Some thoughts on film in ethnography

favelafunk
Still from ‘Inside the Mind of Favela Funk’

By Ina Keuper     On 7 December the Department of Social and Cultural Anthropology organized its second Ethnographic Film Day, which featured four rather different ethnographic documentaries. Former staff member Ina Keuper was there and shares some thoughts on Standplaats Wereld about these particular films and the role of this visual medium in anthropology. Lees verder

7 December: VU Amsterdam Ethnographic Film Day

aefd_bannerWhat is the value of film as medium for ethnographic fieldwork? With which dilemmas are film-making anthropologists confronted? What is the relationship between visual methods and other methods? What do visual methods contribute to research?

The Department of Social and Cultural Anthropology of the Vrije Universiteit, Amsterdam presents the Amsterdam Ethnographic Film Day during which we will screen ethnographic films and discuss the various theories and methods of visual anthropology. We aim to provide a platform for anthropologists and documentary makers engaging in visual anthropology to show their films and communicate their experiences with, and thoughts on, ethnographic film-making. For more information, visit our Facebook page or website. Lees verder

Down to Earth: Over zingeving en andere problemen

te-gast-down-to-earth1-0-0-760-500-660x380
Still uit de documentaire ‘Down to Earth’

Door Peter Versteeg      Het idee dat inheemse volken een wijsheid en spiritualiteit kennen die ‘wij in het westen’ al lang geleden zijn kwijtgeraakt, is een populaire gedachte in het circuit van alternatieve spiritualiteit, waar reikhalzend wordt uitgekeken naar mogelijkheden om inspiratie en ‘verbinding’ te vinden. De recente documentaire Down to Earth, die momenteel op veel plaatsen in Nederland te zien is, is daar een voorbeeld van. Spirituele glossy Happinez nam als eerste de film op sleeptouw met speciale vertoningen. Met Down to Earth willen de makers expliciet een boodschap uitzenden. Lees verder

Het museum als mausoleum voorbij: het rituele en etnografische leven van een Kabra masker

Door Rhoda Woets

KABRA-masker
Kabra masker in het Amsterdam Museum. Bron: http://www.ikbenniettekoop.nl

De meeste antropologen zijn bekend met Arjun Appudurai’s idee dat objecten, net als mensen, een sociaal leven hebben of, in Igor Kopytoff’s woorden, ‘een culturele biografie’. Dit idee impliceert dat objecten geboren worden, relaties aangaan, reizen en agency hebben, maar ook sterven.

Ceremoniële objecten uit Afrika, ooit tot leven gewekt in rituelen en door handelaren en missionarissen naar Europe gebracht, eindigden hun sociale leven gebalsemd en opgebaard in glazen vitrinekasten. Neem een bekend object: het masker. Een masker werd gedragen tijdens speciale ceremonies waarbij het zweet van de danser diep doordrong in het hout. De zweetplekken vormden voor kunst verzamelaars en handelaren het bewijs dat het Afrikaanse masker echt was gebruikt en werd daarmee ‘authentiek’. Maar het leven van het masker leek te eindigen in het museum waar het een object werd van esthetische contemplatie of etnografische kennis.

De kunstenares Sokari Douglas Camp is geboren in the Niger delta in Nigeria en woont al meer dan dertig jaar in Londen. De stille maskers in musea en galeries hebben voor haar veel weg van een onthoofding: het lichaam ontbreekt immers. Maskers komen alleen tot leven in relatie tot de sociale en materiele omgeving: door het lichaam en de kleding van de danser, de opzwepende muziek en de omringende mensenmassa. Een masker vormt hiermee slechts een onderdeel van een performance die beroep doet op alle zintuigen. Douglas Camp maakte een serie metalen beelden van maskerades die laten zien dat een masker onderdeel is van een groter spektakel. Zo wekt zij dode museum maskers weer tot leven.

SokariDouglasCamp
Sokari Douglas Camp (1995), Big Masquerade with boat and household on his head. Bron en copyright: British Museum.

In dit licht bezien, is de recente aankoop van een vooroudermasker door het Amsterdam museum een zeer interessante casus voor de museum antropoloog. Winti priesteres Marian Markelo wilde nieuw leven inblazen in een beeldencultuur die verloren was gegaan in de ‘middle passage’: de trans-Atlantische reis van tot slaaf gemaakte Afrikanen naar Amerika. Algemeen gesteld, werden sommige beelden in West Afrika speciaal gemaakt om contact te leggen met hogere machten. Geesten of voorouders werden door de priester uitgenodigd, bijvoorbeeld via plengoffers, om beelden te gebruiken als verblijfplaats. In de winti religie wordt ook contact gelegd met de geesten van voorouders of met goden, maar communicatie vindt niet plaats via materiele objecten. Om daar verandering in te brengen, selecteerde Markelo samen met de Rotterdamse kunstenaar Boris van Berkum houten maskers in het depot van het Afrika museum in Berg en Dal. Met goedkeuring van de voorouders die door Markelo werden geraadpleegd, werd een Yoruba masker gescand en vergroot uitgeprint in 3d. Het masker werd geschilderd, gekleed in blauwwitte doeken en wordt nu ingezet bij uiteenlopende gelegenheden waar de voorouders worden geëerd of geraadpleegd: Keti Koti, een Winti bal masqué of een maaltijd voor de voorouders. Tussen de maskerades door staat het masker in een glazen vitrine van het Amsterdam museum.

Het creëren van een nieuwe traditie roept ook vragen op over het sociale leven van het Kabra masker. Hoe wordt dit masker, opgeladen met geesten of goden in een ritueel, een dood museumstuk en vice versa? Is een masker dat op en neer reist tussen een danseres en een museumvitrine wel dood of levend te noemen? Is het Yoruba masker uit het museum in Berg en Dal wederom tot leven gewekt via deze ‘kloon’, mogelijk gemaakt door recente technologieën van reproductie zoals 3 d scans en prints?

MarkeloKABRA-kopie
Marian Markelo en het Kabra mask, Keti Koti 2014. Bron: http://www.ikbenniettekoop.nl

De afstand tussen gemeenschappen voor wie etnografische objecten in musea meer zijn dan alleen beelden van esthetische waarde of antropologische interesse, is kleiner geworden in een wereld van globalisering. Het Kabra masker illustreert prachtig wat hier de gevolgen van kunnen zijn.

Een akelig artikel over een akelige gewoonte: Ook meisjesbesnijdenis vraagt een eerlijk debat

logo 6februari copy 2
VON (Vluchtelingen Organisaties Nederland) logo voor Zero Tolerantie tegen VGV (Vrouwelijke Genitale Verminking) dag, 6 februari

Door Edien Bartels en Martijn de Koning [i] In het stuk ‘Een akelige moslimgewoonte’ (Trouw, Letter en Geest, 22.2.2014) [ii] probeert Maurice Blessing aan te tonen dat meisjesbesnijdenis een voorschrift is van de islam. De auteur is arabist en doceerde aan de UvA. We vragen ons af of deze auteur kennis heeft over de verschillende manifestaties van de islam en meisjesbesnijdenis, het plaatsvinden van meisjesbesnijdenis en de verschuivingen, de toename of afname. Het gaat ons ook om de kern van zijn betoog. Wat voor nut heeft het zogenaamd vaststellen dat meisjesbesnijdenis islamitisch is? Vloeit daar een specifieke aanpak uit voort? Laten we dan alle christenen en animisten die meisjesbesnijdenis praktiseren maar liggen? Erger nog: de aannames van Blessing zijn niet correct en gebaseerd op een verkeerde voorstelling van zaken. [iii]

Lees verder

Veel bidden maakt moslims niet religieuzer

Onderstaand artikel verscheen begin februari in de NRC naar aanleiding van de succesvolle bijeenkomst georganiseerd in het kader van het maandelijkse seminar Muslim World-Making van de afdeling Sociale en Culturele Antropologie.

moslims Nederland SpW
© Roel Wijnants Fotografie

Door Sheila Kammerman Nederlandse moslims worden religieuzer, concludeerde het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) eind vorig jaar in het rapport Moslim in Nederland. Van een voorzichtige trend naar secularisering, waargenomen in een SCP-rapport uit 2004, lijkt weinig meer over. Hoe het SCP dat weet? Moslims gaan vaker naar de moskee dan pakweg tien jaar geleden en bidden regelmatig. En veel moslims eten halal en doen aan de ramadan (vooral Marokkaanse en Somalische moslims). Op donderdag 31 januari  debatteerden geïnteresseerden (waaronder veel moslims) aan de Vrije Universiteit in Amsterdam over het rapport. De vraag was: kun je die conclusies trekken op basis van een aantal vragen over religieuze gedragingen?

Het debat stond op scherp door de aandacht die het rapport in de media had gekregen: ‘Moskeeën zitten vol met jonge moslims’, interpreteerde RTL. En De Telegraaf: ‘Moskeebezoek geïntensiveerd onder jongeren’. Om daaraan toe te voegen: “De liberale, Nederlandstalige islam ebt weg.” De teneur van veel berichtgeving was: hoe religieuzer, hoe minder geïntegreerd. Dat verbaasde Mieke Maliepaard. Zij schreef het SCP-rapport samen met Mérove Gijsberts en legde voorafgaand aan het debat uit hoe ze de religiositeit van zo diverse groep als de ongeveer 825.000 moslims in Nederland heeft gemeten. Het rapport is gebaseerd op de antwoorden van ongeveer 5.300 moslims van Marokkaanse, Turkse, Irakese, Iraanse, Afghaanse en Somalische afkomst. Zij beantwoordden vragen over onder meer moskeebezoek, bidden, halal eten, meedoen aan de ramadan en het dragen van een hoofddoek. De vragenlijsten werden afgenomen door een enquêteur, die de vraag eventueel kon toelichten. “Zelfrapportage is de enige mogelijkheid bij dit soort onderzoek”, zegt Mieke Maliepaard. “We kunnen niet bij de moskee gaan posten om te zien hoe vaak mensen binnengaan.” Lees verder

A ‘Rite de Passage’ in the Construction Industry

By Leonore van den Ende    A while ago, I witnessed the baptism and name-giving of a tunnel-boring machine used to excavate part of the North-South metro line of Amsterdam. This phenomenon stems from a long-standing ritual traditionally practiced by mine workers and tunnel builders for safety against hazards during the construction process. On this occasion, the ritual signified the launch of the third phase of tunnel construction, attended by a large group of project managers, employees, contractors, stakeholders and members of the press. This same ritual is held cyclically, every time the project enters a new construction phase.

It became clear that the ritual had commenced when a Catholic Priest dressed in traditional white and gold robes came to the fore at the dark, cold construction site reaching 25 meters underground. He started by imparting the significance of the ritual he would perform, while presenting a statue of Santa Barbara; a Patron Saint acknowledged by the Catholic Church as the protector of harm and later espoused by mine and tunnel workers for this very purpose. He explained that even though he would physically bless the statue and the machine, he would emblematically yet truly be blessing the tunnel workers who necessitated protection. Lees verder