De harde realiteit

Sekscomplex overdag. ’s Avonds zitten en staan de sekswerkers buiten te wachten op klanten.

Sekscomplex overdag. ’s Avonds zitten en staan de sekswerkers buiten te wachten op klanten.

Een derde veldwerkverslag van een masterstudent Culturele Antropologie. Leonie Timmer doet onderzoek naar Indonesische sekswerkers op Bali uit Indonesië; hoe ze omgaan met werkrisico’s en welke rol ze spelen bij het rekruteren van nieuwe sekswerkers Dit verslag is ook gepbuliceerd op de Vamos-Bien-site.

“En hoeveel verdien je per klant?” vraag ik de 36-jarige sekswerker. Ze antwoord mij dat ze voor een ‘short term’ 50.000 Rupiah verdient, dat is omgerekend zo’n drie euro. Ik probeer haar niet te laten merken dat ik geschrokken ben van het lage bedrag. Ze staat in de deur opening van een klein, met golfplaten in elkaar gezet, bordeel. Constructiewerkers komennaar de kleine bordelen achter de bouwplaats voor seksuele diensten. Ze vertelt mij dat sommige mannen hier komen om een kopje koffie te drinken en wat rond te hangen. Alcohol verkopen ze niet, want ze willen het wel veilig houden. Ik kijk om me heen en zie het keukentje wat bestaat uit een kookpit en een koelkast. De ‘mammy’ staat in de keuken en praat met een van de mannen die buiten staat en ze drinken een kop koffie. Aan de andere kant is een smal gangetje naar de kamers toe. Er zijn drie kamertjes met een matras op de grond en een ton water om te douchen. De kamers hebben geen raam of ventilatie en airco is al helemaal niet aanwezig. De geur in het huis is zo muf dat ik er naar een kwartier al hoofdpijn van krijg en het enige licht in het huisje komt van de lamp in de keuken. De kamers en het gangetje zijn donker en de kamers zijn enkel afgesloten met een doek in de openingen waar je een deur verwacht. Lees verder

Op zoek naar mijn droombaan

Fotograaf: Nicola

Bron: National Geographic. Fotograaf: Nicola.

Door Vivian Mac Gillavry.  Vandaag reis ik af naar het kantoor van National Geographic. Anders dan de meeste reizen die de redacteuren van National Geographic zelf maken, brengt deze reis me van metrostation Weesperplein naar de Spaklerweg in Amsterdam.

Voor mijn studie antropologie heb ik de opdracht gekregen op zoek te gaan naar de ideale baan en de persoon die deze baan heeft te interviewen. Vaak wordt antropologie gezien als een vage studie waarbij de opmerking ‘oh, je wordt dus opgeleid tot werkloze?’ hoort. Gelukkig blijkt dit in de praktijk wel mee te vallen. De opleiding is wel breed georiënteerd. Wat wil je later zelf doen? Welke stappen moet je nemen om daar te komen? Gedwongen daar kritisch over na te denken, kwam ik al snel uit bij National Geographic.
Wanneer ik aankom op de derde verdieping van de uitgeverij, valt op dat er veel meisjes rondlopen met rode lippen en hoge hakken. Nou ging ik niet bepaald uit van afritsbroek- en wandelschoendragende mensen, maar zo veel modieuze meisjes had ik bij Traveler niet verwacht. Mijn verwarring blijkt terecht, de meisjes horen bij Glamour die samen met National Geographic, Quest, Vogue en Holland Herald de derde verdieping delen. Lees verder

“I want to be somebody before I die”: Een verslag van het seminar Migration, Marginalisation and (In)visibility

Een tijdelijke plaats: het vluchtelingenkamp Benaco in Tanzania. Bron: Flickr (met creative common license)

Een tijdelijke plaats: vluchtelingenkamp Benaco in Tanzania.
Bron: Flickr (met creative common license)

Rhoda Woets met bijdragen van Nina Leatemia, Aafke Hoekstra en Viane Towo. Hoe kan een focus op ‘(In)visibility’ nieuwe inzichten geven in de concepten migratie en marginalisatie? Dit was de hoofdvraag van het seminar over Migration, Marginalisation and (In)visibility dat plaatsvond op donderdag 13 februari 2014. Dit seminar werd georganiseerd door de afdeling Sociale en Culturele Antropologie van de VU naar aanleiding van de promotie van Lidewyde Berckmoes. Zoals de titel aangeeft, was één van de centrale thema’s de (on)zichtbaarheid van gemarginaliseerde groepen. Prof. dr. Henrik Vigh verbonden aan de Universiteit van Kopenhagen, besprak de relatie tussen (on)zichtbaarheid, onzekerheid en sociale interactie in zijn onderzoek naar jongeren in Guinee-Bissau en migranten uit dit West Afrikaanse land in Lissabon en Parijs. De eerste spreker, dr. Simon Turner van de Universiteit van Aalborg, sprak over Burundische vluchtelingen in Tanzania en Kenia.

Eén van de centrale vragen in Simon Turner’s presentatie was hoe vluchtelingen gebruik maken van ‘tijdelijke’ plaatsen zoals vluchtelingenkampen in Tanzania. Maar hij onderzocht ook het leven van gevluchte Burundiërs in de hoofdstad van Kenia, Nairobi, om te kijken of er verschillen zijn tussen deze twee situaties. Hij komt tot de conclusie dat men op beide plaatsen moet navigeren tussen vormen van zichtbaarheid en onzichtbaarheid. Hieraan voegt hij echter ook meteen toe dat de vormen van (on)zichtbaarheid sterk van elkaar kunnen verschillen per omgeving en situatie. In het kamp in Tanzania zijn vluchtelingen aan de ene kant ‘weggestopt’ van de rest van de wereld, afgesneden van het gewone leven, maar aan de andere kant staan ze juist op de radar van internationale hulporganisaties. Dit maakt deze vluchtelingen tegelijkertijd zichtbaar en onzichtbaar; zichtbaar voor de media en de rest van de wereld maar onzichtbaar als individuen. Zo geeft Sam, een vluchteling in Nairobi, aan dat ‘een verblijf in een kamp je beperkt, dat je niet vrij kunt zijn en dat je er vergeten kunt worden.’ Daarom wonen hij en zijn familie in Nairobi. Hier kunnen ze zich voorbereiden op een toekomst in Burundi. Of om zijn woorden te gebruiken; ‘ik wil iemand worden voordat ik dood ga.’ Burundische vluchtelingen in Nairobi zijn wel zichtbaar binnen de Keniaanse samenleving, maar omdat zij geen papieren hebben, zijn zij juist ook een gemarginaliseerde groep en dus een grotendeels ‘onzichtbaar.’ Helaas leest Turner zijn- interessante- tekst voor en mijn gedachten dwalen af. Ik heb zin om naar hem te zwaaien: hallo! Wij zitten hier! Lees verder

Wie telt mee in Myanmar?

Myanmar 1Door Maaike Matelski. In Myanmar (voorheen Birma) vindt momenteel een nationale volkstelling plaats. Deze blijkt zeer controversieel, ondanks de dringende behoefte aan betrouwbare statistieken na vijftig jaar militaire dictatuur. De onduidelijkheid over het aantal inwoners vergrootte bijvoorbeeld de twijfel over de uitslag van de eerste verkiezingen in decennia in november 2010, die uiteindelijk zouden leiden tot een formeel einde van het militaire regime. Hoewel de behoefte aan demografische cijfers binnen en buiten het land erkend wordt, is er momenteel weinig enthousiasme voor de census meer te vinden onder de Birmezen. De volkstelling,  grotendeels gefinancierd door de Verenigde Naties en een aantal Europese landen, brengt namelijk oude en nieuwe spanningen onder de bevolking aan het licht.

De oorsprong van deze gevoeligheden ligt in de koloniale tijd. De Britse overheersers die tot 1948 aan de macht waren benadrukten het onderscheid tussen de diverse etnische groepen, waarbij ze bepaalde minderheidsgroepen bevoordeelden. Dit versterkte onder de Birmaanse meerderheidsgroep de nationalistische gevoelens ten opzichte van de kolonisatoren, maar ook gevoelens van vijandigheid en superioriteit ten opzichte van de etnische minderheden die de kant van de Britten kozen. Ondanks de toezegging van gelijke rechten en zelfbeschikking ten tijde van de onafhankelijkheid bleef de relatie tussen de Birmanen en de etnische minderheden gespannen. De politieke en soms gewapende strijd van de etnische minderheden duurde voort tijdens de militaire dictatuur. Sommige vredesonderhandelingen zijn tot op de dag van vandaag gaande, en in bepaalde grensgebieden maken minderheidslegers feitelijk de dienst uit. Lees verder

Beste Mark Rutte

Door Rhoda Woets

TafereelschoolBeste minister-president van Nederland,

Obama was onderweg naar de nucleaire top in Den Haag toen u voor de internationale pers zowaar een bom liet ontploffen. U beweerde -met een voor u vertrouwde grijns – dat uw vrienden uit de Antillen zich tenminste niet hoeven te schminken als ze Zwarte Piet spelen. Nee, dan die restjes zwarte schmink die u nog dagen aan het wegschrobben bent: dat is pas erg! Ook herhaalde u nog een keer dat Piet nu eenmaal zwart is en niet groen of paars, en dat daar weinig aan te doen was. Het Nederlands College voor de Rechten van de Mens heeft verklaard dat bepaalde onderdelen van het Sinterklaasfeest racistisch zijn, maar waarom zou je een dergelijk hobby-clubje serieus nemen? Als minister-president van alle (?) Nederlanders maakte u maar weer eens mooi duidelijk dat donkere mensen niets te klagen hebben. Obama trouwens ook niet: die mocht voor de nachtwacht poseren in wat u na de nucleaire top aanduidde als “het mooiste museum van de wereld”.  En inderdaad: het Rijksmuseum is met recht een topattratractie in Amsterdam. Iets minder mooi is dat de gouden glorie die van de objecten en schilderijen afspat in dit museum, leunt op de slavenarbeid van mensen die Nederland ooit op grote schaal ontvoerde uit West Afrika.
Om de andere kant van de gouden medaille te zien, moet je niet in het Rijksmuseum zijn maar in het Tropenmuseum. U weet wel, dat andere koloniale museum in Amsterdam dat bijna de deuren moest sluiten. Nederland omarmt het koloniale verleden liever als groots en glorierijk. Het omarmen van een raciale stereotype zoals Zwarte Piet past hier naadloos in omdat het evenzeer getuigt van het ontbreken van een historisch bewustzijn. Gelukkig is er de hoop dat nieuwe generaties het beter gaan doen. Op de basisschool van mijn kinderen spelen de kinderen uit groep acht voor Zwarte Piet en dat vinden ze, zonder uitzondering, geweldig. Afgelopen december begonnen de kinderen in een geschiedenisles over slavernij uit zichzelf over de verhitte Pieten ‘discussie’ die overal gaande was. Deze kinderen zien namelijk wel een link tussen slavernij en een zwart geschminkte knecht met kroeshaar en rode lippen. Bovendien legden een deel van deze kinderen zich niet neer bij een Ruttiaans “hij is nu eenmaal zwart”. Zij besloten om zich dit jaar niet zwart te schminken en ook geen krullenpruik te dragen. Niet alleen uit piëteit met donkere Nederlanders die zich gekwetst zouden kunnen voelen, zoals vele bekeerlingen in navolging van Robert Vuijsje riepen in de media. Ze deden dit ook voor zichzelf. Omdat ze niet mee wilden doen aan een alledaags racistisch ritueel. En ook omdat deze jonge fashionistas ontdekten hoe leuk het is om de kleur van je pruik en schmink aan te passen aan je outfit.

KleurenpietFinal

Een van de gekleurde Pieten

Voor het eerst in de geschiedenis van de school liepen er gekleurde pieten mee. Bijzonder, en tegelijkertijd heel gewoon want voor de kleine kinderen was het feest net zo leuk en spannend als altijd. Gelukkig komt verandering niet altijd van bovenaf want als we op u moeten wachten, minister-president, kan het heel lang duren. Maar u bent niet alleen. Uit een artikel in NRC bleek dat veel schooldirecties afzagen van gekleurde pieten uit angst voor negatieve reacties. Het bestrijden van racisme lijk mij niet iets waar je over moet stemmen of consensus over hoeft te bereiken met ouders. Gelukkig komt verandering ook van onderop, van kinderen die beter dan menig volwassenen snappen dat een kinderfeest niet per definitie onschuldig hoeft te zijn.

 

Marokkaanse vrouwen en de oorzaken van chronische pijn

Een tweede veldwerkverslag van de masterstudenten, dit keer uit Nederland. En ook dit keer overgenomen van de Vamos-Bien-site. Emmaly Berghuis doet onderzoek naar het verschijnsel van chronische pijn onder Marokkaanse vrouwen.

Door Emmaly Berghuis   Terwijl ik in de leefwereld van mijn informanten duik–grotendeels Marokkaanse vrouwen– leer ik misschien nog wel het meest door zelf een soort migrant te zijn in hun wereld. Ik geniet van lekker Marokkaans eten en gezelligheid in de moskee en bij de vrouwencentra. Ik heb nu een paar keer Arabisch les gehad bij iemand thuis. Ik merk dan de frustratie en tegelijkertijd de voldoening van het leren van een vreemde taal en schrift. Ook heb ik iets geproefd van het moeten aanpassen aan een samenleving die niet is ingesteld op jouw gewoontes. Zo was ik mee met een uitje naar het Leidse Volkenkunde museum naar de tentoonstelling over de hadj naar Mekka. Uitrustend in de lounge rond het middag uur kwam er een discussie in het Arabisch. Na een tijdje legde iemand aan mij uit dat het tijd voor gebed was en dat de discussie ging over waar dat te doen en over de zon en welke kant op het oosten was. Dingen waar ik me normaal niet mee bezighoud maar voor hen een heel gewoon deel van elke dag.

Lees verder

Poor Whites in South Africa

Just like last year, various master students obtained a small financial allowance from the Vamos Bien-Foundation of our Department. In  return, they write blogs about their fieldwork, posted on the vamosbien.nl-site. Like last year, we will re-post some of these field stories on our Standplaatswereld site. The first one is by Dafydd Russell-Jones. He went to South Africa to explore the experiences of poverty among white communities living in informal settlements in and around Pretoria.  This research will explore the lived realities of white South Africans who have experienced a great shift in social and economic security since the end of apartheid.

 

By Dafydd Russel-Jones   After commuting in and out of Westfort (an ‘improvised’ community near Pretoria) for the past 6 weeks, I was presented an opportunity to live in one of the spare rooms with a member of the Democratic Alliance and so I have been living as he does for the past week. On the very first visit to Westfort, I spoke with a young Soweto man with two kids, and Indian family who lived next door to a Zimbabwean family, a Zulu man, who was neighbours with an Afrikaner lady and also a coloured family. I was told by one of my supervisors that I should not go looking for the ‘rainbow nation’ whilst in South Africa because I simply would not find it. It is clear that the rainbow exists right here, but the colours are not united in their freedom of choice, instead they are bound in their daily struggles and alas, there is not a pot of gold sight.

During my time, I have tried to speak with a diverse range of people as possible but have carried out the most in depth interviews with minority of Afrikaners (20) as they are the focus of this study. Regardless of cultural background, there are three clear insecurities that would dominate any humans daily psychological, emotional and operational capacities; no running water, no electricity and not knowing that you will still be sleeping under the same roof come tomorrow. Lees verder