Sorrow and anger in Ethiopia

Aheza Kahesai, on the far right, mourns the loss of her 38-year old son, killed by Islamic State militants in Libya. (Marthe Van Der Wolf/VOA)

Aheza Kahesai, on the far right, mourns the loss of her 38-year old son, killed by Islamic State militants in Libya. (Marthe Van Der Wolf/VOA)

By Marina de Regt

While Europe is discussing its immigration policies after last week’s disasters in the Mediterranean, Ethiopia is mourning the deaths of Ethiopian migrants during three dark events in the past three weeks. First the country was in shock when people heard about the outrageous violence against migrants, amongst whom many Ethiopians, in South Africa. At least three Ethiopians were killed and many more were victims of the recent xenophobic practices. A few days later the horrible news of the killing of thirty Ethiopian Christians by Islamic State (IS) in Libya led to a new wave of disbelief and disgust. And last week the drowning of more than one thousand migrants on their way to Europe caused a third shock as many Ethiopians make the same trip.

These shocking events have led to an outcry amongst Ethiopians at home and abroad. The government announced three days of national mourning for the thirty Ethiopians who were killed by IS. On Wednesday April 22 tens of thousands of people gathered at Meskel Square, one of the major squares in Addis Ababa, to protest against IS. People were particularly upset about the fact that their fellow countrymen were killed because of their Christianity. Many Ethiopians belong to the Ethiopian Orthodox Church and are religiously devote. While Ethiopia was known for a long time as a country where Christians and Muslims lived together peacefully (the first Muslims who were persecuted in Mecca at the time of Prophet Mohamed were, for example, welcomed by the King of Aksum and allowed to practice their religion freely), nowadays relations have become quite strained. This is mainly due to the growing influence of Wahhabism, and the subsequent growth of Islamist movements, in the country. The horrible event in Libya will not help improve Christian-Muslim relations, even though Ethiopian Muslims are not responsible for what happened.

The demonstration on April 22 started as a protest against terrorism, organized by the government, but gradually turned into a protest against the government itself. Some of the protesters held the government accountable for the horrific killing of their fellow countrymen. The main reason behind the burgeoning number of Ethiopians migrating abroad is the lack of employment possibilities, and the deteriorating situation in the countryside. Ethiopia is considered to be developing economically but only a small part of the population is benefiting from this alleged growth; the money entering the country is not used to create new jobs in urban areas and develop the countryside. The large majority of the Ethiopian population is living in rural areas and farmers are increasingly unable to make a living. As a result, many people see migration as the only chance to improve their livelihood. They take huge risks that would not be necessary if only the situation at home was better. Thus, instead of discussing ways to solve the “immigration problems” of Fortress Europe, it would be better if European politicians put more pressure on the Ethiopian government to improve the living conditions of its population.

Marina de Regt is Assistant Professor at the Department of Social and Cultural Anthropology of VU University Amsterdam, The Netherlands. She specializes in gender and migration in and between Yemen and Ethiopia.

<br>

Opvang in de regio – een oplossing?

© Marije Koudstaal

© Marije Koudstaal

Door Edien Bartels en Trudie Visser, foto’s Marije Koudstaal

De ontzetting over grote aantallen verdrinkingen van vluchtelingen en migranten in de Middellandse Zee, lijkt lippendienst te bewijzen aan de discussie, door de VVD weer opgepakt, over opvang van vluchtelingen in de regio.  De voordelen zouden duidelijk zijn: ze kunnen sneller terugkeren als het weer veilig is, zij kunnen zich sneller aanpassen aan de samenleving van het ontvangende land  in het geval de opvang langer nodig is. Bovendien is het goedkoper dan opvang in westerse landen. Is dit wel zo? Zijn dit geen losse kreten om een kiezerspubliek te bedienen?  En om met veel bravoure aan te geven dat de oplossingen niet in de westerse landen liggen maar in dat deel van de wereld waar conflicten oplaaien? Weten degenen die dat poneren wel waar ze over praten? Laten we dat nu eens nagaan. Per slot worden de meeste vluchtelingen, volgens verschillende bronnen zo’n 95 procent, nu  ook al opgevangen in ‘de regio’.  We nemen het voorbeeld van Turkije omdat we daar recent op bezoek zijn geweest in twee vluchtelingenkampen. Turkije vangt op dit moment volgens Amnesty ongeveer 1,6 miljoen vluchtelingen op uit Syrië. Dit is ongeveer de helft van alle Syrische vluchtelingen, naar schatting zo’n  3,2 miljoen mensen. In september 2014 kwamen er nog eens 130.000 binnen, dat is meer dan in de hele EU in de afgelopen drie jaar. Hoe pakken de voordeel argumenten van opvang in de eigen regio uit voor Turkije?

© Marije Koudstaal

© Marije Koudstaal

Kosten

Zijn de kosten wel zoveel minder? Van de 1,6 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije leven 220.000 mensen in een van de 22 goed uitgeruste vluchtelingenkampen. Dat zijn de Turkse AFAD kampen  gefaciliteerd door de UNHCR. De andere ruim 1,3 miljoen mensen, dat wil zeggen zo’n 75 procent  worden opgevangen door familieleden, proberen zelfstandig rond te komen, of worden opgevangen in gemeentekampen in het  Zuidoosten van Turkije. Dit zijn kampen opgezet  in samenwerking met de vereniging van Zuidoost-Anatolische gemeenten (GABB).  Als we in Nederland spreken over de kosten van opvang worden dan de kosten van deze gemeenten wel meegenomen? De Turkse overheid springt hen niet bij. In de gemeentekampen werken veel vrijwilligers, onder andere georganiseerd door de vakbond. Die kosten zijn niet zichtbaar. En de kosten die familieleden maken om vluchtelingen op te vangen? Vanuit Europa, vooral van Koerden, zijn er goederen- en geldstromen op gang gekomen, om de vluchtelingen en deze kampen te ondersteunen. Maar steun vanuit de EU is er niet geweest, vertelt ons een Turks Koerdische psychiater, die vrijwillig werkt als hoofd van de medische dienst in vier gemeentekampen in Suruc. De leefsituatie is heel bescheiden. Op het menu in de kampen in Urfa  staan bonen, brood en rijst: geen vlees, geen groenten en geen fruit. Op het menu van de kampen in Diyarbakir staat wel groenten, één keer in de week, en vlees, één keer per twee weken. Maar vaak lukt dat ook niet. De medische zorg is voor rekening van vrijwilligers. Om uitbraak van (kinder)ziekten te voorkomen hebben apothekers vaccins verzameld.  Want de staat financiert geen vaccinatieprogramma’s voor deze ‘gasten’. Voor het gemak wordt dit alles niet geteld of in geld uitgedrukt.

© Marije Koudstaal

© Marije Koudstaal

Aanpassen

Kunnen deze vluchtelingen zich sneller aanpassen aan de samenleving van het ontvangende land? Veel Syrische vluchtelingen proberen aan werk te komen. Maar de lokale bevolking ziet hen als bedreigend.  Ze werken tegen lagere lonen en verstoren de arbeidsmarkt. Syriërs spreken Arabisch en schrijven in het Arabisch schrift. Turken spreken Turks en Koerdisch en schrijven in het Latijnse schrift. Ze krijgen geen vluchtelingenstatus maar een ‘gaststatus’. Dat betekent dat ze geen aanspraak kunnen maken op voorzieningen, scholing en zorg. Dit is ook een manier om de kosten te beperken.

© Marije Koudstaal

© Marije Koudstaal

Terugkeren

Kunnen deze vluchtelingen sneller terugkeren als het weer veilig is? Dat is misschien een steekhoudend argument. Laten we daarvoor de eerdere vluchtelingen uit Afghanistan, Irak en Syrië  even buiten beschouwing en kijken naar twee andere typen vluchtelingen; Yezidi’s  uit Sinjar  en Koerden uit het noorden van Syrie, Kobani. Beide groepen worden opgevangen in zowel de Turkse staatskampen en in gemeentekampen in Zuidoost Turkije, o.a. in Urfa (Suruc), Diyarbakir en Mardin. De Kobani vluchtelingen in de gemeentekampen proberen terug te keren na de recente bevrijding door Koerdische strijders van de stad Kobani en omgeving. Noord Syrië is Koerdisch gebied, Rojava, waar een Koerdisch bestuur zetelt naar analogie van het model van de Zwitserse kantons. Het lijkt dus aantrekkelijk om terug te keren. Toch kan terugkeer nog niet in grote aantallen. Er liggen erg veel mijnen, vooral in het centrum van de stad, en die moeten eerst onschadelijk worden gemaakt. Er zijn ook veel huizen vernietigd. Wie steunt de opbouw van de stad en de omgeving? Het aantal vluchtelingen dat opgevangen werd in de gemeentekampen is nu wel verminderd. De mensen  gaan terug als ze denken weer zelfstandig te kunnen gaan wonen. Als hun huizen vernietigd zijn kunnen ze hun tenten  meenemen. Die tenten waren een gift van de regering van Koerdisch Noord Irak. Maar de kosten daarvan worden niet geteld.

Daar tegenover staan de Yezidi’s uit Noord-Irak. Dat zijn ook Koerden. Ze spreken eenzelfde taal maar vormen wel een minderheid,met een eigen syncretische religie. Na hun vlucht van de berg Sinjar en de aankomst in Turkije vanaf augustus 2014 woonden deze Yezidi’s enkele weken in verschillende opvangplaatsen in de steden. Ondertussen werden de kampen opgebouwd. Deze groep mensen heeft veel verloren, veel mensen zijn gedood, veel kinderen en ouderen zijn kwijtgeraakt in de vlucht en vrouwen en meisjes zijn geroofd. Er leeft veel verdriet onder hen en velen zijn getraumatiseerd. Professionele hulpverleners zijn er nauwelijks. Ook hier zijn veel vrijwilligers die onbetaald of met vrijstelling van hun werk proberen de kampen draaiend te houden. Wanneer gaan deze Yezidi’s terug? Ze worden toch opgevangen in de regio en daar hangt de veronderstelling aan dat ze weer snel terug kunnen keren. Yezidi’s daarentegen willen niet terug. Ze zijn bang om terug te keren. Zij willen naar Europa en verzoeken de UNHCR om uitreisvergunningen en vestigingstoestemming. Ze zien zich als een bedreigde religieuze minderheid die permanent strijd moet leveren met de omgeving. Ze integreren niet in de opvangende samenleving en richten zich niet op teruggaan. Daarvoor waren hun ervaringen te schokkend. De strijd die ze moeten leveren voor hun bestaan is er sinds mensenheugenis: dit was niet de eerste genocide waar ze zich tegen moesten beschermen. Ze willen naar een land waar ze veilig zijn, en ze zien die veiligheid niet terug in een land waar moslims de meerderheid vormen.

 

© Marije Koudstaal

© Marije Koudstaal

Tot slot

Opvang in de regio zijn mooie woorden waarmee we in het westen proberen om vluchtelingen buiten Europa te houden. De veronderstelde voordelen van deze opvang werken alleen wanneer de betreffende regio bereid is overmatige inspanning te leveren, inspanning die in het westen niet gezien en niet gesteund wordt. De bevolking in Zuidoost Turkije ziet de noodzaak van deze inspanning wel en levert die ook. Alle mensen die we spraken gaven aan dat dit voor hen een morele plicht is, een gewetenskwestie, ook al gaat het hier om een arme regio. Voor het westen lijkt opvang in de regio eerder een methode om de verantwoordelijkheid bij andere, veel armere staten en bevolking te leggen.

Edien Bartels is antropoloog en was werkzaam als universitair docent aan de Vrije Universiteit. Trudie Visser is Turkoloog. Zij gingen mee als vrijwilliger met medewerkers van de organisatie PsychiatersZonderGrenzen die een training voor hulpverleners in Diyarbakir verzorgden.

Een beschaafd vuurtje

 Door Eva de Jong2093882054_aa653cd5e1_z

Op woensdag 22 april ging Joop Goudsblom in gesprek met Wim Brands over zijn nieuwe editie van het boek Vuur en Beschaving. Het Academisch Cultureel Centrum  te Amsterdam organiseerde een bijeenkomst met de emeritus hoogleraar sociologie. Brands introduceert het onderwerp  Vuur en Beschaving, door Goudsblom om een vuurtje te vragen. Goudsblom, die altijd lucifers met zich meedraagt, ontsteekt een säkerhets tändstickor (een veiligheidslucifer naar het origineel ontwerp van Johan Lundström uit 1852). Een normaal tafereel voor ons, maar Goudsblom stelt in zijn werk dat vuurbeheersing niet altijd tot de capaciteiten van de mens heeft behoord. In het boek Vuur en Beschaving omschrijft Goudsblom de menselijke vooruitgang aan de hand van de relatie tussen mens en vuur. Volgens hem staat de vuurbeheersing model voor de wijze waarop mensen steeds nieuwe bronnen in de samenleving introduceerden. Ieder van die nieuwe bronnen heeft gezorgd voor nieuwe omgangsvormen, gedragsregels en machtsverhoudingen, aldus Goudsblom.

Mensen eigen

Als enige diersoort is de mens in staat om vuur te creëren. Vandaag de dag is dit een universele bekwaamheid: elke samenleving beheerst deze techniek. Er is geen bewijs dat dit met genetische aanleg van mensen te maken heeft. Daarom kan de omgang met vuur omschreven worden als een sociaal-cultureel proces. Goudsblom noemt de vuurbeheersing de eerste beschavingsdaad van de mens. Volgens hem is een zekere vorm van civilisatie, noodzakelijk voor het beheersen van vuur.

In het gesprek met Brands omschrijft Goudblom dat vuurbeheersing model stond voor ontwikkelingen in de menselijke samenleving. Volgens hem maakte de vuurbeheersing van vuur de ontwikkeling van landbouw en vervolgens industrialisatie mogelijk. Door vuur kon men de producten van landbouw bakken of koken, wat volgens Goudsblom leidde tot een bevolkingsexplosie.

Goudblom bespreekt verschillende fases (van prehistorie tot de moderne tijd) en analyseert hoe de inzichten over vuur met de tijd zijn veranderd. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat de opkomst van vuurwapens een nieuwe fase inluidde. Met vuurwapens kregen mensen de mogelijkheid om vuur gecontroleerd in te zetten. Hij benoemt het broeikaseffect ook als een fase, dat naast een ecologisch probleem ook omschreven kan worden als een langdurig cultureel proces. Volgens hem is de huidige hoogenergetische economie het eindpunt van een proces dat is begonnen in de oude Steentijd, toen de mens leerde omgaan met vuur.

Minder vuur, meer beschaving

Tijdens het gesprek met Wim Brands, komt Joop Goudsblom met een leus: Minder vuur, meer beschaving.  Goudsblom stelt dat wanneer een gebied of bevolkingsgroep welvarender is, het aantal slachtoffers door brand vermindert. Hij omschrijft dat in de huidige tijd, de mens zelden in aanraking komen met vuur. Zo is er centrale verwarming, wordt de temperatuur met een thermostaat constant gehouden en rijden wij in auto’s op fossiele brandstof. Ook al weten we dat voor deze handelingen vuur nodig is, wij krijgen het vuur niet te zien. Om deze reden waarschuwt Goudsblom voor collectieve onbewustheid en verdringing. Het broeikaseffect lijkt zeer abstract doordat wij in een complexe maatschappij leven met meer afhankelijkheidsketens. Echter heeft  ons gedrag wel degelijk invloed op het broeikaseffect, maar lijken we dit soms te vergeten of te verdringen omdat wij geen directe verbranding zien.

Wat is beschaving?

Nadat Wim Brands Joop Goudsblom drie kwartier heeft geïnterviewd over zijn theorie, is er de gelegenheid voor het publiek om vragen te stellen. De meeste vragen uit de zaal gaan over het begrip beschaving. Goudblom staat bekend om zijn civilisatietheorie, waarin hij beschaving ziet als een langdurig proces van toenemende wederzijdse afhankelijkheid. Echter rijst de vraag wat precies beschouwd moet worden als beschaving. Zo stelde een toeschouwer dat wanneer men consequent zou interpreteren, gruwelijke praktijken zoals de holocaust ook onder het begrip beschaving zouden vallen. Echter was de zaal erover eens dat dit wringt, omdat beschaving een positieve connotatie heeft. Het woord beschaving suggereert schaven, verfijnen en gladder maken. Joop Goudsblom beaamde dat het woord beschaving ingewikkeld is, maar  “Het zij zo . Goudblom had in de afgelopen dertig jaar nog geen passender woord gevonden.

Eva de Jong studeert culturele antropologie en rechten aan de Vrije Universiteit. De afgelopen twee jaar maakte zij deel uit van de redactie van Standplaats Wereld. In deze periode heeft zij verschillende stukken voor Standplaats Wereld geschreven, zoals een stuk over de promotie van Donya Alinejad en een blog over haar ervaringen als uitwisselingsstudent in Los Angeles.

 

“Er blijft ons niets over:” Yezidi’s in kamp Singar in Diyarbakır

Tent met kinderen in Yezidi kamp Diyarbakır, © Marije Koudstaal

Tent met kinderen in Yezidi kamp Diyarbakır, © Marije Koudstaal

Door Edien Bartels en Trudie Visser, foto’s Marije Koudstaal     Op 8 april 2015 meldden de media dat er in Irak meer dan 200 Yezidi’s zijn vrijgelaten door IS, vooral ouderen. Yezidi’s zijn een Koerdisch religieuze minderheid met een eigen syncretistische religie, waarin elementen uit de islam, het christendom en het zoroastrisme (een oude ‘dualistische’ religie uit Perzië). Afgelopen zomer, 3 augustus, vluchtten er binnen een week duizenden Yezidi’s omdat hun dorpen door IS ingenomen werden. Ze worden door IS als duivelaanbidders gezien en daarom vervolgd. Naar schatting van de Yezidi verpleger van kamp Singar in Diyarbakır woonden er in de regio Singar 500.000 Yezidi’s. Door de aanvallen van IS zijn meer dan 3000 mensen vermoord. Veel ouderen en kinderen zijn omgekomen door honger en dorst, en meisjes en vrouwen, naar schatting 4500, zijn weggevoerd als oorlogsbuit om seksslavinnen te worden (voor meer exacte cijfers, zie De Correspondent van 24 december 2014).

Sommigen zijn erin geslaagd te ontsnappen. De IS strijders kwamen vanuit het zuiden de berg op. De dorpelingen die als eerste werden overvallen, belden naar de andere dorpen zodat er een grote stroom vluchtelingen op gang kwam, de berg op. In de haast en paniek die uitbrak zijn er duizenden kinderen en ouderen kwijtgeraakt. Dat gebeurde in heel korte tijd. Vooral de Yezidi’s die de Singar berg op vluchtten, kwamen in het nieuws. Op die berg zijn ze uiteindelijk in november ontzet via een doorgang gemaakt door een gecombineerde actie van de Koerdische PKK en de peshmerga, en daarna zijn ze naar kampen gebracht in Noord-Irak en in het oosten van Turkije, nabij de grens.

Lees verder

Lola is dood

Campo BoliviaDoor Ton Salman        Op de hoogvlakte in Bolivia is het koud en winderig. In de winter zakt de temperatuur iedere nacht onder het vriespunt. Dan valt er maandenlang ook geen regen, worden het harde gras en de stekelige lage struikjes bruin, en schuren en prikken ze zo mogelijk nóg wat gemener. Dan zijn dus, als je erdoorheen wandelt, hoge schoenen en dikke broekspijpen zeker aanbevelenswaardig. De wind snijdt en de zon verwarmt maar een beetje – maar is op de hoogte van zo’n 3800 meter boven zeeniveau zó onbarmhartig dat je binnen een paar uur verbrandt en je lippen kloven. De eerste neerslag van het seizoen is vaak sneeuw. Het levert een prachtig landschap op. Voor wie zich de genieting daarvan kan permitteren.

Daar, op anderhalve kilometer van het dichtstbijzijnde dorpje (en dan nog maar met zo’n 100 inwoners) staat een klein lemen huisje. Ernaast een minuscuul schuurtje en een kleine kraal om ’s nachts de schapen in samen te drijven. De bewoonster, laten we haar Manuela noemen, alleenstaand, leeft van de ongeveer 60 schapen en wat kleinschalige landbouw: aardappelen, wat groente, haver en quinoa, het inmiddels ook in het Westen populaire “Andesgraan”. Het is geen vetpot, en het leven is moeilijk. Het is sloven. Er is de kou. Alle beesten moeten gevoed. De harde grond bewerkt.

Lees verder

A Grim New Phase in Yemen’s Migration History

04-10-2015Yemen_Djibouti

Yemeni families arriving in Djibouti. ©UNHCR/F. van Damme. Used with permission.

By Marina de Regt  “Yemen’s conflict is getting so bad that some Yemenis are fleeing to Somalia,” read a recent headline read a recent headline on Vice News. The article mentioned that 32 Yemenis, mainly women and children, made the trip to Berbera, a port town in Somaliland (and not Somalia). Hundreds of thousands of Somalis have crossed the Gulf of Aden since the outbreak of the Somali civil war in 1991. But now the tide seems to have turned. Yemen has become a war zone, as a coalition of Arab states led by Saudi Arabia bombs the country in an attempt to stop the Houthis, an insurgent movement opposed to the government, from gaining control over the entirety of Yemeni territory. But, instead of protecting the Yemeni population, these attacks have created more chaos, despair and destruction.

The situation is especially bad in Aden, Yemen’s main port, strategically located near Bab al-Mandab, the strait connecting the Indian Ocean to the Red Sea. Street fighting in Aden has intensified, mainly between the city’s inhabitants, on one side, and the Houthis and army units loyal to ‘Ali ‘Abdallah Salih, Yemen’s former president, on the other. Water is not available any longer, electricity is intermittent and food shortages are very serious. Life in Aden is unbearable without water and electricity, as the climate is very hot and humid. People are slowly starving. Those who can are trying to escape, but many do not have the opportunity.

Continue reading here, on http://www.merip.org, where this blog was originally posted. MERIP kindly allowed us to repost it here.

Marina de Regt is Assistant Professor at the Department of Social and Cultural Anthropology of VU University Amsterdam, The Netherlands. She specializes in gender and migration in and between Yemen and Ethiopia. She wrote  a number of other blogs about the situation in Yemen (in Dutch): Chaos in Jemen en de plicht van de antropoloog; Wat is er aan de hand in Jemen?; Jemen’s Martelkampen.

Don’t be a hero, just make anthropology public

wikipediaHet onderstaande blog werd eerder gepubliceerd op http://www.savageminds.org, een blog van antropologen die proberen antropologisch onderzoek meer “onder de mensen te brengen” en de maatschappelijke relevantie van antropologie te verhogen. Alex Golub geeft twee onorthoxe suggesties om dit doel te bereiken.

By Alex Golub. I really enjoyed Erin Taylor’s recent piece on SM about how to make anthropology public, and I wanted to add on to her suggestions about how to make anthropology public with a few, slightly more unorthodox ones of my own. These suggestions rub against the anthropological grain because they involve small, quiet, and steady work that doesn’t feel heroic, despite the big impact that it has. So it may seem strange at first blush, but I firmly believe the most effective way to get the best anthropology in front of the most people is to edit wikipedia and write book reviews on Amazon. Lees verder