Over de journopoloog (of antropoloog-met-durf)

Door Menno van den Bos

Nog nooit was er zo’n overvloed aan nieuws en informatie beschikbaar. Die overvloed verzadigt ons niet, maar maakt juist dat steeds meer mensen zoeken naar de diepgaande inzichten tussen alle ruis. Alumnus Menno van den Bos voorspelt dat journalisten met een antropologische achtergrond daar een steeds grotere rol in gaan spelen.

Wie het nieuws volgt, krijgt vooral incidenten mee. Dat wat afwijkt van wat normaal is. Elke zoveel tijd is er, om maar wat te noemen, wel ophef over een asielzoekerscentrum. En over #MeToo heeft iedereen en zijn tante wel een mening. Het Zwarte Piet-debat is een eindeloze bron van protesten, relletjes en andere kleine donderwolkjes die even snel vervliegen als ze zijn ontstaan. Maar waarvoor komen die asielzoekers eigenlijk? Hoe komt het dat #MeToo jou en je tante zo verdeelt? En wat vertelt de Piet-discussie over racisme in Nederland?

Dat bredere plaatje blijft in ‘de media’ vaak op de achtergrond. Want om dat plaatje te schetsen, zijn mensen nodig die op de voorgrond durven treden. En zij blijven helaas vaak in de coulissen staan, soms omdat ze het zelf niet aandurven, soms omdat de media niet op hen zijn ingesteld.

Neem antropoloog en hoogleraar Amade M’charek. Zij is deskundige op het gebied van ideeën over ‘ras’ – een gevoelig onderwerp – en vertelde mij in een interview dat ze de media lang vermeed. “Ik zie mezelf niet bij een programma als De Wereld Draait Door zitten”, vertelde ze. “Ik ben bang dat de thema’s die ik zorgvuldig probeer te belichten, sneuvelen in die dynamiek.”

De laatste jaren geeft ze gelukkig steeds meer interviews – maar het liefst alleen aan journalisten die de tijd nemen en het lef hebben om te haar genuanceerde verhaal naar de lezer of kijker te brengen. En dat is belangrijk, want de wereld heeft mensen als M’charek nodig. Bijvoorbeeld als een politicus ras met IQ in verband brengt. Want behalve daarover boos worden, moeten we ook begrijpen: waar komen zulke ideeën vandaan? En waarom geloven we überhaupt nog in het bestaan van mensenrassen, tegen de wetenschappelijke consensus in?

Het zijn typisch vragen waar antropologen zich mee bezig houden. Antropologen proberen fenomenen van binnenuit te begrijpen; ze kijken voorbij statistieken en komen dichtbij de mensen over wie het gaat. Ze zijn doorgaans zeer betrokken en zetten graag misverstanden recht. Toch blijft hun boodschap vaak in de wetenschappelijke bubbel hangen. Daardoor zijn redacties van tv-programma’s en kranten er niet bewust van wat ze te bieden hebben.

Maar! Er verandert iets. Zonder dat het zo genoemd wordt, groeit de behoefte aan een antropologisch perspectief op het nieuws. Het maatschappelijke debat gaat steeds meer over thema’s als cultuur, identiteit, migratie en racisme, maar ook: de invloed van technologie op ons leven. Thema’s waar antropologen bij uitstek experts in kunnen zijn. Thema’s die nu veel te vaak in de vorm van relletjes en incidenten aan de orde komen.

In mijn beleving zijn zowel journalisten als consumenten die oppervlakkigheid zat. Over de hele wereld, ook in Nederland, steunen steeds meer mensen journalistiek die hen de wereld rustig uitlegt. We zijn allemaal geschrokken van het opborrelen van fake news en van de polarisatie in de samenleving. En zien in dat genuanceerde verhalen daar een belangrijk wapen tegen zijn.

Dankzij die ontwikkelingen is er alle ruimte voor ‘journopologen’: als antropoloog getrainde journalisten. Neem het succes van het jonge platform De Correspondent, met haar zestigduizend betalende leden. De filosofie van De Correspondent is om geen hypes achterna te lopen, maar de wereld genuanceerd uit te leggen. En na te denken over de vraag: hoe kan het beter?

Het is een filosofie die door een antropoloog bedacht had kunnen zijn. En dat ís ook zo. De grote inspirator van De Correspondent is namelijk journopoloog Joris Luyendijk. Met zijn bestsellers Het zijn net mensen over het Midden-Oosten en Dit kan niet waar zijn over de financiële wereld bewees Luyendijk dat er een grote markt is voor antropologische journalistiek. Met zijn vlotte pen maakt hij antropologie toegankelijk.

Een andere inspirerende journopoloog is televisiemaker Nadia Moussaid. Moussaid studeerde antropologie aan de VU, en dat heeft haar sterk gevormd. Ze probeert antropologie en televisie te combineren door diepgaande reportages te maken over maatschappelijke onderwerpen. Zo maakte ze bij omroep KRO-NCRV uitzendingen over minderjarige prostituees, vluchtelingen op Lesbos en Marokkaanse Nederlanders die naar Marokko verhuizen. Inmiddels werkt ze voor de VPRO.

De snelheid waarmee Moussaid carrière heeft gemaakt en populair is geworden – weinig journalisten kregen in 2018 zóveel lof als zij – laat zien dat er behoefte is aan mediamakers als zij. Ze laat ook mooi zien dat journalistiek en antropologie een harmonieuze combinatie zijn. Zowel antropologen als journalisten vertellen hun verhaal vanuit interviews en observaties. En waar de antropologische werkwijze voor extra diepgang zorgt, helpt de journalistieke vorm een groter publiek bereiken.

De populaire (ja echt, het kan dus!) Noorse antropoloog Thomas Eriksen schrijft in zijn boek Engaging Anthropology dat zijn vakgenoten structureel ondergewaardeerd zijn in het publieke debat en de media. Maar de deuren naar een nieuw tijdperk klappen langzaam maar zeker open. De mediawereld verandert, en ik hoop dat antropologen die wereld gaan betreden – als journopoloog, of gewoon, als antropoloog-met-durf.

Menno van den Bos is antropoloog en freelance journalist. Hij schrijft veel over de toekomst van journalistiek en media.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *