Corona in Bangladesh

DOOR ELLEN BAL

Nasrin heeft zich in haar huis teruggetrokken. Ze woont in de woning van haar ouders in Dhaka. De andere verdiepingen zijn verhuurd en zorgen voor wat inkomsten. Haar dagen besteedt ze aan het schrijven van artikelen. Af en toe brengt ze een kort bezoek aan de bazaar voor wat boodschappen. Zo snel als ze kan vlucht ze daarna haar veilige huis weer in. De opzet van de markten in Dhaka maakt social distancing onmogelijk. Onlangs maakte de regering bekend dat de lockdown is verlengd tot ten minste 15 mei. Nasrin kan het nog wel een paar weken uitzingen. Of maanden als het moet. Ook andere collega’s en studenten werken vanuit huis. Of ze hebben vrij.

Buiten heerst een totaal andere werkelijkheid. Het overgrote deel van de beroepsbevolking in Bangladesh is werkzaam in de informele sector. Zij werken onder andere in de bouw, de textielindustrie, transport,  dienstverlening. Ze worden per dag betaald of hebben contracten voor een maand maximaal. Geen werk, geen inkomsten. Geen inkomsten, geen eten. De overheid organiseert overal in de stad voedseldistributie- centra. Vorige week stonden er twee bedelaars voor Nasrin’s deur. Ze hadden al drie dagen niks gegeten. Op de uitdeellocatie  waren ze weggestuurd met de mededeling: “Jullie zijn toch bedelaars? Dan kunnen jullie toch wel je eigen kostje bij elkaar bedelen”? Er wordt gesproken over corruptie en het achteroverdrukken van voedsel, voor verkoop op de openbare markten.

De teller voor het aantal aangetoonde Covid-19 besmettingen staat vandaag op 12.425. Het ministerie van gezondheid heeft de afgelopen 24 uur geen cijfers bekend gemaakt over het aantal sterfgevallen. Maar wat de officiële statistieken ons ook vertellen, om hoeveel doden of infecties het werkelijk gaat weet niemand. Verschillende ziekenhuizen zijn gesloten. Patiënten met coronaverschijnselen die worden aangevoerd per ambulance keren zonder opname per riksja terug naar huis.


Deze tassen met voedsel staan klaar om te worden verspreid onder vrouwen en hun gezinnen die normaliter werk hebben in schoonheidssalons maar door COVID 19 niet aan het werk kunnen.

Sinds vorige week zijn duizenden textielarbeiders teruggekeerd naar de industriegebieden rondom Dhaka. Dit ondanks de uitspraak van de minister van binnenlandse zaken dat niemand naar Dhaka terug mocht komen voor werk. Bij gebrek aan openbaar vervoer reizen de arbeiders in volgeladen pick-up trucks en elektrische autoriksja’s. hun reis kost hun twee tot drie keer meer dan normaal. Vakbonden geven aan dat veel fabriekseigenaren hun medewerkers sommeren om terug te keren, geheel tegen de wens van de overheid. Uit angst om hun baan te verliezen geven de arbeiders gehoor aan de oproep. Nasrin benadrukt dat mensen zelf ook aan het werk willen. Wat kunnen ze anders. Corona of sterven van de honger?

Vorige week kopte de voorpagina van de Daily Star “April is cruel, May may be cruelest”. Twintig procent van 20 miljoen inwoners van Dhaka, zo berichtte de journalist, transformeert langzaam van dienstverlener voor de middenklasse in een leger van bedelaars.  Op woensdag 29 april schreef mijn vriend Alim mij via FB Messenger: “My factory staff called me yesterday for joining. But I am a little scared. Just pray for us apu, pray for me.”

(*Apu betekent letterlijk oudere zus.)

Ellen Bal is universitair hoofddocent op de afdeling Sociale en Culturele Antropologie, en projectleider van STITCH, een gezondheidstrainingsprogramma voor werknemers in de kledingindustrie in Bangladesh.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *