Dag van de Antropologie: over solidariteit, ethiek en epistemologie

Door Matthias Teeuwen         Bij de openingsvoordracht van de ABv Dag van de Antropologie 2017 over solidariteit kreeg ik het gevoel dat ik dit allemaal eens eerder heb gehoord. De voordracht ging, kort gezegd, over het dilemma waarmee vrijwilligers en ontwikkelingswerkers zich geconfronteerd zien omtrent de scheve machtsverhoudingen tussen hen en diegene die ze helpen, namelijk: enerzijds om de hulpbehoevende als gelijke te benaderen en te delen in zijn of haar leven en anderzijds om gebruik te maken van de voordelen die je hebt als buitenstaander om de ander te helpen. Het is herkenbaar omdat het een terugkerend dilemma is in de christelijke roeping om de armen te helpen en waarin sommigen, zoals Moeder Theresa, ervoor kiezen samen te leven met de armen en anderen ervoor kiezen om een zekere afstand te houden. Is het niet interessanter om in plaats van deze bekende thematiek te kijken naar solidariteit tussen antropologen onderling?

Lees verder

Aesthetics or Ethnography? Notes on the Amsterdam Anthropology Lecture Series (AALS)

DSCF1438
Photography by Omar, one of Termeer’s respondents

By Matthias Teeuwen            When one thinks of a Muslim artist in the Netherlands one naturally thinks of someone who, with his or her art, tries to address issues of integration, tensions between Islam and secularism or the clash between Islamic and western society. Because that is what art by Muslims in the Netherlands is supposed to be about. Right?

In last week’s AALS lecture Dr. Bregje Termeer came to talk to us about her dissertation research on artistic strategies of young Muslim artists living in the Netherlands. What she discovered was that these artists did not subscribe to the definition of what art by Muslims is supposed to be. These artists were, as Termeer called it, ‘disengaging culturalism’.

Lees verder

Zomaar een ochtend in het veld; een verslag uit Indonesië

SPWFreekfoto
Reclame voor Citraland

Door Freek Colombijn     Een risico van antropologisch veldwerk is dat we soms vergeten hoe sterk we gebonden zijn aan onze eigen ervaringen. We doen intensief onderzoek onder een beperkte groep mensen of in een beperkt gebied en moeten niet te snel op grond daarvan generalisaties maken voor een groter geheel. Aan deze wijsheid werd ik onlangs weer eens herinnerd.

Ik doe al jaren onderzoek naar afval en andere milieuproblemen in Surabaya, de tweede stad van Indonesië met bijna 3 miljoen inwoners. Hoewel ik door een ruim gebied rondtrek, beweeg ik me toch voornamelijk in het oudere deel van de stad. Hoezeer dat deel mijn beeld heeft bepaald, werd ik me weer eens bewust toen ik een paar dagen geleden met de auto de stad verliet. Mijn bestemming was een NGO, waarvan het hoofd me veel zou kunnen vertellen over de vervuiling van de Brantas rivier, die door Surabaya loopt. Ik sprak met hem af op zijn kantoor in Gresik, een plaats die deel uitmaakt van de agglomeratie Surabaya, waar hij een educatief programma voor een schoolklas zou verzorgen. Als deze les afgelopen was, kon ik hem spreken.

Lees verder

A Journey to Experience: Tanzania-Kenya-Uganda

artikel-reis-ottlaBy Ottla Lange      In my first week of studying cultural Anthropology I had been told to write down everything I observe, when in a new or semi-new environment, within the first twenty-four hours. After this short period of time a person starts to become blind for the things that used to catch their eye. Now after travelling through East-Africa for two weeks – to visit the countries where my father, who died in the airplane crash of MH17, had spent most of his time working as an aids researcher – I can say that this could not be more true. Lees verder

Over rankings en aanvangssalarissen: antropologie in het nieuws

backpackerDoor Freek Colombijn     Ruim een week geleden vertelde ik op een voorlichtingsdag dat de opleiding culturele antropologie en ontwikkelingssociologie aan de VU al jarenlang door de Keuzegids Hoger Onderwijs en de Elsevier als de beste Bachelor in Antropologie van Nederland worden uitgeroepen. Deze week kwamen nieuwe resultaten van de Keuzegids Hoger Onderwijs naar buiten en zijn wij van de eerste plaats gevallen. Gelukkig had ik op de voorlichtingsdag al nadrukkelijk verklaard dat aan deze ranglijsten om een aantal redenen niet al te veel waarde moet worden gehecht, dat alle opleidingen in Nederland gewoon goed zijn en dat iemand die antropologie wil studeren, maar niet weet waar hij of zij dat wil doen, meer moet afgaan op sfeer en inhoud van het programma, dan op zo’n ranking. (De VU is persoonlijk en kleinschalig, heeft veel aandacht voor de toepassing van antropologie in de samenleving en heeft veel keuzeruimte, o.a. om een heel semester stage te lopen.) We relativeerden dan ook de waarde van zulke ranglijsten al eerder op Standplaats Wereld. Echter, de keuzegids Hoger Onderwijs kwam ook met cijfers waar ik me wél zorgen om maak. Lees verder

Down to Earth: Over zingeving en andere problemen

te-gast-down-to-earth1-0-0-760-500-660x380
Still uit de documentaire ‘Down to Earth’

Door Peter Versteeg      Het idee dat inheemse volken een wijsheid en spiritualiteit kennen die ‘wij in het westen’ al lang geleden zijn kwijtgeraakt, is een populaire gedachte in het circuit van alternatieve spiritualiteit, waar reikhalzend wordt uitgekeken naar mogelijkheden om inspiratie en ‘verbinding’ te vinden. De recente documentaire Down to Earth, die momenteel op veel plaatsen in Nederland te zien is, is daar een voorbeeld van. Spirituele glossy Happinez nam als eerste de film op sleeptouw met speciale vertoningen. Met Down to Earth willen de makers expliciet een boodschap uitzenden. Lees verder

Racialisering van moslims schaadt onderzoek en debat

SpWRacisme

Door Ton Salman en Peter Versteeg     Op de Volkskrant-pagina’s speelde recentelijk een interessante en antropologisch belangrijke discussie. Op 7 mei poneerde oud-collega Martijn de Koning de stelling dat de huidige maatschappelijke kritiek op de islam het karakter van een ras-onderscheid krijgt. Ook al wordt de ‘buitenstaander’ niet vanzelfsprekend als ras gezien, zij wordt wel op deze manier benaderd: “als een herkenbare groep, die specifieke, onveranderlijke en natuurlijke eigenschappen wordt toegedicht en die als inferieur geldt”. Lees verder

Woordwaarde. De keuze van woorden en de beeldvorming over moslims in Nederland

islamophobia
CMO

Door Aalt Smienk            Waarom lezen en horen we in media vaak ‘moslimterrorisme’ en minder vaak islamterrorisme’ of ‘terroristische moslims’. En wat betekent deze keuze van de zendende partijen voor het debat over de positie van moslims in de Nederlandse samenleving? Aalt Smienk, promovendus verbonden aan de afdeling Sociale en Culturele Antropologie, doet onderzoek naar de beeldvorming over minderheidsgroepen in de Nederlandse pers. Lees verder

Gelooft u in God? Een open vraag

 

kerk

Door André Droogers
Dagblad Trouw publiceert de resultaten van een onderzoek naar levensbeschouwing in Nederland. Ik neem de uitkomsten met een half onsje zout. Dat komt door de gevolgde onderzoeksmethode èn de geheel eigen aard van het onderwerp.
In de sociale wetenschappen wordt onderscheiden tussen kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden. Sociologen, politicologen en psychologen gebruiken meestal de eerste, antropologen – mijn soort – de tweede. Wat je vindt, hangt af van je methode. Beide benaderingen hebben hun sterke kanten èn hun beperkingen. Overigens komen steeds meer combinaties voor.

Bij de kwantitatieve benadering is de stelregel dat meten weten is. Wat niet te meten is, wordt niet geweten. Trouw zet de gemeten onderzoeksresultaten op de voorpagina: 25% atheïst, 31 % agnost, 27% ietsist en 17 % gelovige.

De sterke kant van kwantitatief onderzoek is dat het representatief is. Het aantal geïnterviewden is groot. Dat is ook nodig, omdat de vooronderstelling is dat iemands stellingname verband houdt met diens persoonskenmerken, zoals opleiding, sekse of leeftijd. Bij een groot aantal kan dat verband worden gelegd, omdat pas dan alle factoren voorkomen. Lees verder

Een akelig artikel over een akelige gewoonte: Ook meisjesbesnijdenis vraagt een eerlijk debat

logo 6februari copy 2
VON (Vluchtelingen Organisaties Nederland) logo voor Zero Tolerantie tegen VGV (Vrouwelijke Genitale Verminking) dag, 6 februari

Door Edien Bartels en Martijn de Koning [i] In het stuk ‘Een akelige moslimgewoonte’ (Trouw, Letter en Geest, 22.2.2014) [ii] probeert Maurice Blessing aan te tonen dat meisjesbesnijdenis een voorschrift is van de islam. De auteur is arabist en doceerde aan de UvA. We vragen ons af of deze auteur kennis heeft over de verschillende manifestaties van de islam en meisjesbesnijdenis, het plaatsvinden van meisjesbesnijdenis en de verschuivingen, de toename of afname. Het gaat ons ook om de kern van zijn betoog. Wat voor nut heeft het zogenaamd vaststellen dat meisjesbesnijdenis islamitisch is? Vloeit daar een specifieke aanpak uit voort? Laten we dan alle christenen en animisten die meisjesbesnijdenis praktiseren maar liggen? Erger nog: de aannames van Blessing zijn niet correct en gebaseerd op een verkeerde voorstelling van zaken. [iii]

Lees verder

Schouderophalend

P1120583

Door Annerike Hekman. Confrontatie kan pijnlijk zijn. Rondhuppelend in mijn roze zwartepietenpakje, dat mijn moeder zelf gemaakt had, was ik mij geen moment bewust van het feit dat Sint een oude witte man is en dat de pieten zwarte knechten zijn. Geen moment zag ik de rode lippen als karikatuur en de gouden oorbellen als vernederend. Mijn reactie op de jaarlijkse discussie rond Zwarte Piet was dan ook dit jaar weer het ophalen van mijn schouders: mensen doe niet zo moeilijk. Ja, ik zie de overeenkomst, maar zo is het niet bedoeld, zo heb ík het nooit beleefd. Het is gewoon gezellig. Schouderophalend kan ik een ongemakkelijk gevoel niet ontkennen: ergens lijkt het alsof ik persoonlijk word aangevallen wanneer iemand met overtuiging zegt dat Zwarte Piet discriminerend is.

Afgelopen maand sprak ik met een Eritrese vriendin over de discussies rond het ‘opmerkelijke feest.’ Zij bleef emotioneel praten over de reacties van mensen in de media en liet mij een aantal reacties op Twitter lezen toen Quinsy een kunstenaar (donker van huidskleur) bij Pauw en Witteman aan tafel zat om te praten over wel of geen Zwarte Piet: ‘Die neger op tv snapt het niet, ze zijn toch zwart omdat ze door de schoorsteen komen’ – ‘Als je geen zwarte piet wil zien rot je toch op naar je eigen land’ – ‘Misschien moet die zwarte zeurpiet retour naar zwartepietenland’ – ‘Uhlg, ik kots die neger uit, echt!’. Ik was verbijsterd. Niet veel later zocht ik naar meer discussies en vond met gemak eindeloze vergelijkbare reacties. Wat gebeurt er eigenlijk?

Ideeën over hoe iets hoort, een wereldbeeld, bepaalde sociale categorisatie of jaarlijkse gebruiken, vormen deel van ieders opvoeding en worden eigengemaakt. Sommige ideeën worden gedeeld met een groep van nabije vertrouwelingen (familie), andere met een meer collectief gezelschap (stad, regio, land). Deze gedeelde ideeën geven een gevoel van veiligheid en erkenning, het maakt iemand onderdeel van een groep. Bepaalde aspecten van deze ideeën kunnen in bepaalde contexten versterkt worden, als reactie op bijvoorbeeld afwijkende ideeën van aan andere groep. De aspecten kunnen zomaar aan de oppervlakte komen en met redenen als ‘we hebben het altijd zo gedaan’ heel overtuigend zijn. Deze al dan niet onbewuste vorming van ideeën en collectieve gebruiken, maakt het heel lastig om op iets dergelijks te reflecteren. De ideeën zijn zo eigengemaakt dat ze niet meer los te koppelen zijn van iemands identiteit en worden gezien als ‘gegeven’. In dynamische tijden van globalisatie, migratie, modernisatie, komt men in aanraking met mensen die heel andere ideeën hebben. In werkelijkheid of in beleving kan deze aanraking bedreigend voelen, het zorgt voor verwarring en vraagt reflectie op de eigengemaakte gebruiken. De ‘gegeven’ ideeën zijn dan een veilige toevluchtsoord. Zij herbevestigen hoe de wereld ‘hoort te zijn’ en benadrukken de vertrouwde gemeenschap die deze ideeën deelt.

Het sociale en culturele karakter van ideeën – over hoe het hoort te zijn – en een bedreigende maatschappelijke context, maken het heel lastig voor mensen om oprecht te reflecteren op ideeën en collectieve gebruiken, zoals Zwarte Piet. Het bevragen van vertrouwde ideeën kan op zich al pijnlijk zijn (moet ik toegeven dat rondhuppelen in mijn roze Zwartepietenpakje discriminerend was!), en het maakt het nog pijnlijker wanneer men zich juist vastklampt aan deze vertrouwde ideeën. Pijnlijk en complex wordt het dan: persoonlijk haal ik dan liever mijn schouders op.

Alleen, hoe lang kan je je schouders ophalen als je weet dat een groep Nederlanders zich gekwetst voelt door een idee dat jij in stand houdt? Dat de huidige knecht 150 jaar geleden is ontstaan, in een tijd waarin het logisch was dat de witte man op een paard zat en de zwarte man de tassen droeg? Dat er eindeloze reacties op internet staan waarin de witte man de zwarte man nog steeds als die tasdragende knecht ziet, als mindere die hier eigenlijk niet thuis hoort? Hoeveel confronterende argumenten en historische feitelijkheden heb je nodig om een idee los te koppelen van jezelf, en daar oprecht op te reflecteren?
Met begrip voor mensen die zich aangevallen en/of bedreigd voelen (ik voel dat ook) door de confrontatie met eigengemaakte ideeën, zijn bovenstaande argumenten en historische feitelijkheden voor mij genoeg om het idee Zwarte Piet los te koppelen van mijzelf. De discussies gaan uiteindelijk niet meer om Zwarte Piet en niet om mijn gehuppel in het Zwartepietenpakje, maar om dat wat al de reacties laten zien: in Nederland worden mensen met donkere huidskleur niet volledige geaccepteerd, ongelijk behandeld en als minder gezien. Er is veel discriminatie in Nederland. En misschien is het Sinterklaasfeest, elk jaar weer, het enige podium waarop aandacht gevraagd kan worden voor het kwetsende gevoel dat dit onschuldige kinderfeest veroorzaakt, en dat dit gevoel niet enkel jaarlijks naar boven komt maar voor veel Nederlanders aan de orde is van elke dag.

Annerike Hekman is Master student Sociale en Culturele Antropologie aan de Vrije Universiteit.

Politiek verbod op neef-nicht huwelijken

door Edien Bartels en Oka Storms  In het regeerakkoord tussen de VVD en de PvdA staat dat neef-nicht huwelijken in beginsel worden verboden. Zonder verdere toelichting wordt dit onder de paragraaf ‘immigratie, integratie en asiel’ Waarom? Neef-nicht huwelijken zijn een politiek issue geworden.

Vanwege het ontbreken van toelichting voor het verbod in het regeerakkoord, kijken we voor het waarom naar eerdere discussies en een wetsontwerp dat in maart jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd. Daarin wordt voorgesteld neef-nicht huwelijken tegen te gaan. De motivering is dat neef-nicht huwelijken vaak gedwongen zijn. De familie zou bepalen dat neef en nicht met elkaar trouwen.

Opvallend genoeg wordt er in het huidige regeerakkoord ook onder de paragraaf ‘emancipatie en gelijke behandeling’ gesteld dat gedwongen huwelijken strafbaar worden. Als dat zo is, waarom moet dan over neef-nicht huwelijken apart worden geschreven? Als het hier gaat om gedwongen huwelijken dan kunnen deze huwelijken tegengegaan worden door huwelijksdwang te verbieden?

In een eerdere verklaring vertelt de toenmalige wethouder van Amsterdam en huidige minister van binnenlandse zaken, Asscher, dat via neef-nicht huwelijken meisjes uit het land van herkomst naar Nederland worden gehaald om te zorgen voor tweede-generatie zoons die zwakbegaafd zijn en dan ook de rol van Assepoester voor de familie vervullen. Maar, neef-nicht huwelijken komen ook voor onder Nederlanders. Een EO-programma over een Nederlands neef-nicht echtpaar laat dit bijvoorbeeld zien. Waarom verschijnt dit verbod dan onder de paragraaf ‘immigratie, integratie en asiel’ in het regeerakkoord? Lees verder

Vroomheid van moslims is niet zo uitzonderlijk

foto door 'Ripperda'
foto door ‘Ripperda’

Door Daan Beekers  Met veel verbazing wordt er gekeken naar de geloofsijver onder Nederlandse moslims, met name als het gaat om de jongere generatie. Vijf keer per dag bidden, wekelijks de moskee bezoeken of een hoofddoekje dragen: volgens velen zijn het bevreemdende verschijnselen in onze seculiere samenleving. Maar deze verbazing is wel erg selectief. Kijk eens naar de duizenden christelijke jongeren die elke zondag in de kerk zitten (niet alleen in de ‘bible belt’ maar ook in de grote steden) of samenkomen op massale bijeenkomsten als de EO-Jongerendag. Laten we eens ophouden moslims steeds weer als de grote uitzondering te beschouwen.

Onlangs bracht het Sociaal en Cultureel Planbureau het rapport Moslim in Nederland 2012 uit, dat laat zien dat het geloof voor moslims, vergeleken met een kleine 15 jaar geleden, onverminderd belangrijk is gebleven. Lees verder

Reactie op Baudet

onder anderen door Thijl Sunier Generaliseren van islam is wel heel gemakkelijk, menen islam-wetenschappers, want dan hoeft er niet gekeken te worden naar de vele manieren waarop moslims met hun islam omgaan.

Het is bizar om van een wetenschapper te vernemen dat ‘generaliseren’ over een complex onderwerp als islam nodig is, en dat er ‘geen helder zicht’ zou zijn op de problematiek. Dit is wat gepromoveerd jurist Thierry Baudet stelt in zijn column ‘Durf te generaliseren over de islam’ (NRC 2 november  2012).

Als hij even de academische databanken had gegoogled, had hij kunnen zien dat alleen al door de Nederlandse wetenschappers in de afgelopen tien jaar een enorme hoeveelheid onderzoek is verricht naar alle facetten van de islam, en dat daar wel degelijk een helder beeld uit naar voren komt, namelijk dat de islam en moslims even gevarieerd zijn als bijvoorbeeld het christendom en christenen. Maar blijkbaar is het nogal storend dat dit beeld genuanceerd is. Lees verder