Tagarchief: antropologie

Sterke vakbonden oplossing voor textielarbeiders in Bangladesh

ellen Door Ellen Bal en Sandra Bos
Precies een jaar geleden, op 24 april 2013, stortte Rana Plaza in. Het meest dodelijke ongeval in de geschiedenis van de textielindustrie eiste de levens van ruim 1100 arbeiders. Meer dan 2500 medewerkers raakten gewond. Het acht verdiepingen hoge gebouw vlakbij Dhaka, herbergde een aantal kledingfabrieken, een bank, appartementen en diverse winkels. Nadat er barsten werden geconstateerd in de muren van het gebouw, werden de bank en de winkels gesloten. De fabrieksarbeiders, voor het merendeel jonge vrouwen, moesten gewoon aan het werk. Anders zouden ze hun baan verliezen. Tijdens de drukke ochtenduren stortte het hele gebouw als een kaartenhuis in. Nog steeds liggen er lijken begraven onder het puin. Lees verder

“I want to be somebody before I die”: Een verslag van het seminar Migration, Marginalisation and (In)visibility

Een tijdelijke plaats: het vluchtelingenkamp Benaco in Tanzania. Bron: Flickr (met creative common license)

Een tijdelijke plaats: vluchtelingenkamp Benaco in Tanzania.
Bron: Flickr (met creative common license)

Rhoda Woets met bijdragen van Nina Leatemia, Aafke Hoekstra en Viane Towo. Hoe kan een focus op ‘(In)visibility’ nieuwe inzichten geven in de concepten migratie en marginalisatie? Dit was de hoofdvraag van het seminar over Migration, Marginalisation and (In)visibility dat plaatsvond op donderdag 13 februari 2014. Dit seminar werd georganiseerd door de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de VU naar aanleiding van de promotie van Lidewyde Berckmoes. Zoals de titel aangeeft, was één van de centrale thema’s de (on)zichtbaarheid van gemarginaliseerde groepen. Prof. dr. Henrik Vigh verbonden aan de Universiteit van Kopenhagen, besprak de relatie tussen (on)zichtbaarheid, onzekerheid en sociale interactie in zijn onderzoek naar jongeren in Guinee-Bissau en migranten uit dit West Afrikaanse land in Lissabon en Parijs. De eerste spreker, dr. Simon Turner van de Universiteit van Aalborg, sprak over Burundische vluchtelingen in Tanzania en Kenia.

Eén van de centrale vragen in Simon Turner’s presentatie was hoe vluchtelingen gebruik maken van ‘tijdelijke’ plaatsen zoals vluchtelingenkampen in Tanzania. Maar hij onderzocht ook het leven van gevluchte Burundiërs in de hoofdstad van Kenia, Nairobi, om te kijken of er verschillen zijn tussen deze twee situaties. Hij komt tot de conclusie dat men op beide plaatsen moet navigeren tussen vormen van zichtbaarheid en onzichtbaarheid. Hieraan voegt hij echter ook meteen toe dat de vormen van (on)zichtbaarheid sterk van elkaar kunnen verschillen per omgeving en situatie. In het kamp in Tanzania zijn vluchtelingen aan de ene kant ‘weggestopt’ van de rest van de wereld, afgesneden van het gewone leven, maar aan de andere kant staan ze juist op de radar van internationale hulporganisaties. Dit maakt deze vluchtelingen tegelijkertijd zichtbaar en onzichtbaar; zichtbaar voor de media en de rest van de wereld maar onzichtbaar als individuen. Zo geeft Sam, een vluchteling in Nairobi, aan dat ‘een verblijf in een kamp je beperkt, dat je niet vrij kunt zijn en dat je er vergeten kunt worden.’ Daarom wonen hij en zijn familie in Nairobi. Hier kunnen ze zich voorbereiden op een toekomst in Burundi. Of om zijn woorden te gebruiken; ‘ik wil iemand worden voordat ik dood ga.’ Burundische vluchtelingen in Nairobi zijn wel zichtbaar binnen de Keniaanse samenleving, maar omdat zij geen papieren hebben, zijn zij juist ook een gemarginaliseerde groep en dus een grotendeels ‘onzichtbaar.’ Helaas leest Turner zijn- interessante- tekst voor en mijn gedachten dwalen af. Ik heb zin om naar hem te zwaaien: hallo! Wij zitten hier! Lees verder

Beste Mark Rutte

Door Rhoda Woets

TafereelschoolBeste minister-president van Nederland,

Obama was onderweg naar de nucleaire top in Den Haag toen u voor de internationale pers zowaar een bom liet ontploffen. U beweerde -met een voor u vertrouwde grijns – dat uw vrienden uit de Antillen zich tenminste niet hoeven te schminken als ze Zwarte Piet spelen. Nee, dan die restjes zwarte schmink die u nog dagen aan het wegschrobben bent: dat is pas erg! Ook herhaalde u nog een keer dat Piet nu eenmaal zwart is en niet groen of paars, en dat daar weinig aan te doen was. Het Nederlands College voor de Rechten van de Mens heeft verklaard dat bepaalde onderdelen van het Sinterklaasfeest racistisch zijn, maar waarom zou je een dergelijk hobby-clubje serieus nemen? Als minister-president van alle (?) Nederlanders maakte u maar weer eens mooi duidelijk dat donkere mensen niets te klagen hebben. Obama trouwens ook niet: die mocht voor de nachtwacht poseren in wat u na de nucleaire top aanduidde als “het mooiste museum van de wereld”.  En inderdaad: het Rijksmuseum is met recht een topattratractie in Amsterdam. Iets minder mooi is dat de gouden glorie die van de objecten en schilderijen afspat in dit museum, leunt op de slavenarbeid van mensen die Nederland ooit op grote schaal ontvoerde uit West Afrika.
Om de andere kant van de gouden medaille te zien, moet je niet in het Rijksmuseum zijn maar in het Tropenmuseum. U weet wel, dat andere koloniale museum in Amsterdam dat bijna de deuren moest sluiten. Nederland omarmt het koloniale verleden liever als groots en glorierijk. Het omarmen van een raciale stereotype zoals Zwarte Piet past hier naadloos in omdat het evenzeer getuigt van het ontbreken van een historisch bewustzijn. Gelukkig is er de hoop dat nieuwe generaties het beter gaan doen. Op de basisschool van mijn kinderen spelen de kinderen uit groep acht voor Zwarte Piet en dat vinden ze, zonder uitzondering, geweldig. Afgelopen december begonnen de kinderen in een geschiedenisles over slavernij uit zichzelf over de verhitte Pieten ‘discussie’ die overal gaande was. Deze kinderen zien namelijk wel een link tussen slavernij en een zwart geschminkte knecht met kroeshaar en rode lippen. Bovendien legden een deel van deze kinderen zich niet neer bij een Ruttiaans “hij is nu eenmaal zwart”. Zij besloten om zich dit jaar niet zwart te schminken en ook geen krullenpruik te dragen. Niet alleen uit piëteit met donkere Nederlanders die zich gekwetst zouden kunnen voelen, zoals vele bekeerlingen in navolging van Robert Vuijsje riepen in de media. Ze deden dit ook voor zichzelf. Omdat ze niet mee wilden doen aan een alledaags racistisch ritueel. En ook omdat deze jonge fashionistas ontdekten hoe leuk het is om de kleur van je pruik en schmink aan te passen aan je outfit.

KleurenpietFinal

Een van de gekleurde Pieten

Voor het eerst in de geschiedenis van de school liepen er gekleurde pieten mee. Bijzonder, en tegelijkertijd heel gewoon want voor de kleine kinderen was het feest net zo leuk en spannend als altijd. Gelukkig komt verandering niet altijd van bovenaf want als we op u moeten wachten, minister-president, kan het heel lang duren. Maar u bent niet alleen. Uit een artikel in NRC bleek dat veel schooldirecties afzagen van gekleurde pieten uit angst voor negatieve reacties. Het bestrijden van racisme lijk mij niet iets waar je over moet stemmen of consensus over hoeft te bereiken met ouders. Gelukkig komt verandering ook van onderop, van kinderen die beter dan menig volwassenen snappen dat een kinderfeest niet per definitie onschuldig hoeft te zijn.

 

Marokkaanse vrouwen en de oorzaken van chronische pijn

Een tweede veldwerkverslag van de masterstudenten, dit keer uit Nederland. En ook dit keer overgenomen van de Vamos-Bien-site. Emmaly Berghuis doet onderzoek naar het verschijnsel van chronische pijn onder Marokkaanse vrouwen.

Door Emmaly Berghuis   Terwijl ik in de leefwereld van mijn informanten duik–grotendeels Marokkaanse vrouwen– leer ik misschien nog wel het meest door zelf een soort migrant te zijn in hun wereld. Ik geniet van lekker Marokkaans eten en gezelligheid in de moskee en bij de vrouwencentra. Ik heb nu een paar keer Arabisch les gehad bij iemand thuis. Ik merk dan de frustratie en tegelijkertijd de voldoening van het leren van een vreemde taal en schrift. Ook heb ik iets geproefd van het moeten aanpassen aan een samenleving die niet is ingesteld op jouw gewoontes. Zo was ik mee met een uitje naar het Leidse Volkenkunde museum naar de tentoonstelling over de hadj naar Mekka. Uitrustend in de lounge rond het middag uur kwam er een discussie in het Arabisch. Na een tijdje legde iemand aan mij uit dat het tijd voor gebed was en dat de discussie ging over waar dat te doen en over de zon en welke kant op het oosten was. Dingen waar ik me normaal niet mee bezighoud maar voor hen een heel gewoon deel van elke dag.

Lees verder

Informant en vriend: dilemma’s uit het veld

Uganda Door Renske den Uil
Tijdens je veldwerk doe je veel contacten op, contacten die van cruciaal belang zijn voor het verloop van je onderzoek. Wellicht is het de sociaal aangelegde antropoloog eigen, wellicht is het de sociale inslag in mijzelf, maar tijdens mijn veldwerk in Uganda vorig jaar heb ik met veel informanten een diepe band ontwikkeld. Bijzondere vriendschappen, maar vriendschappen die soms ook tricky kunnen zijn, want of ik het wil of niet: de verhoudingen in mijn onderzoek tussen mij en mijn informanten, op basis van achtergrond en kansen in het leven, liggen toch scheef. Al tijdens mijn onderzoek ondervond ik hiervan de gevolgen: informanten die mij vroegen een sponsor voor hen te zoeken in Nederland of anders wellicht een rijke blanke vriendin. Lastige vragen, maar vragen die ik toen toch vrij makkelijk kon beantwoorden met: “Sorry, dat kan ik niet voor je regelen”. Maar wat als dit soort vragen wel heel duidelijk van levensbelang lijken te worden?  Lees verder

Een Ethiopische exodus

vluchtelingen Door Marina de Regt

Naast Bole Airport, het internationale vliegveld in Addis Abeba, is een groot terrein waar teruggekeerde migranten uit Saoedi-Arabië worden opgevangen. Sinds november 2013 zijn er zo’n 150.000 Ethiopische migranten met behulp van internationale organisaties en NGOs, zoals de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), het Internationale Rode Kruis en UNICEF, gerepatrieerd. De exodus van migranten is begonnen toen de Saoedische overheid met geweld ongedocumenteerde migranten arresteerde, na een amnestie-periode van zeven maanden, en daarbij ook doden vielen. Terwijl veel andere overheden hun burgers al voor het aflopen van de amnestie-periode hadden gerepatrieerd, besloot de Ethiopische overheid dit pas te doen toen het geweld de pan was uitgerezen. Vorige week bracht ik een bezoek aan het opvangcentrum, en sprak met een aantal Ethiopische remigranten. Lees verder

“Ik heb geen tijd om vakevaluaties in te vullen…”

Studenten achter de computer. Bron: Flickr

Studenten achter de computer. Bron: Flickr

Door Ike Haasjes en Chaima Tawfik. Na elk gevolgd vak zien wij – studenten – in onze mailbox een verzoek verschijnen om een evaluatie in te vullen. Lang niet elke student grijpt deze kans aan om direct invloed uit te oefenen op het onderwijs dat hij of zij volgt. Echter voor de meeste studenten is de kwaliteit van onderwijs wel degelijk een belangrijk onderwerp waar zij een stevige mening over hebben wanneer hiernaar wordt gevraagd. Waarom worden vakevaluaties dan niet door meer studenten ingevuld? Zijn wij lui? Zien we niet wat er met onze feedback gebeurt? Of geven de online vragenlijsten ons niet voldoende de ruimte om werkelijk onze mening te geven over ons onderwijs?

Lees verder

“Il est beau mon pays Burundi”

DSC00564Door Lidewyde Berckmoes – Het is nu ruim twee jaar geleden dat ik mijn veldwerkonderzoek in Burundi afrondde. Maar de situatie van onveiligheid, onzekerheid en kwetsbaarheid die ik beschrijf in mijn proefschrift, lijkt nog steeds aan de orde van de dag.

Terwijl ik bezig ben met de voorbereidingen voor de verdediging van mijn proefschrift op 14 februari, bereikt mij het nieuws over nieuwe rampspoed in de wijken van mijn onderzoek. Jongeren uit die wijken sturen me berichtjes via Whatsapp en Facebook om te laten weten dat het in de nacht van 9 op 10 februari zo hard heeft gestortregend dat huizen en wegen zijn ingestort, en mensen, veel kinderen, zijn weggesleurd in de regen en modder: “Hey Lide, gisteren regende het en mensen zijn gestorven. Meer dan 50”; “Godzijdank zijn we gespaard gebleven, maar het is een catastrofe. We weten niet wat te zeggen”; “Onze buurvrouw is haar 3 kinderen verloren”; “Een vriend heeft zijn familieleden verloren, alle 12.” Lees verder

Time to look at girls: Migratie in en uit Ethiopië

Uitzicht 1 001Door Marina de Regt. In de nacht van zaterdag op zondag ben ik in Addis Abeba aangekomen om aan een nieuw onderzoeksproject te beginnen. Na een lange vlucht via Istanbul, verlangend naar een bed, werd ik in een gammele taxi van het vliegveld naar hotel Green Valley gereden om er daar achter te komen dat mijn hotelkamer pas ’s ochtends om 7.00 uur gereed zou zijn. In Ethiopië begint de dag niet om middernacht, zoals bij ons, maar om 6.00 uur ’s ochtends! Zondag 9 februari was daarom nog niet aangebroken. Gelukkig was er een kamer vrij in een nabijgelegen hotel, alleen was die twee keer zo duur. De volgende ochtend ben ik naar Green Valley verhuisd, en heb me tevreden geïnstalleerd in een kamer op de vierde verdieping met uitzicht over… nee, niet over een groene vallei maar wel over de stad, met zijn golfplaten huizen, vele bomen, en groene heuvels.

In tegenstelling tot wat velen denken is Ethiopië geen grote woestijn, en is het er niet altijd en overal bloedheet. Addis Abeba, letter Nieuwe Bloem, ligt op 2000 meter hoogte en heeft een heerlijk klimaat: het grootste deel van het jaar is het overdag rond de 25 graden en ’s nachts tien graden lager. Alleen in het regenseizoen, in de zomermaanden juli en augustus, is het kouder en natter. Ethiopië is daardoor ook heel groen: overal zijn bomen en groene vlaktes. De hongersnoden die vaak zo prominent in de media komen vinden slechts in bepaalde delen van het land plaats. Natuurlijk betekent dat niet dat Ethiopië een rijk land is: het is een van de armste landen van Afrika en dat is, onder anderen, te zien aan de bedelaars op straat, de golfplaten winkeltjes en werkplaatsjes en de gammele busjes en taxis. Het krioelt overal van de mensen; de bevolkingsgroei is enorm en velen trekken naar de stad op zoek naar werk. Lees verder

De onrusten in Zuid-Soedan (en Gulu)

SpW Rixt Vellenga Gulu kaartDoor Rixt Vellenga     Gulu is de grootste handelsstad in Noord-Oeganda. De regio Acholiland is rijk aan vruchtbaar land. Cassave, tomaten, aardappelen, rijst, bonen en papaya’s worden vanuit Acholiland naar verschillende regio’s en landen geëxporteerd. Met name naar de Democratische Republiek Congo en Zuid-Soedan. Sinds december heerst er onrust in Zuid-Soedan, en dat is met name in Gulu te merken.

Zuid-Soedan is sinds 2011 onafhankelijk van Soedan. De talrijke etnische groepen in Zuid-Soedan hadden jarenlang hun krachten gebundeld in hun gezamenlijke strijd voor onafhankelijkheid. Maar nadat het land in 2011 uiteindelijk daadwerkelijk onafhankelijk werd, viel de gemeenschappelijke vijand weg en kwamen de etnische tegenstellingen weer boven. Het geweld in Zuid-Soedan brak in december 2013 uit toen de president van Zuid-Soedan, Salva Kiir (van het Dinka volk) verklaarde dat de voormalige vice-president Riek Machar (van het Nuer volk) een poging tot staatsgreep had gedaan. Machar ontkent dergelijke pogingen tot een coup. Lees verder