Pattimura dag en een complexe Molukse loyaliteit

Schilderij van Thomas Matulesia (Pattimura) en medestrijders in het Museum Siwalima, Ambon (Indonesië). Foto uit collectie Moluks Historisch Museum, Den Haag.

Door Fridus Steylen. April en juni zijn hoogtijmaanden voor aandacht voor de geschiedenis van Molukkers in Nederland. Op 25 april wordt de proclamatie van de Republik Maluku Selatan, de vrije Zuid-Molukse republiek, in 1950 gevierd. Op 11 juni 1977 werd de gekaapte trein in De Punt gewelddadig ontzet, waarbij zes kapers en twee gegijzelden omkwamen. Publiciteit is gegarandeerd, zeker als er nog meer gebeurt. Zo was er dit jaar als een opwarmertje begin april protest tegen de mogelijke komst van een niet-Molukse huurder in de Molukse wijk in Heer/Maastricht. De RMS-viering in Apeldoorn kreeg extra publiciteit omdat theater Orpheus de viering niet wilde faciliteren. Er kwam een rechter aan te pas om dat af te dwingen. En de ontzetting van ‘De Punt’ staat regelmatig in de belangstelling vanwege de rechtszaak van de nabestaanden van twee omgekomen gijzelnemers tegen de Nederlandse staat. De RMS proclamatie en ‘De Punt’ zijn ontegenzeggelijk belangrijke historische gebeurtenissen in de Nederlands-Molukse geschiedenis. 3.500 Molukse militairen die in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) hadden gediend, konden door de RMS-proclamatie niet op de Molukken worden gedemobiliseerd en werden in 1951 met hun gezinnen naar Nederland gebracht. De ontzetting van de trein in De Punt was de ultieme clash tussen Moluks politiek radicalisme en de Nederlandse overheid. Deze laatste ook in haar hoedanigheid van verantwoordelijke voor de voormalige Molukse KNIL militairen.

Tussen deze gedenkwaardige momenten ligt er nog een: 15 mei, Hari Pattimura, Pattimura dag. Pattimura was de nom de guerre van Thomas Matulesia die in 1817 op de Molukken een opstand tegen de Nederlanders leidde. In dat jaar keerde Nederland als koloniale macht terug na vier jaar Engels tussenbestuur. Pattimura en de zijnen vreesden een hardere koloniale onderdrukking dan onder de Engelsen, waaronder hij had gediend. Tijdens de opstand werden in Fort Duurstede op Saparua de Nederlandse resident Van den Berg en zijn gezin vermoord. Alleen het oudste zoontje van zes jaar overleefde de aanval. Nadat de opstand was neergeslagen werd Pattimura met andere leiders ter dood veroordeeld. De terugkeer van de Nederlanders markeerde in 1817 een verandering van het koloniale stelsel. Na het faillissement van de VOC kwam de Indonesische archipel in het beheer van het net gestichte Koninkrijk der Nederlanden. Dat ging onder andere gepaard met de oprichting van een koloniaal leger: KNIL. Met name christelijke Molukkers waren gewild als ethnic soldiers in dat KNIL. Daar begon, ondanks de Pattimura opstand, de mythe van een eeuwenlange loyaliteit van Molukkers aan Nederland en in het bijzonder het koningshuis. 

Het pro-Nederlands imago zorgde ervoor dat Molukse KNIL militairen na de Japanse inval dezelfde behandeling kregen als Nederlandse krijgsgevangenen en niet zoals de Javanen werden vrijgelaten. Tijdens de Nederlandse poging om na de Japanse capitulatie en de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië de koloniale macht te herstellen, vochten opnieuw Molukkers aan de zijde van Nederland. Maar ook aan de kant van de Indonesische republikeinen. Het Molukse bataljon van het Indonesische leger sierde zich met de naam ‘Pattimura bataljon’. Zoals gezegd bracht de proclamatie van de RMS een deel van de Molukse KNIL militairen naar Nederland. Een ander deel was dan al overgegaan naar het Indonesische leger of afgevloeid naar de Molukken.

Vanaf de jaren zeventig werd Pattimura steeds meer gevierd als held. Zo kreeg hij in 1973 in Indonesië formeel de status van nationale held. Zijn portret (althans een verbeeld portret) prijkte toen al op een postzegel en later op een duizend Rupiah biljet. Op de Molukken werd een universiteit naar hem genoemd en hari Pattimura werd ingesteld. In Nederland lag de verering van Pattimura ingewikkelder. Pattimura had immers een opstand tegen de Nederlanders geleid, terwijl de eerste generatie Molukkers daar juist voor gevochten hadden. Pattimura als symbool van de anti-koloniale strijd leek haaks te staan op de inzet van de eerste generatie. Toch droegen al in de jaren zeventig Molukse stichtingen en organisaties zijn naam. En met de bestudering van Pattimura’s verzet groeide onder Molukse jongeren ook het bewustzijn over kolonialisme en onderdrukking. Nu staat 15 mei zowel in Indonesië als in de Molukse gemeenschap in Nederland in het teken van Pattimura. Als Molukse vertegenwoordiger van antikoloniaal verzet. Maar eigenlijk vertegenwoordigt hij ook de complexiteit van keuzes waar Molukkers tijdens de koloniale periode voor stonden. Pattimura had gediend onder de Engelsen, maar verzette zich tegen een andere kolonisator die hij wreder vermoedde. Na de Japanse bezetting maakten jonge Molukse mannen ook keuzes. Voor sommigen betekende dat, onbedoeld, uiteindelijk een verblijf in Nederland.

Fridus Steijlen is senior onderzoeker aan het KITLV in Leiden en bijzonder hoogleraar “Molukse Migratie en Cultuur in Comparatief Perspectief” verbonden aan de Afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de Vrije Universiteit.

Dit blog verscheen eerder op de website Historici.nl

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *