Skip to content

Glimlach in een envelop

Door Sam Heeremans – Ergens in hartje Jordaan woont een oudere, ietwat rommelige maar zachtmoedige man. De eerste keer dat ik er kwam om thuiszorg te brengen, lag op alle meubels een laagje van dertig jaar aan stof. Het voelde alsof de jaren zich verzameld hadden en zich als een deken over de meubels hadden verspreid.

Aangezien het mijn taak is om het huis schoon te houden, begon ik maar eens met de kraan. Toen ik met een doekje achter de kraan langs ging, sprong plotseling de hete kraan open. Die was met geen mogelijkheid meer dicht te krijgen door de jarenlang opgehoopte viezigheid die eraan koekte. De gootsteen bleek verstopt, dus binnen de kortste keren stond de hele keuken blank. Vijf uur wachten op de loodgieter, een nieuwe kraan en een hele ervaring rijker was het ijs tussen mij en de man gebroken. Naast de kraan vernieuwde zich in de maanden die volgden nog veel meer.  

Ik leerde hem beter kennen. Hij houdt van landkaarten, leest het Parool en heeft een grote politieke interesse. Ondanks die interesse is hij in gesprekken meer een spreekbuis voor wat de mensen om hem heen vinden. Uit die spreekbuis komen zaken als “Er mag ook niks meer”, “Zwarte Piet moet zwart blijven” en “Stemmen heeft geen zin”. Als ik hem vraag naar wat hij daarvan vindt, is hij het zowel eens met de één als met de ander, als met mij. Voor iemand die dergelijke uitspraken vaak vrij helder tegenspreekt, verwarde die afwezigheid van een mening me in het begin.

Ook over de weinige activiteit in zijn huis had ik lang mijn vraagtekens – hoe konden die lagen stof zich toch zo lang ophopen? Tot er op een dag langzaam beweging in hem kwam. Hij kwam met suggesties om zijn huis op te leuken, en ging in op mijn voorstel om een keer een koffietje in een café op de hoek te drinken. Hoewel hij zijn woorden nog steeds zorgvuldig in het midden liet landen, liet zijn handelen me steeds meer zien van wie hij was. Nadat ik op een maandag een verstopt randje dertig jaar oud stof wegblies, voelde ik dat ik met het stof ook de stilstand het huis uit blies. 

Een aantal maanden thuiszorg later krijg ik op zondagavond een berichtje. “Hoi, morgen kerstkaarten kopen op de Rozengracht?” Ik reageer: “Dat klinkt als een plan!” We vertrekken na ons wekelijkse filterkoffietje richting de berging om zijn rollator op te halen. We schuifelen op zijn tempo richting de Rozengracht. De straat is overgoten van kerstverlichting, grote spandoeken met ‘VUURWERK HIER’ en dürüm-speciaalzaken. 

Door de drukte bewegen we ons langzaam richting een tabakszaak waar ze kerstkaarten verkopen. Hij geeft met de weinige kracht die hij heeft een zwieper aan het kaartenrek en lacht vervolgens ietwat twijfelachtig, half in zichzelf, half naar mij. Hij koopt een selectie aan kaarten met teksten als ‘Fijne Feestdagen’, inclusief de speciale decemberzegels. Met de kaarten op zak eten we een soepje bij het café op de hoek: hij tomatensoep, ik snert. 

Langzaam bewegen we ons samen terug naar huis. Terwijl ik probeer op te letten dat hij niet per ongeluk door een wilde fatbike-eigenaar wordt overreden, zegt hij opeens: “Kijk, die man die het verkeer regelt, die lacht naar iedereen.” Ik reageer instemmend; de man lacht inderdaad naar de zwerm vreemdelingen die om hem heen krioelt op het kruispunt. “Daarom schrijf ik kerstkaartjes.” 

In hartje Jordaan, te midden van allerlei mensen die van alles vinden, woont een zachtmoedige held van in de tachtig.

Hij stuurt kaarten.

Een glimlach in een envelop.

Sam Heeremans is alumna of the Master Programme Social and Cultural Anthropology of the VU.

One Comment

  1. Freek Colombijn Freek Colombijn

    Prachtig Kerstverhaal, Sam!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *