Door Freek Colombijn. Hoe gaan voormalige gekoloniseerde bevolkingen om met het koloniale erfgoed in hun land? Een rondje langs vier hoofdsteden in Zuidoost-Azië laat zien dat dat nogal kan verschillen. In Kuala Lumpur, Hanoi en zeker Singapore, wordt het koloniale erfgoed gekoesterd. Dat de kerken, stadhuizen, kantoren, woningen en muziektheaters ooit gebouwd zijn in opdracht van Britten en Fransen (en in de eerste plaats ook door hen werden gebruikt) lijkt de huidige gebruikers niet te deren. Hoewel er ook in Jakarta veel historische architectuur goed wordt onderhouden, lijkt de staat van de Nederlandse gebouwen daar in het algemeen toch minder.
Meerdere verklaringen voor dit verschil zijn mogelijk. Misschien ligt het aan een lagere waarde van het onroerend goed (leidend tot verwaarlozing van het gebouw), of juist een hogere waarde (speculerend op sloop bij stijgende grondprijzen). Wellicht was er een gebrek aan mission civilisatrice bij de Nederlandse kolonialen, zodat de cultuurhistorische betekenis van architectuur in Nederlands-Indië minder doordrong. Of ligt het aan een meer of minder traumatisch dekolonisatieproces? (Maar daarin neemt Nederlands-Indië een middenpositie in tussen Vietnam en British Malaya, dus dat lijkt minder waarschijnlijk). De Indonesische wetenschapper Abidin Kusno heeft een eigen verklaring, uiteengezet in zijn boek The appearance of memory (2010).
1 Comment






