Door Thijl Sunier
Er is iets raars aan de hand met de discussie over historische standbeelden, de ‘vaderlandse geschiedenis’ en de ‘nationale identiteit’. Even de feiten op een rijtje. In september vorig jaar was een beeldje van de naamgever van het Mauritshuis (dat naast het torentje van de premier staat) bij de ingang van het museum weggehaald. Deze naamgever, Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), was in de zeventiende eeuw gouverneur van de Nederlandse kolonie in Brazilië en slavenhandelaar. Dat was niemand opgevallen, totdat het een onderwerp op sociale media werd afgelopen januari.
Leave a Comment


Het Amsterdamse stadsdeel Zuidoost (voorheen meestal Bijlmer genoemd) heeft ongeveer 25 000 autochtone en ongeveer 55 000 allochtone inwoners, die voor een groot deel afkomstig zijn uit voormalige koloniën in Afrika en het Caribische gebied. Het stadsdeelbestuur vindt dat de bewoners trots op hun wijk moeten zijn, en zich er thuis moeten voelen. Een van de middelen om de buurt te verheffen is het plaatsen van kunst. Zo is op het nieuwe marktplein een beeld neergezet van de Surinaamse schrijver en verzetsstrijder Anton de Kom. Dit beeld moet de identificatie met de buurt en het zelfbeeld van de bewoners, in elk geval van de Surinamers onder hen, verhogen. Maar doet het dat?