Waar is de Nederlandse antropologie heen?

DOOR MATTHIAS TEEUWEN

Vergeleken met de heftige discussies over de staat van de Nederlandse antropologie die in de jaren ’80 gevoerd werden is het de afgelopen 20 jaar opmerkelijk stil gebleven rond dit onderwerp. In de jaren ‘80 verschenen er onder andere een themanummer van Antropologische verkenningen over de historische ontwikkelingen in de Nederlandse antropologie en een kritisch stuk van Blok en Boissevain die betoogden dat de Nederlandse antropologie overwegend descriptief is en doordringende analyses ontbeerde. Maar afgezien van een bundel artikelen uit 2002 is er sindsdien nagenoeg niks gepubliceerd over antropologie in Nederland. Het lijkt alsof de aandacht voor de Nederlandse antropologie een stille dood is gestorven.

Hetzelfde is waar te nemen in het onderwijs. Daar waar Peter Kloos’ Nederlandstalige inleiding op de culturele antropologie tot in de jaren ’90 werd gebruikt, kregen ik en veel andere studenten de afgelopen 10 jaar onze eerste inleiding op de discipline door middel van Eriksen’s Small Places, Large Issues. Zo staat mij de geschiedenis van de Britse, Amerikaanse of Franse antropologie helderder voor ogen dan de geschiedenis van de Nederlandse antropologie. Ik kan vertellen wie Franz Boas is of wat structureel functionalisme is, maar wie P. J. Veth is of wat het Leidse Structuralisme inhoudt… geen idee.

Wat is hier aan de hand?

Een groot deel valt te verklaren door bezuinigingen die vanaf de jaren ’80 ingingen en de voorwaarde op financiering van staatswege om internationaal meer aanzien op te bouwen. Dit betekende: internationaal gerenommeerde onderzoekers aantrekken en publiceren in Engelstalige vaktijdschriften. (Boeiend genoeg was de VU hier heel sterk in, met name vanaf het jaar 2000, zozeer zelfs dat historicus Han Vermeulen de VU “the most prominent university for anthropology in the Netherlands” noemde in 2007.)

Het beleid heeft ook zeker zijn vruchten afgeworpen, Nederlandse antropologieafdelingen zijn op de internationale ranglijsten omhoog geschoten en ze trekken steeds meer studenten uit de hele wereld aan. Maar wat rest ons van een Nederlandse antropologie? Culturele antropologie zoals zich dat nu voordoet in Nederland lijkt geen oorsprong te hebben. Het lijkt zich te hebben ontdaan van het verleden door middel van Engelstalige curricula, Franse theorieën en Amerikaanse publicaties.

Maar wat maakt het uit, of de antropologie in Nederland Nederlands is of niet?

Wat hier onder andere op het spel lijkt te staan is helderheid en bewustwording in de Nederlandse antropologie omtrent de historische verbanden tussen antropologie in Nederland en het koloniale ambtelijke apparaat. Het lijkt erop dat het huidige collectieve geheugen vooral wordt bevolkt door fragmenten uit Britse en Amerikaanse discussies die voor het gemak worden aangewend om ook de Nederlandse disciplinaire geschiedenis te typeren. Dit vertroebelt echter het zicht op de precieze verbanden zoals die in Nederland bestonden en het gaat voorbij aan de geschiedenis van antropologie aan onder andere de Vrije Universiteit of Radboud Universiteit die vooral gekenmerkt wordt door een missionaire inslag en niet door connecties met het koloniale bestuur.

Ik denk dus dat deze discussie meer behelst dan interesse in verhalen van vroeger of een mild-chauvinistische hang naar een binnenlandse disciplinaire identiteit. Maar hoe moeten we het huidige moment in de geschiedenis van antropologie in Nederland dan duiden? Klopt het dat de antropologie in Nederland haar eigenheid heeft verloren? En is dit slecht nieuws?

Matthias Teeuwen is student van de Social Science Research Master van de Universiteit van Amsterdam en redacteur van Standplaats Wereld. Hij is geïnteresseerd in ethiek, religie en filosofie van de wetenschap.

4 Comments on “Waar is de Nederlandse antropologie heen?”

  1. Voor degenen die graag verder willen lezen wat de historicus Han Vermeulen (niet Hans Vermeulen, dat is een bekende Nederlandse antropoloog) precies over de VU schreef:
    Vermeulen, H. F. (2008). Anthropology in the Netherlands: past, present, and future. In A. Boskovic (Ed.), Other people’s anthropologies: ethnographic practice on the margins (pp. 44-69). New York [et al.]: Berghahn.

    1. Beste Fridus,

      Er moet inderdaad ‘Han Vermeulen’ staan in de blog, bedankt voor de verheldering en de verwijzing. Han Vermeulen heeft ook samen met Jean Kommers een bundel over antropologie in Nederland geredigeerd: Tales from Academia: History of Anthropology in The Netherlands (2002).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *