Het ontstaan van een nationale held

Door Irene Stengs

Op plekken waar mensen op een dramatische manier om het leven zijn gekomen ontstaat de laatste decennia vaak een tijdelijk monument bestaande uit bloemen, kaarsen, foto’s, teksten, knuffels en andere, voor de overledene(n) specifieke, attributen. Peter R. de Vries raakte bij de aanslag zwaargewond, maar toch is ook in de Lange Leidsedwarsstraat op de plek des onheils een vergelijkbare gedenkplek ontstaan. Dergelijke plekken vormen als het ware de materiële neerslag van de emoties die door het geweld en het leed dat hieruit voortkomt worden opgeroepen. Hoewel de aard van de reacties evident lijkt is het toch relevant om nader te bekijken welke emoties het monument precies uitdraagt.

Uit de achtergelaten attributen spreken verschillende op het eerste gezicht vanzelfsprekende boodschappen: woede over de aanslag en de daders (‘gemeente en politie moeten hard ingrijpen tegen hangjongeren in deze straat en kutcriminelen’; ‘Jij, de dappere; zij, de lafaards’), hoop dat ‘Peter’ – weinigen gebruiken het afstandelijker Peter R. de Vries – zal overleven (‘lieve stoere Peter, je vecht voor een ander, vecht nu voor “jezelf”’; ‘Voor Peter: overleef’ ) en medeleven met de nabestaanden (‘Sterkte Familie de Vries’). Maar als de gedenkplek één centrale boodschap afgeeft dan is het wel: Peter is een held, een nationale held. De teksten zijn meer dan duidelijk: ‘helden gaan niet dood’; ‘Peter jij bent onze held en onvervangbaar’; ‘Onze Robin Hood – onze Held, Blijf!’. Afbeeldingen van tulpen, zelfs een doosje echte tulpenbollen, Nederlandse vlaggen en andere voorwerpen in de nationale driekleur laten zien dat het hier om een nationale held gaat. Een paar mensen hebben een zakje krentenbollen neergelegd, een ander een pak speculaasjes, wat De Vries’ ‘gewoonheid ondanks heldenstatus’, een vereiste voor Nederlandse helden, benadrukt. De woorden van Burgermeester Halsema bij de persconferentie op de avond van de aanslag ‘Peter is een nationale held (…) hij is nog niet klaar’ en ‘hij vecht voor zijn leven’ resoneren in deze plek.

De intense aandacht voor de aanslag op Peter R. de Vries is kenmerkend voor de huidige tijd waarin het mogelijk is om onafgebroken te berichten over ontwikkelingen die er wel of niet zijn, te speculeren over het hoe en waarom van de aanslag en om te delibereren over de persoon Peter R. de Vries, zijn daden en de waarden waar hij voor staat. Door de hoge omloopsnelheid en herhaling van beelden en verhalen, zowel in conventionele als sociale media, krijgt de gebeurtenis een welhaast evenement-achtig karakter, en ontstaat een steeds vaster omlijnd verhaal over leven en dood, een held contra schurken, waarvan de afloop nog lang niet zeker is. In dit geval wordt dat nog eens versterkt omdat Peter R. de Vries – misdaadjournalist, maar vooral bekend als iemand die onopgeloste verdwijningen en moorden onderzoekt en steeds opnieuw onder de aandacht brengt – een eigen televisieprogramma heeft en een van de meest gevraagde gasten bij talkshows is en daarmee al jaren een van de bekendste publieke figuren van Nederland. Zijn onderwerpen zijn sensationeel, zijn manier van presenteren en discussiëren onconventioneel: en belangrijk, er is eindeloos veel beeldmateriaal beschikbaar waarvan de meest iconische momenten en uitspraken voortdurend kunnen worden herhaald. Het narratief rondom De Vries’ heldendom kreeg zo binnen enkele uren na de aanslag vorm. Dat De Vries de nieuwe nationale held is, is geen toeval, maar moet begrepen worden als het resultaat van een aantal ontwikkelingen.

De sturende kracht bij het vormen van hedendaagse helden zijn breed gedeelde emoties over een ervaren gebrek aan invloed op grote maatschappelijk ontwikkelingen. Tijdens crisissen worden dergelijke gevoelens uitvergroot en aangescherpt. Toen in maart 2020 de contouren van de coronapandemie zich begonnen af te tekenen werden de zorgmedewerkers voor korte tijd onze nationale helden: met het applaus voor de zorg als hét ritueel van dank, eensgezindheid en solidariteit. Deze emotionele eensgezindheid is verdwenen. In plaats daarvan hebben de coronacrisis, de toeslagenaffaire en de ‘kwestie Omtzigt’ al langer bestaand wantrouwen ten opzichte van bestuurders en politiek gevoed. De held Peter R. de Vries, zoals verwoord in een brief op de gedenkplek ‘Je hebt altijd voor anderen klaargestaan, gestreden en gewonnen’, staat daarentegen juist pal voor mensen en misschien wel hele bevolkingsgroepen die zich buitengesloten voelen door een politieke elite die geen oor heeft voor hun problemen. Hun waardering, of kunnen we zeggen verering?, voor De Vries vindt zijn oorsprong in gevoelens van in de steek gelaten zijn en machteloosheid. Daar waar anderen – politierechercheurs, ambtenaren en politici – het vanuit deze perceptie opgeven strijdt De Vries onverschrokken verder tegen bureaucratie en onverschilligheid. Hij ‘Bewaarder van de Waarden’ zoals een van de teksten zegt, zal in zijn strijd tegen onrecht nimmer buigen.

Op de Dam verscheen afgelopen vrijdag een monument van 4.000 witte rozen rondom een van de Nederlandse leeuwen van het Nationaal Monument. De initiatiefnemers nemen krachtig stelling tegen het narratief dat de aanslag op De Vries een aanval op de persvrijheid is: het is een aanslag op ‘Peter’ als vertrouwenspersoon in het Marengo proces, ‘Mark’ en ‘Ferd’ worden ter verantwoording geroepen. Niet voor niets hebben de initiatiefnemers, op deze aan betekenis meer dan volle locatie, ook nog voor de vorm van een monument hebben gekozen om de kans zo groot mogelijk te maken dat hun boodschap zal worden gezien en gehoord. De vormentaal van nationale helden en monumenten is er een van uitvergroting en mythologisering. De ideologieën, waarden en waarheden die deze heroïek vorm en inhoud geven laat geen ruimte voor nuancering noch voor de complexiteit van de werkelijkheid waar, in dit geval, zware criminaliteit uit voort komt.

Ondertussen gaat het rozenmonument op de Dam zijn eigen gang en nodigt voorbijgangers uit tot het maken van selfies en tot het neerleggen van een bos rode rozen.

(Deze blog is in een andere vorm eerder gepubliceerd in de Volkskrant op 10 juli 2021).

Irene Stengs is senior onderzoeker bij het Meertens Instituut en als bijzonder hoogleraar Ritueel en Populaire Cultuur verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de Vrije Universiteit Amsterdam.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *