Auschwitz: Bijna onvoorstelbaar

We were told we would take a nice shower and we would see each other soon again. When I smelled the dead people I knew we would see each other again soon indeed – Onbekend

door Charlotte Dijkhoff

Op dinsdag 10 januari 2017 begon mijn reis naar Polen. De voornaamste reden om naar dit land te gaan was om Auschwitz te bezoeken. Auschwitz is de grootste verzameling van concentratie- en vernietigingskampen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland waren opgezet. Het was een indrukwekkende reis die ik nooit zou vergeten. Een ervaring die een mens niet in de koude kleren gaat zitten. Nog geen tachtig jaar geleden zijn hier miljoenen mensen, merendeels Joden, politieke gevangenen en personen die tot andere etnische minderheden behoorden, om het leven gebracht. Zij stierven door uitputting, overwerk, honger, lijfstraffen, medische experimenten, ziektes of door willekeurige executie. Lees verder

Dreamocracy: vluchtelingen als expert-docenten op middelbare scholen

Door Freek Colombijn. Mijn ouders waren tieners toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en in de twintig toen Nederland bevrijd werd. Ze hebben aan den lijve ondervonden hoe het is om te leven in een land dat niet meer vrij is. Mijn moeder werkte als koerierster voor het verzet en mijn vader werd te werk gesteld in Duitsland en dook tijdens een verlof in Nederland onder om niet terug te hoeven. Ze hebben hun kinderen zeker niet achtervolgd met verhalen over de oorlog, maar wat wij wel met de paplepel ingegoten kregen was het belang van democratie en vrijheid. Vrijheid is niet vanzelfsprekend, 5 mei is een dag om de vrijheid te vieren (en 4 mei een dag om stil te staan bij de mensen die hun leven verloren in de strijd om de democratie te herstellen). Bij elke verkiezing gingen zij, en ga ik, stemmen: als een recht, maar ook als een plicht en als een voorrecht.

Lees verder

Over de doden niets dan goeds: historici over het Nederlandse geweld in de vrijheidsoorlog van Indonesië

Balinezen geven zich over aan Nederlandse militairen, 1906. © Museum Bronbeek, via creative commons
Balinezen geven zich over aan Nederlandse militairen, 1906. © Museum Bronbeek, via creative commons

Door Freek Colombijn   De afgelopen maand is er in verschillende media een dis-cussie gevoerd over het historische onderzoek naar het Nederlandse geweld in de vrijheidsoorlog van Indo-nesië. Aanleiding van de discussie was de publicatie van het boek De brandende kampongs van Generaal Spoor van Rémy Limpach (Amster-dam: Boom, 2016).

Tijdens de vrijheidsoorlog is door verschillende partijen veel geweld gebruikt. Limpach concentreert zich op het geweld gepleegd door het Nederlandse leger en concludeert dat het geweld structureel was, dat wil zeggen massaal en goedgekeurd of tenminste willens en wetens getolereerd, door de hoogste autoriteiten, opperbevelhebber Spoor. Tot het geweld behoorden o.a. het standrechtelijk executeren van gevangen genomen Indonesische strijders, het doden van burgers op de vlucht en het met mitrailleurvuur doorzeven van kampongs, waar zich niet allen strijders, maar ook burgers (waaronder kinderen) schuil hielden. Lees verder

Verlaten kerkhoven: over leven en dood

p1040295Door Ton Salman       We mogen vermoeden dat het de doden niet echt dwars zal zitten: waar ze begraven liggen en hoe eenzaam dat is. Eenmaal dood, is de last van eenzaamheid en de lust van gezelschap of bezoek (of andersom) immers voorbij. Een mening of een gevoel bij hoe eenzaam, mooigelegen, nabij of veraf, herdacht of vergeten of anoniem iemand begraven is, is dus een zorg van de levenden en de nabestaanden. In mijn ervaring kunnen die er terdege iets van vinden, zelfs in de wetenschap dat de overledenen onwetend zijn. Een illustratie daarvan is de situatie waarin een begraafplaats zelf terecht is gekomen op een inmiddels verlaten, verwoeste of niet meer vindbare plek. Daar wordt de eenzaamheid van de doden dubbel gevoeld, door degenen die daarvan weet hebben. Dat de doden dan twee maal verlaten zijn, is een besef van de levenden, en leidt bij die levenden tot extra deernis voor de verlaten doden. Zó alleen en in de steek gelaten, wordt gemeend, horen zelfs de doden niet te zijn. Lees verder

Een beschaafd vuurtje

 Door Eva de Jong2093882054_aa653cd5e1_z

Op woensdag 22 april ging Joop Goudsblom in gesprek met Wim Brands over zijn nieuwe editie van het boek Vuur en Beschaving. Het Academisch Cultureel Centrum  te Amsterdam organiseerde een bijeenkomst met de emeritus hoogleraar sociologie. Brands introduceert het onderwerp  Vuur en Beschaving, door Goudsblom om een vuurtje te vragen. Goudsblom, die altijd lucifers met zich meedraagt, ontsteekt een säkerhets tändstickor (een veiligheidslucifer naar het origineel ontwerp van Johan Lundström uit 1852). Een normaal tafereel voor ons, maar Goudsblom stelt in zijn werk dat vuurbeheersing niet altijd tot de capaciteiten van de mens heeft behoord. In het boek Vuur en Beschaving omschrijft Goudsblom de menselijke vooruitgang aan de hand van de relatie tussen mens en vuur. Volgens hem staat de vuurbeheersing model voor de wijze waarop mensen steeds nieuwe bronnen in de samenleving introduceerden. Ieder van die nieuwe bronnen heeft gezorgd voor nieuwe omgangsvormen, gedragsregels en machtsverhoudingen, aldus Goudsblom.

Lees verder

Wie telt mee in Myanmar?

Myanmar 1Door Maaike Matelski. In Myanmar (voorheen Birma) vindt momenteel een nationale volkstelling plaats. Deze blijkt zeer controversieel, ondanks de dringende behoefte aan betrouwbare statistieken na vijftig jaar militaire dictatuur. De onduidelijkheid over het aantal inwoners vergrootte bijvoorbeeld de twijfel over de uitslag van de eerste verkiezingen in decennia in november 2010, die uiteindelijk zouden leiden tot een formeel einde van het militaire regime. Hoewel de behoefte aan demografische cijfers binnen en buiten het land erkend wordt, is er momenteel weinig enthousiasme voor de census meer te vinden onder de Birmezen. De volkstelling,  grotendeels gefinancierd door de Verenigde Naties en een aantal Europese landen, brengt namelijk oude en nieuwe spanningen onder de bevolking aan het licht.

De oorsprong van deze gevoeligheden ligt in de koloniale tijd. De Britse overheersers die tot 1948 aan de macht waren benadrukten het onderscheid tussen de diverse etnische groepen, waarbij ze bepaalde minderheidsgroepen bevoordeelden. Dit versterkte onder de Birmaanse meerderheidsgroep de nationalistische gevoelens ten opzichte van de kolonisatoren, maar ook gevoelens van vijandigheid en superioriteit ten opzichte van de etnische minderheden die de kant van de Britten kozen. Ondanks de toezegging van gelijke rechten en zelfbeschikking ten tijde van de onafhankelijkheid bleef de relatie tussen de Birmanen en de etnische minderheden gespannen. De politieke en soms gewapende strijd van de etnische minderheden duurde voort tijdens de militaire dictatuur. Sommige vredesonderhandelingen zijn tot op de dag van vandaag gaande, en in bepaalde grensgebieden maken minderheidslegers feitelijk de dienst uit. Lees verder