele man. Twee allochtonen hadden een Marokkaanse achtergrond, een man en een vrouw, beiden in Nederland geboren; daarnaast was er een man met een Turkse achtergrond, een vrouw van Surinaamse herkomst en een vrouw die vanuit Curaçao naar Den Haag was gekomen. De Marokkaans-Nederlandse man volgde de leefregels van de orthodoxe interpretaties van de islam zo strikt mogelijk en dat kwam uitgebreid aan de orde in de getoonde filmopnames. Ook de Marokkaans-Nederlandse vrouw en de Turks-Nederlandse man waren moslims, maar dat kwam niet vaak expliciet aan de orde in de discussies.

In de laatste uitzending, als de deelnemers reflecteren op het programma in een groepsdiscussie onder leiding van Jeroen Pauw, blijkt dat de deelnemers meer kennis en begrip hebben verworven over elkaars achtergronden, waarden en normen, maar dat zij ook allemaal wensen vast te houden aan hun eigen leefstijl en gebruiken. Jammer is dat er in deze discussie en ook in de voorgaande afleveringen niet vaker gesproken is over wat hen allen bindt als inwoners van Den Haag en als Nederlanders. Volgens de toelichting op de website was het de bedoeling van de programmamakers om dat uit te zoeken, wat de Nederlandse identiteit eigenlijk voor hen betekent. Wat zij als typisch Nederlands beschouwen. Vooroordelen zouden daarbij aan de kant moeten worden gezet. Als de programmamakers dit doel wat meer serieus hadden genomen dan hadden ze de discussie wat vaker die kant op moeten sturen. Ze hadden ook de deelnemers meer ruimte moeten geven voor het in de groep invullen van de te ondernemen activiteiten in plaats van die aan hen op te leggen. Juist het voeren van een discussie over wat alle acht deelnemers met diverse achtergronden leuk zouden vinden om samen te ondernemen zou wellicht wat hebben kunnen laten zien van wat hen allen tot Nederlander maakt.

In de bespreking van 19 januari bij het SIETAR presenteerde Karen van Oudenhoven-van der Zee, decaan van de faculteit Sociale Wetenschappen en hoofd diversiteitszaken voor de hele VU, haar ideeën over en reflectie op het programma. Zij was in de zomer van 2014 als deskundige bij het programma betrokken, net als de socioloog Jan Rath van de UvA. Ze vertelde dat ze als wetenschapper veel minder invloed had gehad op het programma dan gewenst, maar toch tevreden kon zijn met het eindresultaat. Ze hoopte dat het programma ook in het onderwijs en interculturele trainingen zou kunnen worden gebruikt. In een reactie vanuit de rond dertig aanwezigen in de zaal bleek dat dit ook al inderdaad het geval was. In de paneldiscussie na de pauze over de inzet van de publieke media voor meer begrip voor diversiteit vertelde Frans Jennekens, hoofd diversiteit van de NTR (de taakomroep voor o.a. educatie, cultuur, diversiteit), dat het bijzonder is dat een dergelijk programma voor de VARA gemaakt was en op de entertainmentzender NPO 1 was uitgezonden. De kijkcijfers zijn immers zo belangrijk. Mustafa Aarab, eindredacteur van de Moslim Omroep meldde dat er ook binnen de moslimgemeenschap in Nederland sprake is van grote diversiteit en dat de omroep daar zoveel mogelijk aan tegemoet probeert te komen.

De bijeenkomst van SIETAR was georganiseerd in het kader van een serie discussieavonden over ‘Wie is WIJ’. Dit is een zeer belangwekkend thema voor antropologen en ook de volgende bijeenkomsten van deze serie zijn interessant voor (aankomende) antropologen die geïnteresseerd zijn in actuele discussies en praktijken over diversiteit en interculturele competenties. Ook de Antropologen Beroepsvereniging organiseert regelmatig bijeenkomsten over allerlei belangwekkende onderwerpen. Houd dus hun websites in de gaten!

Ina Keuper is momenteel freelance medewerker van afdeling Sociale en Culturele Antropologie aan de VU. Jarenlang was zij rots in de branding voor vele generaties studenten antropologie, tot zij recent met pensioen ging.

Doing Sankofa with multi-media artist Bernard Akoi-Jackson: What Zwarte Piet can learn from Ghanaian symbolism

DSC_0044

By Rhoda Woets. On a foggy morning in November, the artist Bernard Akoi-Jackson walks at a snail’s pace and courteously over the Ten Kate market in Amsterdam. His body and hair are covered in gold; a hand-made cloth, made from sown strips of different fabrics, is eloquently draped over his lifted wrists. On his feet are golden Ahenema slippers. Only the yards of red and yellow cloth that the artist wrapped around his waist offer some subtle warmth in the autumn cold. As a conceptual artist, Bernard Akoi-Jackson aims to break out of the confines of the white cube in addressing audiences in public spaces and to create work that reacts to its immediate environment. His work and performances are intended to spark off debate, and create new narratives in the dialogue between audience and artist. As Akoi-Jackson lived for a few months around the corner as an artist-in-residence of the Thami Mnyele foundation, the performance is also a farewell to the place and space where he bought food and cloth and interacted with market traders. Lees verder

Het museum als mausoleum voorbij: het rituele en etnografische leven van een Kabra masker

Door Rhoda Woets

KABRA-masker

Kabra masker in het Amsterdam Museum. Bron: http://www.ikbenniettekoop.nl

De meeste antropologen zijn bekend met Arjun Appudurai’s idee dat objecten, net als mensen, een sociaal leven hebben of, in Igor Kopytoff’s woorden, ‘een culturele biografie’. Dit idee impliceert dat objecten geboren worden, relaties aangaan, reizen en agency hebben, maar ook sterven.

Ceremoniële objecten uit Afrika, ooit tot leven gewekt in rituelen en door handelaren en missionarissen naar Europe gebracht, eindigden hun sociale leven gebalsemd en opgebaard in glazen vitrinekasten. Neem een bekend object: het masker. Een masker werd gedragen tijdens speciale ceremonies waarbij het zweet van de danser diep doordrong in het hout. De zweetplekken vormden voor kunst verzamelaars en handelaren het bewijs dat het Afrikaanse masker echt was gebruikt en werd daarmee ‘authentiek’. Maar het leven van het masker leek te eindigen in het museum waar het een object werd van esthetische contemplatie of etnografische kennis.

De kunstenares Sokari Douglas Camp is geboren in the Niger delta in Nigeria en woont al meer dan dertig jaar in Londen. De stille maskers in musea en galeries hebben voor haar veel weg van een onthoofding: het lichaam ontbreekt immers. Maskers komen alleen tot leven in relatie tot de sociale en materiele omgeving: door het lichaam en de kleding van de danser, de opzwepende muziek en de omringende mensenmassa. Een masker vormt hiermee slechts een onderdeel van een performance die beroep doet op alle zintuigen. Douglas Camp maakte een serie metalen beelden van maskerades die laten zien dat een masker onderdeel is van een groter spektakel. Zo wekt zij dode museum maskers weer tot leven.

SokariDouglasCamp

Sokari Douglas Camp (1995), Big Masquerade with boat and household on his head. Bron en copyright: British Museum.

In dit licht bezien, is de recente aankoop van een vooroudermasker door het Amsterdam museum een zeer interessante casus voor de museum antropoloog. Winti priesteres Marian Markelo wilde nieuw leven inblazen in een beeldencultuur die verloren was gegaan in de ‘middle passage’: de trans-Atlantische reis van tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Amerika. Algemeen gesteld, werden sommige beelden in West Afrika speciaal gemaakt om contact te leggen met hogere machten. Geesten of voorouders werden door de priester uitgenodigd, bijvoorbeeld via plengoffers, om beelden te gebruiken als verblijfplaats. In de winti religie wordt ook contact gelegd met de geesten van voorouders of met goden, maar communicatie vindt niet plaats via materiele objecten. Om daar verandering in te brengen, selecteerde Markelo samen met de Rotterdamse kunstenaar Boris van Berkum houten maskers in het depot van het Afrika museum in Berg en Dal. Met goedkeuring van de voorouders die door Markelo werden geraadpleegd, werd een Yoruba masker gescand en vergroot uitgeprint in 3d. Het masker werd geschilderd, gekleed in blauwwitte doeken en wordt nu ingezet bij uiteenlopende gelegenheden waar de voorouders worden geëerd of geraadpleegd: Keti Koti, een Winti bal masqué of een maaltijd voor de voorouders. Tussen de maskerades door staat het masker in een glazen vitrine van het Amsterdam museum.

Het creëren van een nieuwe traditie roept ook vragen op over het sociale leven van het Kabra masker. Hoe wordt dit masker, opgeladen met geesten of goden in een ritueel, een dood museumstuk en vice versa? Is een masker dat op en neer reist tussen een danseres en een museumvitrine wel dood of levend te noemen? Is het Yoruba masker uit het museum in Berg en Dal wederom tot leven gewekt via deze ‘kloon’, mogelijk gemaakt door recente technologieën van reproductie zoals 3 d scans en prints?

MarkeloKABRA-kopie

Marian Markelo en het Kabra mask, Keti Koti 2014. Bron: http://www.ikbenniettekoop.nl

De afstand tussen gemeenschappen voor wie etnografische objecten in musea meer zijn dan alleen beelden van esthetische waarde of antropologische interesse, is kleiner geworden in een wereld van globalisering. Het Kabra masker illustreert prachtig wat hier de gevolgen van kunnen zijn.

De weg van de hoop

Door Saskia Jenelle Maarsen       “Tot een paar jaar geleden kon je hier moestuintjes vinden waar groenten werden verbouwd. Het diende voor de buurtbewoners als een ontmoetingsplek waardoor het zowel een belangrijke praktische als sociale functie had. Enkele jaren geleden werd het door de gemeente, ondanks protesten, met de grond gelijk gemaakt omdat ze een parkeergarage wilden bouwen”, vertelde Robert, sociaal werker, terwijl we in zijn auto door South East Los Angeles reden. “Wanneer beginnen ze met bouwen?”, vroeg ik. “Dat zal niet meer gebeuren omdat de plannen zijn afgeblazen”.

De moestuinen zijn nooit teruggekomen. Het braakliggende terrein lijkt symbool te staan voor het moeizame emancipatorische proces en de door racisme gekenmerkte geschiedenis waardoor de huidige duiding van de leefomstandigheden van deze wijk in Los Angeles uitermate ingewikkeld is. Rijdend door de wijk voel ik de pijn, de kwetsbaarheid en machteloosheid mijn hart binnendringen. De moestuinen zijn een van de vele voorbeelden die Robert die middag met mij deelt om aan te geven dat de bewoners van deze beruchte buurt, waar voornamelijk Latino’s en African-Americans wonen, nog te vaak worden beschouwd als tweederangs burgers. Er is sprake van excessief geweld, daaraan gerelateerde trauma’s, armoede, wijdverspreide werkloosheid, ondermaats onderwijs en verscheurde familiesystemen. Robert vertelt dat het proces van emancipatie en de strijd voor gelijkheid worden bemoeilijkt door wetgeving die de sociaal kwetsbaren hard treffen.  Lees verder

Wat hebben een loods op de Nederlandse hei en een café in Sarajevo met elkaar gemeen? Over de realisatie van een Heterotopia in het dromen over Utopia.

Een alternatief café in Sarajevo. Foto: Gerwin Peelen

Een alternatief café in Sarajevo. Foto: Gerwin Peelen

Door Gerwin Peelen. Terwijl ik in Sarajevo zit ontspint zich in mijn thuisland een nieuwe tv-serie: Utopia. Vijftien mensen worden op een afgelegen terrein gezet en mogen hun eigen, ideale, wereld creëren. Het klinkt als een sociologisch experiment. Helaas is het een tv-serie en moeten er dus wat spelelementen in worden gestopt wat de academische waarde van het experiment teniet doet. Bovendien laat de dagelijkse uitzending ons maar een deel zien: wat is in scene gezet en wat wordt weggelaten? Niemand zit te wachten op een integrale uitzending van een potje Rummikub. De serie is een paar weken onderweg en er hebben al redelijk veel verbale confrontaties tussen de deelnemers plaatsgevonden. De ingebouwde eliminaties zorgen bovendien voor een politiek steekspel. De intro van het programma geeft aan dat er geen regels zijn maar het is bijna ondenkbaar dat er in het geheel geen democratisch element inzit. Het zou tot behoorlijk wat commotie leiden als één persoon een dictatuur vormt en vervolgens het monopolie van geweld uitoefent op de andere kandidaten. Dus helemaal vanaf nul zullen de deelnemers niet beginnen. Lees verder

Hoe overleef ik een geprezen masterthesis?

moos75_n

Door Moos Pozzo. Voor mijn masterscriptie Culturele Antropologie draaide ik afgelopen jaar een paar maanden mee in het dagelijkse leven van jonge asielzoekers in Nederland. Ik kwam onder meer tot de conclusie dat voor de jongeren participatie, of ‘actief blijven’ zoals zij het uit drukken, een basisbehoefte is om zich staande te houden in dagelijks zeer onzekere omstandigheden. Ze zien zich echter gedwongen tot passiviteit en voelen zich gemarginaliseerd en uitgesloten. Het Nederlandse ontmoedigingsbeleid lijkt er voor te zorgen dat veel jonge asielzoekers juist meer verlangen naar een verblijfsvergunning. Zij zien een vergunning  namelijk als enige mogelijkheid om nuttige activiteiten te ontplooien.

Er is nog veel werk te verzetten voordat het recht op participatie (artikel 12 van het VN-Kinderrechtenverdrag) en het recht op recreatie (artikel 31 van het VN-Kinderrechtenverdrag) gerealiseerd zijn voor kinderen op asielzoekerscentra. Tegelijkertijd zijn de jongeren zeer sceptisch over het hebben van rechten. Ze zijn gericht op hun toekomst en zien een mogelijke positieve uitkomst van hun asielprocedure als ‘een kwestie van geluk’. Lees verder

Beyoncé: de Paradox van Feminist en Stoeipoes

Beyonce

Beyonce tijdens een concert
Bron: Flickr (met creative commons license)

Door Marit Bakker. Vrijdag heb ik voor het eerst een aankoop gedaan op iTunes. Met een Android telefoon en Windows computer komt het daar nooit van, maar voor Beyoncé’s nieuwste album nam ik ongeveer anderhalf uur de tijd om een iTunes account aan te maken, dan een click-and-buy account en vervolgens met beide helpdesks aan de telefoon te hangen omdat het natuurlijk niet in een keer kon lukken. De beloning was zoet. En oh zo sexy. Miss Bey heeft in haar nieuwe visuele album flink uitgepakt en trakteert ons op 14 nieuwe nummers en 17 zinderende videoclips. Na ongeveer een uurtje met volle bewondering het hele album te hebben bekeken, liet ik de teksten tot me doordringen. Het behoeft geen uitleg dat Beyoncé haar meest sensuele kant laat zien op dit album. Na het beluisteren van Drunk in Love, Partition en Rocket, kunnen we er wel van uitgaan dat Ms. Carter veel plezier beleeft tussen de lakens. Maar het is vooral haar stellige houding als feministe die me intrigeert. Lees verder